Marieke de Vrij heeft in 2001 vanuit de onstoffelijke wereld een 22-tal dierenrechten doorgekregen om vanuit dierenperspectief zichtbaar te maken wat landbouwdieren nodig hebben om de mate van hun offerbereidheid intact te laten. Deze zijn globaal te verdelen in 7 categorieën:
Intrinsieke waarde en evolutionaire ontwikkeling
- Het recht op erkenning van het specifiek en wezenlijk waardevolle zijn van het dier (erkenning van de intrinsieke waarde).
- Het recht op het uiten van natuurlijke evolutiedrang; in vrijheid zichzelf zijn en zijn eigen aard kunnen ervaren en voortzetten binnen de eigen soort met behoud van specifieke ras-identiteit.
Sociaal-emotionele behoeften
- Het recht om met soortgenoten te leven in een eigen gemeenschap (in relatie tot onderlinge herkenning, natuurlijke ordening en voorbeeldfuncties).
- Het recht op een leefsituatie die telepathisch contact van dieren onderling mogelijk maakt (niet overstemd of verstoord).
- Het recht om nageslacht op lijfelijke wijze te koesteren.
- Het recht op soortspecifieke rouwverwerking bij verlies van nageslacht, partner en soortgenoten.
- Het recht op speelgenot ervaren door zintuiglijke prikkeling, zelfgenoegen ervaren in relatie tot zichzelf en soortgenoten.
Leefomstandigheden
- Het recht op gezond water, vrij van verontreinigingen, en natuurlijk
- Het recht om zélf op natuurlijke wijze water en voedsel in te nemen.
- Het recht op beschutting om barre weersinvloeden (regen, winterse kou en zomerse straling en hitte) te weerstaan en te overleven.
- Het recht op een passende ondergrond om degeneratie, poot-, hoef- en klauwproblemen te voorkomen.
- Het recht op een leefwijze waarbij het natuurlijke dag- en nachtritme en de kosmische cycli van de seizoenen ervaren kunnen worden.
Gezondheid
- Het recht op gezondheid bevorderende omstandigheden (inrichting verblijfsruimten en bij voorkeur natuurlijke voedingssupplementen en/of medicatie).
- Het recht op de opbouw van natuurlijke afweerstoffen (ziek mogen worden voor de opbouw van weerstand en gezonde ras-ontwikkeling).
- Het recht op dierwaardige vervoerscondities (veetransporten).
Voortplanting
- Het recht op natuurlijke voortplantingsrituelen en ritmes.
Identiteitsbehoud en waardigheidsbeleving
- Het recht op behoud van ras- en geslachtsidentiteit.
- Het recht om zich binnen de eigen gemeenschap opgenomen te voelen.
- Het recht om alle kenmerkende leeftijdsfasen door te maken.
- Het recht niet onnodig gebruikt te worden voor doelen die zijn wezen of het collectieve veld van soortgenoten ontkrachten (dierproeven en genetische manipulatie) en op zuivere omgang met de mate van offerbereidheid van het dier.
Levenseinde
- Het recht op een zelfgericht leven en natuurlijk levenseinde.
- Het recht op een wezen-waardige dood wanneer doden of slachten onvermijdelijk is.