Elk dier heeft een eigen intrinsieke waarde en is in zijn natuurlijke aard en wezen perfect. Ieder dier is geschapen met een specifiek en wezenlijk waardevol doel, anders dan tot louter productiemiddel te verworden.
Intrinsieke waarde van het dier
Erkenning van de intrinsieke waarde en de integriteit van het dier betekent respect hebben voor de eigen waarde van het dier als een wezen met gevoel dat pijn en plezier kan ervaren. Voorkomen moet worden dat dieren pijn lijden, en emotionele situaties die door het dier als positief ervaren worden, moeten gestimuleerd worden. Dat betekent ook het respecteren en erkennen van de waarde van alle lichaamsdelen, inclusief de hoorns bij runderen en geiten, staarten bij varkens, snavels bij kippen en sporen bij hanen.
De intrinsieke waarde van dieren werd al genoemd in de Wet op de dierproeven (1977) en is opgenomen in de Wet Dieren (2013), maar wordt in de praktijk nog steeds niet volledig nageleefd.
Erkenning van de intrinsieke waarde van dieren start met het waarnemen en beschrijven van specifiek diereigen gedrag, hun karakter- en wezenskenmerken. Pas als je je innerlijk eigen maakt wat een dier écht betekent zie je zijn waarde, en neem je die waarde ook zelf over. Alle karaktereigenschappen van dieren zijn op een onderbewust niveau ook in mensen aanwezig. Mensen hebben de dieren nodig om te komen tot een diepere substantiële kennis van het eigen zelf. Dieren openen via spiegeling onbewuste lagen die mensen zelf nauwelijks herkennen.
Wezenskenmerken van koeien
Marieke de Vrij: In wezen is de koe vanzelfsprekend afgestemd op haar natuurlijke omgeving. De koe heeft een energetisch aanvoelingsvermogen ontwikkeld, waarmee zij de beperking van haar omgeving kan inschatten en ook de weidsheid van de ruimte die zij mag belopen. Dat houdt in dat je bij koeien in het algemeen geen opstandig gedrag kan verwachten in de zin van uitbreken uit de stal of wei. Het kan wel zijn dat zij grote aanpassingsmoeilijkheden hebben als de ruimte te beperkt is, omdat zij zich gedragsmatig moeten aanpassen, tegen de eigen wil in. Overigens zijn koeien bovenal gehoorzaam.
Een koe wil andere koeien vergezellen, maar er niet in opgaan. Met andere woorden, zij is wel meebewegend met anderen, maar niet ten koste van haar eigen wezen. Zij blijft dus ergens een solist. Zij kan samengaan, maar zij kan niet inleveren, dat past niet bij haar innerlijke structuur.
Het is een volgzaam, gehoorzaam dier, dat zich makkelijk, ritmegevoelig beweegt als andere koeien met haar oplopen. Als het haar aangeleerd wordt om zich bijvoorbeeld in een bepaalde formatie aan te melden om gemolken te worden, dan pakt zij dit na een aantal keren vrijwillig op en doet dat dan als vanzelfsprekend. Dat is vrij ongewoon in dierengedrag. Een koe kun je dat aanleren.
De koe is een dier dat een grote behoefte heeft aan heel veel ruimte boven haar lijf. Zij wil vrije lucht ervaren. Voor haar is het beklemmend om heel dicht boven haar hoofd een begrenzing te vinden. Veel andere dieren hebben daar minder moeite mee. Een koe zoekt niet snel beschutting als het afdak te laag is. Zij heeft behoefte aan ruimte tussen het bovenlichaam en dat wat daarboven is, liefst vrije lucht. Runderen houden van schommelend bewegen en willen daarom ook in het horizontale vlak voldoende ruimte hebben voor dat gedrag.
Koeien houden ervan om te turen. Turen is een genoegzame gesteldheid, zeker als zij zich verbonden weten met de anderen in hun omgeving, zonder direct contact te behoeven, maar toch hun aanwezigheid indirect te voelen. Vanuit afzondering verbonden de ruimte in te kijken, zonder dat ze wat hoeven. Dat alles past heel erg bij de gesteldheid van de koe.
Ze houden er ook van om tijdens het liggen de huid aaiend te prikkelen door met de onderbuik schurend over grassen en planten heen te gaan. Door af en toe een beetje op te schuiven en te verliggen laten ze zich ‘aaiend’ prikkelen en dat doet ze goed.
Een beetje gekriebeld worden door insecten vinden ze aangenaam. Het wiebelen met het hoofd, omdat er bijvoorbeeld vliegen achter het gebied van de oren zitten, vinden ze lang niet altijd lastig zolang de nek soepel kan bewegen en geen onrustige afstotingsbewegingen maakt. Een overmaat aan prikkels maakt wel moe.
Koeien houden niet van overhaast eten en drinken. Water nemen ze slurpend op. Eten moet een genoegen zijn. Smakken en het voer deels kwijlend uit hun bek laten druipen tijdens het eten is echt een genoegen. Als ze te overhaast moeten eten, niet rustig de smaak van het voer meermalen door hun mond heen mogen laten gaan, is de voedselopname niet genotvol. Ze willen in herhaling proeven én kwijlen én geluid maken tijdens het eten.
Koeien zijn er dol op om vloeiende waterstromen te beluisteren en houden van glooiende landschappen. Ze vinden wolkenpartijen die voorbijtrekken uiterst boeiend van aard en het geeft hen de beleving mee te mogen deinen in de natuuraard waarbinnen zij zich bevinden. Dat is ontluchtend voor spanningen.
Runderen onthoornen
Koeien hebben van nature hoorns. Toch is de algemene zienswijze in de gangbare veehouderij dat het onthoornen van koeien en kalveren noodzakelijk is, en zelfs hun welzijn bevordert, omdat ze minder verwondingen oplopen. Het tegendeel is waar. Onthoornen tast de eigenheid en integriteit van het dier aan, zowel fysiek als gedragsmatig. Het komt tegemoet aan een veehouderijsysteem waar economische belangen zwaarder wegen dan dierenwelzijn, een systeem waarin dieren nauwelijks ruimte krijgen om zich te uiten en te zijn wie ze zijn. De effecten zijn veel verdergaand dan we ons realiseren en vragen een andere aanpak.
Tot in de jaren zeventig hadden de meeste koeien nog hun karakteristieke hoorns. Door uitbreiding van de veestapel kwamen er meer koeien per landoppervlak en staloppervlak, met als gevolg dat onderlinge rivaliteit toenam en koeien regelmatig verwondingen opliepen bij onderlinge confrontaties. Dat was voor veehouders aanleiding om de hoorns preventief te verwijderen, deze af te zagen met een draadzaag. Ook werd in die periode de traditionele grupstal, waar koeien in de winter naast elkaar staan en hun vaste plek hebben, vervangen door een loopstal waar koeien dag en nacht vrij rondlopen en zelf een voerplek en rustplek uitkiezen. Als gevolg van fysieke confrontatie bij het instellen en in stand houden van de sociale rangorde, en bij de competitie om voer- drink- en rustplekken, ontstond er meer ernstig letsel. Dominante koeien hebben de gewoonte om ‘zwakkere stalgenoten’ op afstand te houden, vaak op hardhandige wijze door met hun hoorns tegen de uiers te stoten. In het open veld kunnen minder dominante koeien zich dan uit de voeten maken, maar in de nieuwe staltypen kan dat onvoldoende. Tevens bleven koeien met grote hoorns wel eens vastzitten in het voerhek. De voerhekken die worden gebruikt zijn meestal niet geschikt voor gehoornde dieren. Dat was een nieuwe aanleiding om hoorns af te zagen. Een extra argument voor onthoornen van koeien is de veiligheid van de boer.
Koeienhoorns afzagen aan de basis voorkomt doorgroei, maar is zeer pijnlijk en gaat meestal gepaard met een spuitende bloeding. De meeste veehouders kiezen toch voor onthoornen omdat de dieren in grotere groepen ‘socialer’ gedrag vertonen en zowel elkaar als de veehouder minder verwondingen toebrengen. De uitwijkafstand bij onthoornde koeien is aanzienlijk kleiner. De koeien nemen dus minder eigen ruimte in als zij geen hoorns hebben dan wanneer zij wel hoorns hebben. Voor de hedendaagse bedrijfsvoering is dit een voordeel, niet voor het welzijn van de koe.
Na de geboorte van een kalf is de ‘beenpit’, ook wel ‘hoornpit’ genoemd, al te zien. Normaal gesproken groeien de hoorns vanaf het eerste jaar geleidelijk uit. Ter voorkoming van de eerder beschreven problemen, alsmede de pijnlijke en bloederige aanpak, wordt sindsdien bij veel kalveren kort na de geboorte de hoornpit standaard verwijderd. Dit is in Nederland toegestaan tot een leeftijd van 2 maanden. Behandeling vindt plaats via een thermocauter of brandijzer na plaatselijke verdoving. Het onthoornen veroorzaakt stress en pijn. Direct waar te nemen pijnsignalen zijn het flapperen met de oren, schudden met de kop, schuren met de kop en minder eetlust. Andere gevolgen zijn een versnelde ademhaling en hartslag, meer stresshormonen in het bloed, een verhoogde pijngevoeligheid rondom de hoornpitten en minder groei.
Marieke de Vrij: Door het onthoornen worden de belangrijkste functies van de hoorns ernstig belemmerd of tenietgedaan. De zenuwuiteinden die onder de hoorns liggen, hebben een bijzonder fijnzinnige sensorische functie op het niveau van afstemming. De koe kan daarmee afstand bepalen en energetisch screenen. De hoorns geven de koe daarmee het vermogen om via een fijne sensorische gevoeligheid afgestemd te zijn op de omgeving waar zij zich bevindt. De hoorn is de bescherming voor die zenuwen, zoals wij mensen bijvoorbeeld nagels hebben ter bescherming van onze gevoelige vingertoppen en tenen. Het onthoornen staat dan in direct verband met het thema ‘levensremming’, omdat de hoorns de vitaliteit versterken via de sensorische zenuwuiteinden die eronder liggen. Wanneer die weggehaald worden vermindert de aanvoelingsvitaliteit, het aanvoelingsvermogen, van de koe. Zij gaat langzamer bewegen dan dat zij oorspronkelijk doet.
In wezen is de koe vanzelfsprekend afgestemd op haar natuurlijke omgeving. De horens spelen een belangrijke rol bij het energetisch aanvoelingsvermogen, waarbij zij de beperking van haar omgeving inschat en de bewegingsvrijheid die haar dat laat, bepaalt. Door het onthoornen neemt de vanzelfsprekende ‘tastzingevoeligheid’ over het hele lichaam van de koe af. Ook de hoeven en andere plekken die gehoornd zijn, en die normaal bescherming bieden aan fijnzintuiglijke zintuigen, lijden mee door het verlies van de hoorns en de afbraak die op de zenuwuiteinden plaatsgevonden heeft. Onthoorning roept algehele matheid op. Ook het richtingsgevoel van de dieren wordt meer diffuus en daardoor meer onzeker. Bij volwassen koeien die onthoornd worden, maar waar de zenuwen niet ‘uitgeboord’ worden, zie je dat ze lakser worden in bewegen en zich minder kunnen concentreren op hun richting (levert vermoeidheid op) en minder afgestemd zijn. Ook de vergeetachtigheid neemt toe, doordat het herinneringsvermogen (van het ergens op afgestemd zijn) vervalt. Door het onthoornen is er geen gezond afscheidingssysteem meer tussen de zenuwuiteinden en de omgeving waarin ze verkeren. Daarom zijn deze dieren vaak ook heel lusteloos en niet ‘aanspreekbaar’ en hebben ze de neiging hun hoofd dieper te laten hangen dan dieren die de hoorns nog hebben, of in een eerder stadium onthoornd of ontpit zijn. Er ontstaat een extra vermoeidheid van het hoofd als gevolg van de open zenuwmassa die dan nog maar een kleine afdichting heeft. Van nature hoorndragende dieren zijn door het onthoornen een minder lang leven beschoren.
