De eerste Q-koortssignalen in mei 2007 bleken achteraf te leiden tot de grootste Q- koortsepidemie ooit. In 2008 werden 1.014 patiënten met Q-koorts gemeld, vooral uit het zuidoosten van het land. Ondanks genomen maatregelen was de epidemie in 2009 wederom groter en werden 2.357 ziektegevallen van Q-koorts bij mensen gemeld. De werkelijke cijfers zijn vrijwel zeker veel hoger. Schattingen gaan uit van meer dan 50.000 besmette mensen. Ten minste 25 mensen zijn aan de complicaties van Q-koorts overleden. Volgens de meest recente cijfers zijn er 116 sterfgevallen gerelateerd aan Q-koorts, 9 door acute Q-koorts en 107 als gevolg van de chronische vorm, die jaren na de initiële infectie kan optreden en ernstige hart- en vaatontstekingen kan veroorzaken. Nog steeds melden patiënten zich die geen last hebben gehad van acute ziekteverschijnselen (koorts, heftige hoofdpijn, koude rillingen, spierpijn en misselijkheid), maar die nu toch aan de chronische ziekteverschijnselen blijken te lijden, waaronder vermoeidheidsverschijnselen. Ook het aantal doden als gevolg van langetermijn-complicaties na acute Q-koorts, stijgt gestaag.
Ter preventie van verdere verspreiding van deze bacteriële infectie (Coxiella burnetii) werden in 2009 geiten op grootschalige wijze preventief geruimd, dus ook gezonde dieren. Grote schapen- en geitenbedrijven met meer dan 50 dieren, maar ook kinder- en zorgboerderijen zijn sinds 2010 verplicht om hun geiten en schapen jaarlijks te vaccineren tegen Q- koorts, om de verspreiding van de bacterie te verminderen en de risico’s voor de mensen te verkleinen. Maar zelfs gevaccineerde geiten kunnen nog steeds kleine hoeveelheden van de veroorzakende bacterie uitscheiden via hun ontlasting.
Uit het onderzoek van de Gezondheidsraad van december 2025 blijkt dat omwonenden een beduidend hoger risico lopen op longontsteking dan mensen die niet dicht bij een geitenhouderij wonen. Volgens de Gezondheidsraad kunnen omwonenden beschermd worden met maatregelen die de uitstoot uit geitenstallen verminderen, en met afstandsnormen voor nieuwe geitenhouderijen en woningen. Over een verbetering van het welzijn van geiten zelf worden geen uitspraken gedaan.
Ontbreekt hier een dieper bewustzijn van de relatie tussen Q-koorts en de huidige wijze van geiten houden?
Het wezen van geiten
Een geit is een heel fijngevoelig dier, zacht geaard, bewust van zijn omgeving, rondkijkend en zelf-bemiddelend. Een dier wat goed gecentreerd is in zichzelf en vanuit daar de wereld inkijkt, met een verfijnde uitstraling. Ze kunnen in groepsverband dicht bij elkaar vertoeven, zonder elkaars energieën uit te hollen of aanspraak te maken op dominant gedrag. Ze staan zo goed in zichzelf dat ze geen conflicten nodig hebben om hiërarchie te bepalen.
Geiten zijn veelgevend door hun bijzondere geaardheid, en hebben een fijnzintuiglijk aanvoelingsvermogen ontwikkeld. Ze vangen veel informatie op, door een sterk ontwikkelde reukzin en zeer open oren. Ze nemen weinig ruimte in en scheppen zelfs ruimte voor anderen door hun bijzondere uitstraling. Ze houden van cohesie in de groep. Binnen de diersoorten zijn geiten bovengemiddeld ontwikkeld in ‘Zijn’; Ze verkeren in een energieveld waarin ze geaard zijn, waar geen strijd gevoerd wordt, waar collectief samenzijn gewaarborgd is, waarin ze elkaar aanhoren, en waar gevoelig contact plaatsvindt zónder over-alertheid in communicatie. Geiten kunnen toe met weinig ruimte, zolang die maar omgeven is met natuurlijke elementen. Een geit wenst zelf te kunnen kiezen om in en uit te lopen en heeft behoefte aan dag- en nachtritme. Geiten zijn kritisch ten aanzien van de kwaliteit van het drinkwater, en dauw op gras vinden ze lekker. Levende zaken interesseert ze, zoals contact maken met een vogel die fluit, of vogels volgen in hun vlucht. Een geit is een dier wat hoge begeestering kent en zich wenst te beroepen op buitengewone zintuigen. Daarin ervaart het zichzelf als een ver ontwikkelde diersoort.
