In het boek ‘Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief – Universele rechten voor landbouwdieren’ (1) van Marieke de Vrij en Wim van Oort wordt gesproken over een 22-tal dierenrechten die zijn vrijgegeven vanuit de onstoffelijke wereld. Dat roept vragen op:

Dragen dierenrechten bij aan een betere borging van dierenwelzijn in de veehouderij?

Dienen ze verankerd te worden in de grondwet?

En wie gaat de stem van de landbouwdieren verwoorden bij de naleving van dierenrechten?

Natuurlijk gedrag bij gedomesticeerde landbouwdieren

Op uitzonderingen na, zien we dat tot zover politiek, veehouders en consumenten onvoldoende oog hebben voor het wezen van dieren. Veel mensen zijn spijtig genoeg vervreemd geraakt van het natuurlijke gedrag en de behoeften van dieren. Daarbij zie je twee extremen: gezelschapsdieren die sterk vermenselijkt worden en dieren in de veehouderij die verworden zijn tot productiemachines. In beide situaties speelt de intrinsieke waarde van het dier een ondergeschikte rol.

In hoeverre je kunt spreken van natuurlijk gedrag bij gedomesticeerde dieren roept de nodige discussie op, maar daar is ook in de wetenschap volop aandacht voor. Waar het in essentie om gaat is de kwaliteit van leven van het dier, dat het dier plezier ervaart en zijn biologisch functioneren bevordert. Ondanks de domesticatie waarbij dieren hun voedsel door de mens aangereikt krijgen en niet meer zelf hoeven te zoeken, blijft de behoefte om zelf te zoeken sterk aanwezig.

Graas-, scharrel- en wroetgedrag zit nog steeds diep in de genen van het dier. Dat er door selectie en vermeerdering steeds meer eigenschappen en kenmerken veranderd zijn, heeft er dus niet toe geleidt dat ook hun nestelgedrag en het zelf voedsel zoeken veranderd zijn. Deze behoeften en ook andere natuurlijke behoeften hebben ze nog steeds. 

De meeste eigenschappen van dieren zijn ondanks de domesticatie voor een groot deel intact gebleven en verdienen daarom erkenning. Belangrijk is om de dieren niet aan te passen aan de veehouderijsystemen, maar de veehouderijsystemen aan de natuurlijke behoeften van de dieren.

Dieren een eigen stem geven

Meestal wordt er over dieren gepraat vanuit een menselijk perspectief. Aan de orde is om vaker vanuit dierenperspectief te denken en te handelen. Om dieren in staat te stellen hun behoeften te uiten is het belangrijk ze zelf een stem te geven. Dierenrechten die verankerd zijn in de grondwet kunnen die stem vertolken. Ze verdienen een prominente plaats in de weging van belangen bij de ontwikkeling van beleid. Dit vraagt om niet langer alleen economische, ecologische en politieke belangen de doorslag te laten geven, zoals nu vaak het geval is. Het is juist van belang te werken aan beleid vanuit een integrale langetermijnvisie, waarbij dierenwelzijn een belangrijke wegingsfactor dient te zijn en de behoeften van de landbouwdieren worden geborgen. 

Dieren verdienen grondrechten

Dat dieren grondrechten verdienen krijgt steeds vaker bijval, bijvoorbeeld van rechtsfilosoof Janneke Vink die er haar proefschrift over schreef (2):   

“In onze Grondwet staat niets over dieren en hun rechten. Dat is vreemd. Een maatschappij waar dierenrechten niet verankerd zijn in de Grondwet, deugt eigenlijk niet. In de huidige manier waarop wij ons tot dieren verhouden, zijn wij als mens eigenlijk tirannen: wij heersen over dieren en geven ze geen enkele vastigheid ten aanzien van wat ze van ons mogen verwachten. Iedere dierenwet zouden we morgen kunnen afschaffen. Maar als we dieren serieus nemen als lid van onze samenleving, wat ik voorstel, moet je daar iets op bedenken. Daarom moeten dierenrechten dus in de Grondwet. Dit is de enige manier om dieren te geven waar ze recht op hebben en om mensen te dwingen netjes met dieren om te gaan, zonder dat je de democratie te veel ondergraaft. Ten eerste oefent de overheid macht over dieren uit en leven ze op het grondgebied van de staat. Hierdoor maken ze net als wij onderdeel uit van de demos, van het volk. Ten tweede kennen we individuen rechten toe omdat ze belangen hebben. Ik beargumenteer dat dieren evengoed belangen hebben als mensen: ze willen immers, net als wij, niet gemarteld of vermoord worden. Ten derde zou het ons rechtssysteem ten goede komen. Ons recht staat nu ver af van hoe de wereld in elkaar zit. Nu lijkt het net alsof wij goden op aarde zijn, terwijl dieren dezelfde grondwettelijke status hebben als een wc-rol of een gebouw, namelijk geen. Dit is niet zomaar een mening, maar hoort bij het fundament van de democratie. Dieren zijn onderdeel van de demos en dit schept plichten voor de mensen die aan de macht zijn.”