Ingrepen op jongere leeftijd leiden tot een diepe beschadiging van het vertrouwen dat dieren normaal gesproken hebben in hun omgeving. Dit veroorzaakt trauma’s die tot op zielsniveau doorwerken en maakt dat in hun collectieve veld de groepsgeest een steeds diepere inetsing van traumata ondervindt, trauma’s die tijdens het aardse leven zelf niet meer te herstellen zijn.
Koeien worden onthoornd om te voorkomen dat ze elkaar verwonden of elkaar op storende wijze benaderen en bejegenen, maar dat is meestal een gevolg van de wijze waarop ze gehuisvest worden en hoe we met hen omgaan. Onthoornen wordt beargumenteerd vanuit welzijnsoogpunt, omdat we denken dat ze elkaar dan minder verwonden, maar in feite is het een ernstige vorm van aantasting van hun welzijn. Bij voldoende leefruimte en een omgeving waarin ze onderling op natuurlijke wijze sociaal gedrag kunnen vertonen is het onthoornen geen noodzakelijkheid, maar eerder een kwaad.
Er zijn enkele van nature hoornloze koeienrassen, zoals de Aberdeen Angus en Galloway die hoornloze voorouders hadden. Daarnaast zijn er door selectieve fokkerij hoornloze varianten van andere rassen ontstaan, zoals Holstein-Friesian, Fleckvieh, MRY en Jersey. In het in 2025 opgestelde Convenant Dierwaardige Veehouderij is de afspraak gemaakt om het onthoornen van kalveren vanaf 2040 te verbieden. Waar de veehouderij nu op inzet is het versneld fokken van hoornloze runderen. Vanuit dierenperspectief is dit een zeer onwenselijke zaak omdat de vele functies die de hoorns hebben daarmee verloren gaan. Hoornloze rassen fokken is vanuit dierenwelzijn bezien een zeer verwerpelijke keuze.
Een koeienhoorn bestaat grofweg uit drie lagen:
- Een benige kern, botweefsel aan de binnenkant van de hoorn, een holle uitstulping die uitgroeit vanuit de schedel;
- Een hoornmantel, de buitenste harde laag van keratine;
- Een tussenliggende levende laag met bloedvaten en zenuwen, ook wel lederhuid genoemd.
Marieke de Vrij: Naast de eerdergenoemde functies zijn hoorns kosmische antenne stations, vergelijkbaar zoals wij onze kruinchakra hebben. Met die hoorns zijn ze in staat om kosmische energieën binnen te laten, bundelgevoelig, zoals mensen levensenergie (prana) ontvangen via hun kruin. Dat een hoorn verhard weefsel is wil niet zeggen dat het geen kosmische energieën toe kan laten.
Een koe staat ongelooflijk goed uit met de kosmische constellatie aan het hemelgewelf, wat maakt dat hij daardoor één van de meest zijnskrachtige dieren is die zo in rust, haast zen, in een weiland of op stal staat. Maar de prana-aanvoer om goed gematcht in een zijnsconstitutie te blijven komt niet alleen uit de horens voort.
Die tussenliggende laag met bloedvaten in hoorns van koeien speelt een belangrijke rol bij de stofwisseling. Bij het herkauwen kan deze meer dan 10 graden warmer worden dan de omliggende huid.Rudolf Steiner, de grondlegger van de Biodynamische landbouw, zegt daarover: “Daar waar een hoorn of een hoef groeit worden stromingen naar buiten geleid. Dit zijn niet per se vloeistof- of luchtstromen, het kunnen ook krachtstromen zijn. Een koe heeft horens om daarmee diep naar binnen te sturen wat astraal-etherisch vormend moet doorwerken tot in het spijsverteringsorganisme, met name door de straling die van de horens en hoeven uitgaat. Daardoor ontstaat er een grote bedrijvigheid in het spijsverteringsorganisme. Heel anders is het met geweivorming, daar worden bepaalde krachtstromen die in het gewei gezeteld zijn juist een stuk naar buiten geleid. Bij een hert is dat anders. Een hert heeft een sterke communicatie met zijn omgeving doordat het bepaalde krachtstromen naar buiten stuurt en meeleeft met zijn omgeving. Het neemt via het gewei alles op wat organisch in zijn zenuwen en zintuigen werkt. Zo wordt het net als alle dieren die een gewei dragen, doortrokken van een lichte nervositeit, wat al aan hun ogen te zien is.”
Hoe moeten we dit zien?
Het voer dat runderen opnemen wordt in de magen en darmen ontleed tot anorganische mineralen. Complementair aan dit afbraakproces is de levensstroom van het bloed, die de in anorganische toestand gebrachte stoffen beschikbaar maakt voor opbouwende processen van het lichaam. In ongeveer 2/3 van de hoorn bevindt zich sterk doorbloed levend weefsel waar dit bloed passeert en waar ook uitwisseling van mineralen en krachten plaatsvindt. Tijdens het herkauwen vindt extra stuwing van bloed plaats, waarbij het bloed ook door het weefsel van de hoorns stroomt. Daardoor worden de hoorns warm. De hoorn kan gezien worden als een soort voorraaddepot van mineralen. In het speeksel van de koe zitten enzymen die gebruik maken van het voorraaddepot van mineralen in de hoorns. Zo wordt o.a. natriumbicarbonaat gevormd door de enzymen in het speeksel. Koeien hebben dat nodig om de pens te stabiliseren, met name als het voedsel dat ze eten te weinig structuur bevat. Hoorns van koeien hebben ook jaarringen. Die ontstaan doordat koeien rond de geboorte van hun kalf extra mineralen putten uit hun hoorndepot.
De hoorns van koeien hebben dus meerdere functies:
- Ze geven het dier status, een gestalte die verder gaat dan de compactheid van het fysieke lichaam;
- Ze zijn een instrument om zich te verdedigen bij ongewenste situaties en dragen daardoor bij aan een gevoel van veiligheid;
- Ze hebben een omgevingswaarnemingsfunctie, kunnen met hun hoorns een breder gezichtsveld waarnemend aanvoelen;
- Ze spelen een belangrijke rol bij de stofwisseling, hebben een verbinding met de magen;
- Ze hebben een antennefunctie met de kosmos bij het opvangen van kosmische energie (prana) ter bevordering van hun vitaliteit en tevredenheid.
Pijnbestrijding na het onthoornen gebeurt nog immer op basis van vrijwilligheid. In Nederland is met de sector afgesproken dat er wordt ingezet op alternatieven, zoals het versneld invoeren van hoornloze dieren en het ontwikkelen van andere houderijsystemen, waardoor onthoornen minder noodzakelijk wordt. Zoals we eerder bespraken is vanuit de waardigheid van het dier het fokken van hoornloze rassen geen optie. De functies die de hoorns hebben worden dan sterk belemmerd of tenietgedaan. Het aanpassen van de stalsystemen waar runderen weer ruimte krijgen voor hun natuurlijke gedrag is een betere optie.
De huidige loopstallen zijn beter aangepast, met meer loop- en ligruimte, bredere loopgangen en meer doorgangen, maar dat heeft nog niet geleid tot het stoppen van de preventieve verwijdering van horens. Op kleine schaal wordt wel geëxperimenteerd met hoorndoppen, onder andere messing doppen die op de hoorn van de koe worden vastgezet. Op deze wijze verminderen ze verwondingen bij mededieren van de kudde, maar wat de overige effecten zijn is nog onduidelijk. Messing is een legering van koper en zink. Koper geleid straling prima, maar zink stoot straling af, weerhoudt kosmische straling.
Wezenskenmerken van het varken
Marieke de Vrij: Varkens zijn aanhankelijke en nieuwsgierige dieren, met een heel goed geheugen. Ze zijn zeer intelligente dieren en de fijnheid van hun weefselstructuur vertoont overeenkomsten met menselijk weefsel. Als een varken door zijn intelligentie iets nieuws ontdekt, vindt hij het een groot genoegen om met dat nieuwe een tijdje te spelen en het net zolang te herhalen tot hij het zat is. En dat kan lang duren, vergelijkbaar met een mens die vanuit zijn intelligentie ergens enthousiast door raakt; dan wil ook hij daar voortdurend en in herhaling over spreken en zich daarin vaak groter maken dan hij is.
Varkens zoeken elkaars gezelschap op en hebben veel lichamelijk contact met elkaar. Wanneer ze rusten gaan ze graag tegen elkaar aanliggen.
Ze zijn sterk voorbijziend aan mogelijkheden die hun ter beschikking staan, waardoor het des varkens is soms door te hollen en te vergeten tijdig stil te staan. Zijn genoeglijke ervaringen stralen door tot in zijn lendenen. Mensen tonen hun enthousiasme meestal aan de bovenkant van hun lichaam, in de mimiek van hun gebaren, in het uitstrekken van de romp en in drukke bewegingen. Maar het heeft niet díe lust en het speelse genoegen dat het varken kenmerkt, als dat enthousiast raakt over iets. In wezen is ons belevingsveld niet echt anders dan bij het varken, maar wij zetten al gauw een mentale domper op ons belevingsveld. Varkens geven er een heel lijfelijke uitdrukking aan, iets wat wij zelf ook zouden kunnen, maar onszelf niet toestaan. In andere culturen zie je dat wel. Kijk bijvoorbeeld naar hoe Surinaamse en Afrikaanse vrouwen zich bewegen, die doen dat met heel hun lijf. Zij wónen echt in hun lichaam. In wezen hebben wij die aanleg ook, maar we worden zo door ons denkvermogen overheerst, dat we onze begeestering veel te star en stijf uitdrukken. Varkens spiegelen dat.
Castratie van biggen
De meeste mannelijke biggen, beertjes genaamd, worden gecastreerd. Daarbij worden de ballen van het geslachtsorgaan verwijderd. De belangrijkste reden voor castratie is dat vlees van gecastreerde biggen in het buitenland makkelijker verkocht kan worden. Het vlees van mannelijke varkens kan een nare geur verspreiden als het verhit wordt. De kans hierop is overigens erg klein, maar vanuit exportoverwegingen vindt het toch plaats.
Castratie is een traumatische ingreep die langdurige pijn en stress veroorzaakt. Sinds 2009 mogen biggen alleen gecastreerd worden onder verdoving. Dit maakt de ingreep minder pijnlijk, maar helpt niet tegen de angst die biggen ervaren. Sterker nog, de verdoving die bewusteloosheid veroorzaakt is eveneens bijzonder stressvol, een ervaring van verstikking. Biggen worden ondersteboven in een trechter vastgezet, waarin ze CO2 inademen. Na een halve minuut zijn de biggen bewusteloos en kan de castratie plaatsvinden. Biggen hebben vaak na de castratie nog last van pijn. Daarom is het sinds 2020 in Nederland verplicht om biggen een injectie te geven voor deze napijn. Pijn na castratie kan erg lang aanhouden. Een dag na de ingreep zijn de dieren nog van slag. Ze trillen, zijn minder actief en zonderen zich af van hokgenoten.
Castratie heeft ook invloed op het gedrag van de varkens. Mannelijke varkens kunnen van nature agressief reageren als ze gefrustreerd zijn, ze bespringen dan andere varkens of lokken gevechten uit. Castratie voorkomt dat varkens hun frustratie uiten, maar doet niks aan de oorzaken van die frustratie. Verbeteringen in de stal, zoals schone lucht en meer ruimte, voorkomen agressief gedrag van mannelijke varkens. Daar is geen castratie voor nodig.
Couperen van biggenstaartjes
Met hun staart laten varkens zien hoe ze zich voelen. Een vrolijk en blij varken kwispelt met zijn staart. Met zijn staart kan hij een hele reeks emoties tonen. De staart is voor een varken ook een lichaamsdeel dat gebruikt wordt bij het uitzetten van zijn territorium. Bij het uitzetten van reukgeuren halen natuurlijk levende varkens bewust hun staart door hun mest.