Geiten zijn dieren die graag langzaam en rustig bewegen en willen respectvol worden aangeraakt. Want ondanks dat hun lijf wat strakker van structuur is, verdragen ze het niet als mensen hen ruw wegduwen, zeker niet na het afgeven van hun melk. Als geiten onderling te dicht op elkaar staan, dan ervaren ze dat als onaangenaam, maar daar valt wel mee te leven. Wat de geit prettig vindt is gestreeld te worden tussen de oren, met de palm van de hand op de achterkant van de schedel en de vingers tussen de oren in, naar achter wrijvend. Dus als je de geit op die manier complimenteert voor de afgegeven melk en je duwt haar niet van je af, maar je loopt vervolgens rustig naar een andere geit, dan voelt ze zich erkentelijk iets te geven van wat de ander nodig heeft. Dat houdt ook in dat bijvoorbeeld narrigheid van de verzorger, of te harde geluiden, of wat dan ook de lievigheid verstoord, ook hen doet verstoren. Te ruw omgaan met het dier doorbreekt zijn Zijnsconstitutie.
Als je een geit of bok onthoornd doorbreek je daarmee deels hun telepathisch kosmisch contact. Dat maakt dieren willoos en vermindert hun sensitieve vermogens. De hoorns fungeren als een soort telepathisch radarsysteem.
Q-koorts in relatie tot geitenhouderij
De Q-koorts is mede een reactie van geiten op hun welzijn. Het is een gevolg van te dichte opeengepaktheid van soortgenoten en de productie eisen die het dier te ver gaan. Dit werkt door tot op gemoedsniveau en kan zelfs bij een zwangerschap van de geit gevoeld worden door de vrucht in wording en daardoor leiden tot miskramen. Zelf overleeft het dier nog wel de ziektekiemen, maar intern wordt het afstotingseffect naar buiten toe bevorderd.
In de huidige geitenhouderij geven geiten onnatuurlijk lang melk en er wordt onnodig lang aan de tepels getrokken op een wijze die niet eervol naar hen toe is. Het gaat er niet om hun nageslacht te voeden, maar om grootschalige melkproductie voor menselijke consumptie. Gezien het feit dat een tepel een heel gevoelig orgaan is, roept dat een aversie op die als het ware energetisch diep in het lichaam trekt. Waar ze zich zeer bewust van zijn en waar ze zich ook verbolgen over voelen, is dat ook de borstkas en het keelgebied daardoor belemmerd aanvoelen. Hoewel ze hun zorgzame aard niet zomaar kunnen weerhouden is er vanuit het dier zelf een weerstandsgevoel actief. Dat maakt dat dieren die productiematig gehouden worden zich langdurig vereenzaamd voelen, omdat ze zich niet erkend voelen in hun weerstandsgevoelens. Tevens worden ze nukkiger, ook naar soortgenoten toe, die net als zij ditzelfde gedrag vertonen. Wanneer ze vervolgens ook nog grazen in een gebied waar ze te nauw op elkaar staan of alleen dicht tegen elkaar aangedrukt hun voedsel kunnen eten, dan vinden ze dat binnen hun wezenlijke aard een helse onderneming. Het creëert onrust en doorbreekt hun saamhorigheid, vergelijkbaar met mensen die te lang op een kluitje staan. Je wilt wel verdraagzaam zijn, maar op een gegeven moment krijg je het te benauwd en ben je het zat.