Ook andere wetenschappers laten een kritisch geluid horen. Filosoof Bart Gremmen, hoogleraar Ethiek in levenswetenschappen aan Wageningen Universiteit & Research (3):

“De veehouderij heeft dringend een ethisch kompas nodig. De huidige veehouderij is immoreel. Dat ligt niet aan de agrariërs, maar aan het veehouderijsysteem waarin ze werken. Er worden contracten afgesloten om voedsel goedkoop te leveren.  

Omdat dieren geen contracten kunnen sluiten, vallen ze buiten de morele orde. Die contractethiek leeft ook onder de burgerbevolking. Zij zijn burger en consument, rollen die blijkbaar moeilijk samenvallen. De burger neemt geen genoegen met het dier dat als object beschouwd wordt. Hij is begaan met het dierenlot en dierenleed, maar als je in zijn boodschappenmandje kijkt, dan is hij consument die op de centen let en niet per se vlees koopt van dieren die een goed leven hebben gehad. Tussen burger en consument zit een gekke spanning.”

Johan Graafland, hoogleraar Economie, onderneming en ethiek aan de Tilburg

University en tevens theoloog (4): “Dieren zijn geschapen naar hun eigen aard. De mens heeft de verantwoordelijkheid om de aard van de dieren die aan hen zijn toevertrouwd in het oog te houden. Dat heet tegenwoordig een ‘dierwaardig’ bestaan voor dieren die ‘natuurlijk gedrag’ kunnen vertonen. Daar ligt voor mij als ethicus een grens. De grootschalige veeteelt kan aan die eis niet voldoen. Dieren zijn geen grondstof, maar wezens die voortkomen uit de scheppingskracht van God. Ik kies daarom voor vlees van de biologische slager. Dat zie ik als een morele plicht. Andere productie wijs ik af.”

In zijn boek dat hij samen schreef met bijzonder hoogleraar Jan van der Stoep en Corné Rademaker schrijven ze (5): “Er bestaat weliswaar een gradueel verschil tussen mensen en dieren (difference in degree), maar niet een verschil in het type capaciteiten waarin mensen zich van dieren onderscheiden (difference in kind)” en “Dierenrechten en mensenrechten zijn gegrond in rechten die aan God, als schepper van al het leven, toekomen. Er bestaat in dat opzicht geen fundamenteel onderscheid tussen dierenrechten en mensenrechten. Net als mensen moeten we dieren niet op een instrumentele wijze gebruiken, maar als doel op zichzelf. Ze hebben een eigen betekenis en waarde.”

Dierenrechten zijn ijkpunten

Dierenrechten van landbouwdieren vervullen bij het herstel van het dierenwelzijn een ijkfunctie en zouden in de Grondwet verankerd dienen te zijn. 

Het plaatsen van dierenrechten in de Grondwet is noodzakelijk om het dier tot uitkristallisatie van zijn eigen bewustzijn te laten komen. Voor het dier betekent dit concreet dat aan een aantal fundamentele rechten en behoeften voldaan moet worden, afgestemd op zijn eigen aard en wezen én in samenhang met zijn taak en positie ten opzichte van de mens, en omgekeerd. 

