Print dit artikel

Samenvatting van het werk van Marieke de Vrij op het thema dierenrechten.

Inleiding
Marieke de Vrij is in staat collectieve velden uiterst gedetailleerd te lezen, waardoor zij beschrijvingen afgeeft van het dierenleven zoals het dier zichzelf beleeft. Binnen de collectieve velden van dieren is het dierenleed sterk toenemend en dat leidt tot degeneratie van diersoorten en ontzield leefgedrag.
Het doorgeven van de Grond-Rechten van het Gedomesticeerde Dier is essentieel om de intrinsieke waarde van het dier beter te begrijpen en te herstellen. Hiermee kan de mens het wezenlijke contact met dieren en de taak van de mens als ‘Behoeder van het Dier’, weer op zich nemen.
De meeste mensen zijn zich nog te weinig bewust van de wederzijdse afhankelijkheid van het dier ten opzichte van de mens. Hij heeft, huisdieren uitgezonderd, nauwelijks contact meer met de werkelijke betekenis die het dier voor de mens heeft.
Het is essentieel, ook voor de mens, dat het dier in zijn wezenskenmerken tot zijn recht komt en gediend wordt. Deze Grond-Rechten van het gedomesticeerde dier kunnen hierbij een ijkfunctie vervullen.

Grond-rechten
1. Het recht er wezenlijk te zijn.
2. Het recht op het volgen van de natuurlijke evolutiedrang.
3. Het recht om met soortgenoten te leven in een eigen gemeenschap.
4. Het recht om zich binnen zijn eigen gemeenschap opgenomen en goed te voelen.
5. Het recht op een zodanige leefsituatie dat het telepathisch contact van dieren onderling niet
overstemd en verstoord wordt.
6. Het recht zich te verlustigen vanuit ‘speelgenot’.
7. Het recht op gezond water en voedsel.
8. Het recht op een natuurlijk dag- en nachtritme.
9. Het recht op beschutting ter overleving van wintertijden of barre weersinvloeden.
10.Het recht op een passende en comfortabele ondergrond qua oppervlakte en grondstructuur, afgestemd
op identiteit, leefwijze en lichaamsbouw, opdat hoeven- en potenstructuur gezond blijven.
11.Het recht op het zelf innemen van voedsel.
12.Het recht alle natuurlijke leeftijdsfases door te maken, wanneer er geen wezenlijke noodzaak is dit
te doorbreken.
13.Het recht op gezondheid bevorderende omstandigheden.
14.Het recht om middels ziekte natuurlijke afweerstoffen op te bouwen of te sterven en daarmee
natuurlijke ras-ontwikkeling mogelijk te maken.
15.Het recht op natuurlijke voortplantingsrituelen en ritmes.
16.Het recht op het ontwikkelen van een soortidentiteit.
17.Het recht om op soort specifieke wijze tot rouwverwerking te komen bij het verlies
van nageslacht, zoals bij misgeboorte, sterfte en weghaling.
18.Het recht op zelfoverleving.
19.Het recht niet onnodig geofferd te worden voor doelen die zijn wezen of het collectieve veld van
soortgenoten ontkrachten.
20.Het recht op behoud van ras- en geslachtsidentiteit.
21.Het recht op dierwaardige vervoerscondities.
22.Het recht op een waardige dood.

Ieder dierenrecht wordt nader uitgewerkt.

Copyright © Marieke de Vrij.

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden