We noemen huisdieren niet voor niets gezelschapsdieren, ze zorgen voor aandacht en gezelschap, belangrijke menselijke behoeften. Maar in hoeverre kunnen wij huisdieren toch een beetje verstikken met onze menselijke aandacht, gezien zijn eigen soort? Uit systemische dieropstellingen blijkt dat dit onbewust toch vaak het geval is.
Soorten
Gezelschapsdieren worden gehouden voor gezelschap, persoonlijk plezier of als onderdeel van het huishouden. De belangrijkste gezelschapsdieren zijn honden, katten, konijnen, hamsters, cavia’s, vogels (parkieten en kanaries), diverse soorten vissen (hoofdzakelijk goudvissen) en reptielen. In 2023 betrof het in Nederland ongeveer 1,8 miljoen honden en 3 miljoen katten. In Europa bezitten ongeveer 160 miljoen huishoudens één of meer gezelschapsdieren.
Domesticatie
De hond is het oudste gezelschapsdier, al meer dan 14.000 jaar gedomesticeerd en qua type verwant aan zijn voorouder de wolf. Het ligt voor de hand dat dit het werk was van de vroege mensheid. Pas vanaf de oud-Romeinse tijd wordt er doelgericht gefokt via kruising en selectie.
De kat is verwant aan de wilde kat en is, relatief, een jong huisdier. In het Nabije Oosten werd ze ruim 10.000 jaar geleden voor het eerst ingezet ter bescherming van de oogstvoorraden tegen muizen en ratten. In het begin werd dit huisdier niet alleen gehouden vanwege haar praktisch nut, maar had ze ook een speciale status en vaak goddelijke betekenis, zoals in het oude Egypte. Daar diende de kat zelfs als gezelschapsdier in het hiernamaals. Gemummificeerde katten waren een populair geschenk voor de vruchtbaarheidsgodin Bastet, afgebeeld als een vrouw met het hoofd van een kat.
Gedomesticeerde dieren onderscheiden zich van de wilde soortgenoten door hun afhankelijkheid van de mens. Dit betreft o.a. zorg voor voedsel, huisvesting en genegenheid. Andere verschillen zijn een vroegere geslachtsrijpheid, een hogere vruchtbaarheid en een reproductiecyclus die los staat van de afhankelijkheid van de seizoenen. Verder valt op dat de lichaamsvormen van de verschillende rassen binnen een soort een grote verscheidenheid vertonen, in vergelijking met in het wild levende soortgenoten. Van groot tot klein, van gedrongen tot langgerekt, dik of slank en lang- of kortpotig. Bij honden is dat het meest prominent.
Zielsgesteldheid
De zielsgesteldheid van de verschillende soorten gezelschapsdieren varieert enorm. De hond heeft, in tegenstelling tot de kat, zijn instinctwezen sterk onder de leiding van de mens geplaatst. Een opgevoede hond gehoorzaamt aan iedere instructie van de mens. Katten hebben evolutionair hun wildheid sterker behouden. Veel katten leven als het ware twee levens. In huiselijke kring is ze slapend en spinnend aanwezig, kinderen vermakend met haar spel, en knuffelig. Als ze de ruimte krijgt leeft ze haar nachtelijke activiteiten uit buiten het gezichtsveld van de mens. Ze volgt haar jachtinstinct en gaat sluipend op pad naar prooi, niet alleen muizen en ratten, maar ook vogels die op de grond of in bomen en struiken nestelen. Bij de hond is het de buitengewone reukzin die iedere nuance waarneemt en lichaam en ziel activeert, bij de kat is het ‘het op nachtzien’ gespecialiseerde gezichtsvermogen.
Marieke de Vrij zegt daarover: Er zijn diersoorten die zich gedeeltelijk opofferen voor mensen, met name richting kinderen die basisbehoeften als aandacht en geborgenheid missen. Dat voelen ze aan. Deze dieren zijn extra knuffelbaar en toegenegen aan kinderen om hen warmte te geven. Maar, als dieren behandeld gaan worden als mensen en te sterk op mensen gaan lijken, gaat het mis. Dieren waarvan een sterk aanpassingsgedrag verwacht wordt, zijn moe van de aanpassingen die ze dienen te maken, om voor de mens bekoorlijk te zijn. Dat maakt dat ze op een dieper niveau vereenzamen.
Bewegingsvrijheid
Marieke de Vrij: Als je een dier in huis wilt nemen, dan liefst meer dan één dier van een soort. Twee katten, twee honden of twee konijnen, zodat ze een gelijke naast zich hebben. Voor hun ontwikkeling is dat van essentieel belang. Daarnaast is het belangrijk om ze de ruimte en de nodige leefomgeving te bieden. Het is echt dieronwaardig om een konijn te huisvesten in een klein konijnenhok. Een konijn dient naast een nachthok ook te beschikken over een buitenruimte, waar het kan rennen, springen, graven en grazen. Kun je dat niet bieden, dan kun je beter geen konijnen nemen. Een alternatief is adoptie van een konijn op een kinderboerderij. Ook honden moeten buiten kunnen rennen. Dus als je niet in de gelegenheid bent om je honden drie keer daags uit te laten kun je beter geen honden nemen.
Dieren hebben net als mensen de behoefte aan een ‘uitgestrekt’ bestaan. Dat wil zeggen de behoefte om maximale ruimte in te nemen, waardoor je innerlijke zijn letterlijk door uitstrekking weer doorbloed raakt. Veel dieren hebben weinig bewegingsvrijheid en leven te benauwd om zich dierwaardig te voelen. Een konijn of cavia in een hok gaat vaak aan eentonigheid ten gronde.
We staan er nauwelijks bij stil dat we een dier afhankelijk maken van onze aandacht, en dat een dier te weinig prikkels krijgt om zichzelf te vermaken of zichzelf op een natuurlijke manier bijzonder te achten. Een dier dat zichzelf is, heeft een diep aanvaardingsniveau, maar een dier dat de hele dag door in een radje of kooitje rondjes loopt wordt daar horendol van. Het bewegingsritme raakt sterk verstoord.
Dat kinderen van alles aan dieren beleven is begrijpelijk, evenals dat sommige dieren zich daar ook echt aan geven. Een dier heeft er zelf ook baat bij als een kind blijk geeft van grote empathie, maar, als dat wegvalt blijft een verweesd dier achter.
Huisdieren activeren ontspanning tijdens de nachtrust
Marieke de Vrij: In huizen waar huisdieren overnachten, slapen mensen vaak beter. Een hond is waakzaam en maakt de menselijke slaper dus geruster. Katten hebben een diepe slaap nodig als herstelvermogen voor hun dagelijkse alertheid, en dat maakt dat hun energieveld wat ze daarmee creëren ook verdiepte rust overbrengt bij de mens. Marmotten maken een licht snorrend geluid dat een lichte resonantie veroorzaakt, hetgeen kinderen in hun slaap een verdiepte rust geeft om hun gedachten uit te schakelen.
Hamsters hebben een minder gunstige uitwerking. Ze zijn overdag uiterst bedrijvig en laden hun oplaadstation ’s nachts weer op met kortdurende slaapjes, afgewisseld door oprispingen en een monter gevoel, dat vervolgens weer afzakt tot verdiept slapen of uitrusten. Deze onrust gaat op kinderen over. Hetzelfde geldt voor kinderen die muizen houden. Muizen vertonen ‘oprispend’ gedrag, met als gevolg dat ze constant van richting veranderen.
Vogeltjes in kooien vertonen veel ‘uitkijkgedrag’, het worden kijkers in plaats van vliegers. Veel kooien worden ’s nachts donkerder gemaakt door er een kleedje overheen te leggen waardoor ze gaan slapen. Vogels gaan overdag niet zomaar slapen maar ’s nachts kennen ze wel een diepe slaap, mits ze in een veilige omgeving zijn. Dit bevordert indirect het slaapgedrag van de eigenaar.
Huisdieren bevorderen het slaapgedrag, omdat ze de ontspanning activeren. Het sterkst is dit bij honden, katten en marmotten.
Dilemma’s
Een hond die uitgelaten rent en een kat op jacht naar prooi zijn uitingen van natuurlijk gedrag. De band die mens en dier hebben opgebouwd maakt dat deze dieren toch telkens weer naar huis terugkeren. En uiteraard maakt onze manier van voeren ze afhankelijk.
Wanneer een mens uit dierenliefde het dier zijn eigenheid en natuurlijk gedrag gunt, schept hij vrije ruimte en mogelijkheden om meer diereigen te bewegen en zelf voedsel te vergaren. Dat levert echter ook dilemma’s op.
Katten jagen op muizen, maar ook op vogels. Vanuit de natuurbescherming wordt hier herhaaldelijk op gewezen. Het gaat om honderdduizenden vogels per jaar die door katten gedood worden. Is dat een natuurlijk gevolg dat we moeten accepteren of heb je daar als eigenaar een verantwoordelijkheid in?
Katten houden van spelen en doden prooi veelal vanuit een speelinstinct en niet omdat het een voedselbron is. Dit onderscheid kan van belang zijn in het afwegen of je de kat altijd zijn gang laat gaan, of specifieke maatregelen moet nemen, zoals katten binnen houden tijdens het uitvliegseizoen van jonge vogels, voederplaatsen onbereikbaar maken voor springende katten en nestkastjes op minimaal 2 meter hoogte hangen. Veel katten zijn ook gewoon overvoerd, zodat ze niet verder komen dan met het gevangen vogeltje te spelen totdat het sterft. Er is geen zelfbelevingsgevoel om het dier te nuttigen en geen besef van wat het spelen met de muis doet.
Behoeden voor vermenselijking
Ondanks dat gezelschapsdieren gehouden worden voor persoonlijk plezier of als een huisgenoot is het van belang ze geen menselijke eigenschappen en emoties toe te kennen, hoe verleidelijk dat ook is. Dieren hebben andere instincten en manieren van voelen dan mensen. Een konijn wil niet opgepakt, een hond wil geen kleding aan, en de meeste dieren hebben geen probleem met een beetje regen en een natte vacht.
Dieren hebben geen baat bij menselijke projecties. Laat dieren in hun wezen, laat ze dier zijn. Vraag je af of jouw menselijke behoeften niet op een andere wijze bevredigd kunnen worden. Gezelschapsdieren op laten draaien voor je eigen belang komt hun welzijn en je eigen persoonlijke ontwikkeling niet ten goede. Benut liever hun spiegelende vermogen en word je bewust van wat ze je laten zien en te vertellen hebben.
Dat wil overigens niet zeggen dat we geen gezelschapsdieren meer zouden moeten houden. Huisdieren kunnen van fysieke en emotionele waarde zijn en hebben daartoe ook een zekere ‘offeringsbereidheid’. Dagelijks met een hond wandelen dwingt ons en de hond om in beweging te komen en frisse lucht op te snuiven. En niet te vergeten de sociale interactie tussen hondeneigenaren in de buurt en tussen de honden onderling. Huisdieren kunnen van grote waarde zijn voor eenzame ouderen, het ontwikkelen van zorgkwaliteiten, en de emotionele ontwikkeling van kinderen.