Dierenrechten, vanuit dierenperspectief bezien, kunnen maatschappelijk een expressieve en overtuigende kracht hebben. Ze vragen daarnaast juridische mechanismen om ze af te dwingen. Probleem daarbij is dat dieren niet zelf hun rechten juridisch kunnen aanvechten. Er moeten dus altijd individuen of instellingen zijn die dat namens de dieren doen. Vrijwilligersorganisaties en individuen zijn vaak te weinig gestructureerd en zaakwaarnemers kunnen de belangen van dieren ook met hun eigen belangen verstrengelen. Het oprichten van een professionele ‘dierenbehoedersorganisatie’ is een voorwaarde.  De in 2023 opgerichte Vakbond voor Dieren is een voorbeeld van een organisatie die streeft naar erkenning en het verbeteren van ‘arbeidsomstandigheden van werkende dieren’ in de commerciële veehouderij (6).

Dierenrechten versus mensenrechten

Als argument tégen het erkennen van dierenrechten wordt aangevoerd dat dieren wezenlijk verschillen van mensen. Natuurlijk zijn er verschillen, maar onderzoek toont aan dat die verschillen veel minder groot zijn dan we lange tijd dachten. Ook dieren zijn bezielde wezens met emoties. Dieren zijn echter niet in staat tot reflectie via het denken, de mens wel.

Overigens gaat het hierbij niet om de erkenning van dezelfde rechten als de mensenrechten. Dieren zitten niet te wachten op het recht van vrije meningsuiting. Dieren hebben behoefte aan telepathisch contact en diereigen communicatie. Dieren willen dagelijks buiten kunnen grazen of scharrelen. Dieren hebben geen behoefte aan bescherming van eigendom, wel aan voldoende bewegingsruimte en ligruimte in de stal.

Enkele van de vrijgegeven dierenrechten hebben overeenkomsten met mensenrechten. Zo wensen zowel dier als mens behoed te worden voor pijnlijke ingrepen en beiden genieten in meer of mindere mate van sociaal contact en natuurlijke paring. 

De rechten van dieren dienen samen te vallen met de aard en het wezen van het dier. 

De Amerikaanse hoogleraar rechtsfilosofie en ethiek Martha Nussbaum aan de Universiteit van Chicago (7) benadrukt dat we ons niet moeten blindstaren op pijn en genot, maar vooral oog moeten hebben voor de intrinsieke kwaliteiten van elk dierenleven. 

Daarnaast wijst ze op de doelen waar elke diersoort naar streeft. Een koe waardeert het eten van gras, het herkauwen van het voer, het voortbrengen en zogen van nageslacht en met anderen samen in een kudde leven. Martha Nussbaum: “Wij mensen zouden de doelen van dieren moeten respecteren en beschermen, niet omdat wíj er iets aan hebben, maar omdat het dier het belangrijk vindt. Wij moeten ervoor zorgen dat dieren kunnen ‘bloeien’ en floreren. Dat ‘bloeien’ wordt gedefinieerd door een lijst positieve capaciteiten, zoals emoties, spel en lichamelijke integriteit.

De benadering dat we dieren zo min mogelijk pijn berokkenen is te beperkt. Dieren die we beperken in hun natuurlijke gedrag hoeven geen pijn te ervaren, maar kunnen toch een ongelukkig leven hebben.”  

Zonder dierenrechten slaat de balans telkens weer door naar economische en commerciële belangen. En zelfs als er wet- en regelgeving is kan het heel lang duren voordat die wordt gehandhaafd. Zo heeft het, ondanks een verbod, tientallen jaren geduurd voordat snavelbranden bij kippen, staartknippen bij varkens en shredderen van jonge kuikens gestopt is. Dat was niet gelukt op basis van ethisch besef alleen, maar juist omdat er eindelijk een verbod was met strafmaatregelen. 

Als dierenrechten ontbreken kan de mens zijn willekeur blijven toepassen en ondervinden dieren doorgaans groot onrecht.

Hartsgesteldheid naar dieren vergroten

Hartsgesteldheid duidt op de gesteldheid van je hart, een innerlijke geestelijke gemoedstoestand. De onmogelijkheid tot het leggen van verbaal contact met dieren hindert een directe communicatie en de interpretatie van hun gedrag. Het gevaar daarvan is dat eigen menselijke emoties geprojecteerd worden op dieren en dat fysiologische verschijnselen ten onrechte psychologisch geduid worden, bijvoorbeeld ‘dit varken is verliefd’ of ‘deze koe denkt daar anders over’.  Desondanks is het wel degelijk mogelijk om het welzijn van dieren in te schatten, zoals via wetenschappelijk gedragsonderzoek en systemische dieropstellingen. Daarnaast is ieder mens in staat om met een geopend hart contact te maken met dieren, vanuit oplettendheid en met aandacht waarnemen en zich laten raken. Dieren zijn in grote mate afhankelijk van onze menselijke gedragingen, hoe wij met ze omgaan. Wanneer wij hen niet met een geopend hart wensen te ontmoeten, kunnen dieren zich lijdzaam gedragen. 