De staart van het varken wordt in de huidige varkenshouderij ‘kortstompig’ gehouden ter voorkoming van staartbijten. Kort na hun geboorte wordt deze verwijderd. Staartbijten ontstaat vooral bij gebrek aan afleiding en te weinig bewegingsruimte.
Knippen en slijpen van hoektanden bij biggen
Het knippen van hoektanden bij biggen was lange tijd een procedure waarbij de scherpe punt van de hoektanden van een big werden afgeknipt met een tandenknipper. Dit werd gedaan om beschadigingen van de uier en de spenen van de zeug te voorkomen, en verwondingen bij nestgenoten. Door beschadigingen van de spenen is de zeug minder geneigd om haar biggen te laten drinken, omdat zogen pijnlijk is. Dit wordt nog versterkt door biggen die niet voldoende melk krijgen en daardoor langer op de spenen blijven zuigen en kauwen. Verwondingen van nestgenoten vinden vooral plaats tijdens het vechten om toegang tot de spenen.
Deze procedure is controversieel vanwege pijn en risico op infecties en is sinds 2009 in Nederland verboden. Vijlen is nog wel toegestaan, maar is eveneens stressvol. Biggen worden met hun mond wijd open vastgehouden, terwijl een draaiende slijpsteen langs hun tanden gaat. Regelmatig gaan varkenshouders te lang door met slijpen, waarbij soms ook het tandvlees en de tong geraakt worden. De stompjes tand zijn vaak pijnlijk.
Speenverwondingen zijn het gevolg van te veel biggen per worp, waardoor de biggen moeten vechten om een speen te bemachtigen. Door fokprogramma’s is het aantal biggen per worp toegenomen, nu al gemiddeld 16 per worp, terwijl het aantal spenen onvoldoende is om alle biggen gelijktijdig te zogen. Als zeugen minder biggen krijgen, waarop te fokken valt, kunnen alle biggen in rust hun buik voldrinken.
Wezenskenmerken van de kip
Marieke de Vrij: Kippen kunnen wispelturig zijn, ze hebben veel behoefte aan bewegingsvrijheid en bakenen actief hun territorium af. Dat maakt dat een kip, bij wie er inbreuk wordt gedaan op het territorium, zich indiscreet benaderd voelt. Dat veroorzaakt een crisis in de identiteit, met narrig gedrag tegenover soortgenoten als gevolg. De geluiden die de kip daarbij uitstoot zijn hoger dan normaliter het geval is bij een kip die het eigen territoriumgebied kan handhaven, of die na overleg andere kippen toestaat haar territorium te betreden.
Kippen houden ervan om van dichtbij naar dingen te kijken, secuur van aard als ze zijn, en voorwerpen die in hun gezichtsveld komen op te graven. Maar ze kunnen ook snel hun aandacht daar weer voor verliezen. Na wat gepik en gezoek willen ze zich weer op een ander voorwerp richten dat op 2 cm afstand van het vorige kan liggen. Ze hoeven daarbij niet noodzakelijkerwijs meteen een lange afstand te overbruggen.
Kippen zijn graag alleen en mengen zich pas onder andere kippen als ze dat zelf willen. Dat houdt in dat een kip die zichzelf daarin niet gerespecteerd voelt, aan zelfbeklag gaat lijden. Met als gevolg dat zij zich, vanuit haar eigen narrige humeur van dat moment, buitengewoon hebzuchtig kan gedragen naar andere kippen toe. Als een kip in haar behoefte tot handhaving van de eigen identiteit opnieuw territoriumdrang in zich voelt opkomen, kan zij daardoor ook andere kippen gaan beschadigen, emotioneel of lijfelijk, en vaak een combinatie van beide.