Geiten raken dus onverdraagzamer. Ze worden onproductiever omdat ze niet voor hun nageslacht zog leveren, maar voor iets wat voor hen onverklaarbaar is en waar ze zich fysiek niet voor gebouwd voelen. Vandaar dat ze als het ware willen dat er een zorgvuldiger omgang is. In noodsituaties zijn geiten bereid melk te produceren, maar niet voor algemene productie.
De verplichte vaccinaties tegen Q-koorts versluimeren de kern van het probleem. Door de wijze waarop wij met consumptiedieren overweg gaan ontwikkelen zich steeds meer ziektes. Dieren hebben net als mensen een bepaald herkennings-niveau hoeveel andere dieren zij kunnen betrekken en in hun naaste omgeving kunnen dulden. Daarin worden op dit moment grenzen overschreden voor alle diersoorten die als consumptiedieren worden gehouden. Dat maakt dat hun persoonlijke grenservaringen aan eigenheid afkalven en dat hun ziektegevoeligheid toeneemt. Wij hebben er geen idee van dat dieren ziektegevoeliger zijn, omdat doorsnee consumptiedieren maar een zevende tot een derde deel van hun haalbare leeftijd leven. Ziekteprocessen kunnen zich niet altijd direct tonen, omdat dieren hun natuurlijke leeftijdgrens niet behalen en gedood worden voordat de ziekte zich doet kenmerken.
Door de huidige intensieve productiewijze, waarin dieren langdurig op de proef gesteld worden qua stressgevoeligheid, ontwikkelen ze eigen manieren om de mens, maar ook andere dieren, meer op afstand te houden. Eén van die processen die daar een gevolg van is, is dat besmettelijke ziektes zich ontwikkelen, waardoor het ras waar ze zelf toe behoren verschoond wordt van nadelige effecten van deze productiewijze. Er zullen steeds meer ziektes ontstaan, om mensen letterlijk op afstand te houden. Een tweede proces is dat miskramen meer voorkomen, omdat er vaak in de dieren zelf een sterke ontmoediging opgeslagen ligt om zich voort te planten, als gevolg van een overbelasting van de aard van het dier.
Wat wij van dieren te leren hebben
De Q-koorts is, na de varkenspest, gekkekoeienziekte (BSE), de vogelgriep en mond- en klauwzeer (MKZ), het zoveelste teken in korte tijd dat de relatie tussen mens en dier hernieuwde aandacht vraagt. Niet alleen het welzijn van dieren is in het geding, maar ook de gezondheid van mensen.
De mens heeft noodzakelijke verbinding met het dierenrijk nodig, om te komen tot een diepere, substantiële kennis van het eigen zelf. Als je je als mens zachtaardig wenst te ontwikkelen, dieper afgestemd op aspecten van het leven die gaande zijn, heb je dieren nodig. Die helpen je om je af te stemmen op zaken die dieper in jezelf liggen. Als een mens een dier uitsluit, dan sluit hij ook iets in zijn herinnering uit van dat wat in hemzelf leeft. Alles wat dieren eigen is, is ook eigen aan de mens.
Met andere woorden, in ons bewustzijn liggen herinneringen opgeslagen aan dat, wat in het dierlijk leven gespiegeld wordt. Als je daar bewust contact mee maakt en dat durft te aanvaarden, dan verlicht dat je geest. De Westerse mens ziet zichzelf ook als de hoogste trede van de schepping, waardoor hij andere levensvormen als lager beschouwt. Door het tekort aan wezenlijke afstemming op de andere scheppingsvormen om hem heen, doet hij zichzelf tekort. Alle karaktereigenschappen van dieren zijn op een onderbewust niveau ook in ons aanwezig. Maar dit fundamentele feit ontkennen we categorisch, waardoor we collectief akkoord gaan met het dierenmisbruik en dierenleed waarvan we allemaal op de hoogte zijn. Als hierin geen veranderingen komen, zullen er steeds ernstiger dierenziektes de kop op steken, die ook steeds dieper zullen ingrijpen op het mensenleven zelf.
Bron: Inspiraties van Marieke de Vrij, december 2009
Bewerking: Wim van Oort, 2014 en 2026