Willen mens en dier in gelijkwaardigheid kunnen leven, dan is in de huidige situatie rechtspraak een noodzakelijk middel om bewustzijn te creëren bij individuen die nog niet in staat zijn om hun hartsgesteldheid te vergroten. Er is immers een groeiende maatschappelijke behoefte op dit gebied. Door de wijze waarop veel regelgevingen juridisch zijn vormgegeven is de rechtspraak momenteel niet bij machte ons mensen een spiegel voor te houden en daarmee onze hartsgesteldheid blijvend te beïnvloeden. 

De dierenrechten die via Marieke de Vrij door haar onstoffelijke begeleiders zijn vrijgegeven hebben dan ook als eerste impuls om de rechtvaardigheid van het hart te doen vergroten. 

Deze rechten zijn niet gebaseerd op commerciële doelen of rechtmatig verkregen jurisprudentie, maar op de innerlijk gevoelde rechtvaardigheid om het samenleven tussen mens en dier zo te schikken dat wederzijds beïnvloedende leefvormen denkbaar zijn, met inachtneming van de wezenlijke constitutie van mens en dier.

De dierenrechten fungeren dan als een moreel kompas bij het nemen van beleidsbeslissingen en zijn gebaseerd op het perspectief vanuit de dieren zelf.

Impact van dierenrechten voor de veehouderij

De vaststelling van dierenrechten, vanuit dierenperspectief, zal voor bestaande veehouderijsystemen grote gevolgen hebben. De meeste systemen zijn namelijk ontworpen voor optimale productieomstandigheden, waarbij dieren zich moeten aanpassen, en niet op basis van de natuurlijke behoefte van het dier. Overigens is er een grote diversiteit aan veehouderijsystemen, van systemen die slechts kleine aanpassingen vragen tot systemen die een complete vernieuwing vragen.

De transitie naar een dierwaardige veehouderij die dierenrechten als vertrekpunt neemt komt niet vanzelf tot stand. Het vraagt inspanningen van boeren, consumenten, overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Een sterke regie van de overheid is daarbij noodzakelijk. Het betreft het verankeren van dierenrechten in de grondwet, een heldere toekomstvisie, financiële prikkels om de transitie mogelijk te maken en om te schakelen naar andere verdienmodellen voor de landbouw, en het stimuleren en zorgdragen dat de dierenrechten ook in andere landen rechtsgeldig worden. Dieren, boeren en burgers hebben allen belang bij een wereldwijde borging van dierenrechten. Te denken valt aan universele welzijnsrechten via VN-verdragen. Op deze wijze voorkom je oneerlijke concurrentie als gevolg van ongelijkwaardige landelijke wetgeving.

Bronnen:

  1. Marieke de Vrij (Stichting De Vrije Mare) en Wim van Oort (Stichting DierenPerspectief): Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief – Universele rechten voor landbouwdieren (2026)
  2. Janneke Vink (jurist, universitair docent en medeoprichter van De Nederlandse Vereniging voor Dierenrecht): The Open Society and Its Animals (2019)
  3. Bart Gremmen (hoogleraar Ethiek in Levenswetenschappen aan Wageningen University & Research): Dierethiek & Veehouderij (2023)
  1. Johan Graafland (hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University: Interview in Trouw (zomer 2023)
  2. Johan Graafland (hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University), Jan van der Stoep (bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan Wageningen University & Research en aan de Theologische Universiteit Utrecht) en Corné Rademaker (zelfstandig dierethicus): Dieren & rentmeesterschap (2025)
  3. Marjolijn de Rooij (oprichter eerste Vakbond voor Dieren): Hoeveel vakantiedagen heeft een varken? (2023)
  4. Martha Nussbaum (hoogleraar recht en ethiek aan de Universiteit van Chicago en eredoctor aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht): Gerechtigheid voor dieren (2023)