Kippen kunnen zich heel snel uitgestoten voelen als ze met gezag van andere kippen naar hen toe te maken krijgen. Zo kan hun ego een knak oplopen, als een andere kip ongevraagd hun territorium betreedt. Het zijn heel sensitieve dieren die daar heel gevoelig op reageren. In het contact met de andere kippen verleggen ze dan hun grenzen, teneinde hun identiteit te kunnen handhaven. Het voelt als opgeschroefd, emotioneel narrig gedrag, wat haast ten koste van henzelf gaat. De kip is een dier dat in haar omgeving door lonkgedrag zorgt dat ze gezelschap krijgt. Kippen zijn sensitief afgestemd op de luchtgevoeligheid om hen heen. Een zwoele zomerlucht vinden ze heerlijk. Ze genieten van rondzoemende insecten en ze houden van rul zand. Aarde die aan hun poten blijft kleven is ze een doorn in het oog. Als de kip zich genoeglijk voelt, deinen de staartveren een beetje achter haar aan. Als ze kordaat loopt, een beetje hipperig, dan voelt ze zichzelf geliefd. En als ze de nekspieren strak omhooghoudt, loopt ze gericht kijkend rond en ervaart ze haar innerlijke gezag. Hennen, maar ook hanen, die voortdurend nekbuigingen en allerlei draaiingen maken, voelen zich veel minder op hun gemak. Van die kippen is de identiteitswaarde aangetast.
Het wezen van de kip in relatie tot al wat leeft op aarde en zijn functie binnen het geheel kenmerkt zich door:
- Letterlijk neerbuigend gericht zijn naar de aarde toe in ontlasting van de aarde, zodat de aarde doorademend kan zijn voorbij kiezel en gesteente, op een wijze die de aarde beter in staat doet stellen zichzelf te regenereren, doordat plaatselijk verschuivingen plaats vinden (door het pikgedrag van de kip) op een niveau dat de dooradembaarheid van de rulle bodem toeneemt. Door kippen te laten scharrelen op een landbouwbedrijf helpen ze de bovenlaag te verschuiven, waardoor regen steeds weer vanuit een ander perspectief naar binnen kan sijpelen, en de warmtetoevoer van de zon steeds weer andere plaatsen incidenteel iets warmer maakt dan andere plaatsen. Al bij al blijft de aarde levendiger in zijn structuur omdat die tot beweging aangezet wordt. De werking is heel subtiel, niet te vergelijken met ploegen of vrezen, maar de bovenlaag ondervindt telkens een dynamische verandering.
- Ver-zienheid vermijden, omdat wat nabij verworven kan worden menigmaal meer waarde uitdrukt in het heden dan wat men op langere termijn kan bevroeden. Het dier spiegelt ons dat te veel toekomstgericht zijn minder zinvol is dan in het hier en nu actief te zijn met wat ons voor ogen staat en dichtbij aanwezig is.
- Verhullend zijn door met de verenpracht het naakte en kille lichaam te bedekken, en daardoor te zorgen voor een goede doorbloeding en diepgevoelige verbinding met de aarde. De kip neemt, in haar eigenheid, veel gewaar en is van zichzelf uit bekommerend, waardoor het dier overbelast kan raken. De veren werken dempend wanneer overbezetheid en nervositeit toenemen, egaliseren als het ware de nervositeit. De lichamelijke gewaarwordingen worden afgevlakt in intensiteit door de omhullende veren. De kip is veel eenzamer binnen haar gedragingen dan dat de buitenwereld doet vermoeden.
- Oplettend en snel gericht zijn, een intensiteit in kijken waar de mens dik bij onder doet. De kip ziet liever niet om, maar loopt pikkend vooruit. Het dier kan snel geluiden horen, kan heel snel selecteren en vanuit een wijs besluit volgen wat voor het dier wezenlijk interessant in het gehoor ligt. Een kip reageert niet op alles, maar alleen op wat bijzonder aantrekt binnen al die geluiden. Wanneer er weinig positieve prikkels zijn, bijvoorbeeld in een stal van een intensief pluimveehouderijbedrijf, dan kunnen ze een bepaalde vorm van gehoordoofheid ontwikkelen. Met het chronisch zichzelf naar binnen trekken, om het gehoor dat normaal uitstaat te ondermijnen, verbleekt hun eigen zelfgevoel.
- Veeltierig zijn in bewegingsinzet. De kip wenst ongemakken te overstijgen en gaat daar spelmatig mee overweg. Ze heeft het verlangen tot vergoedelijking van situaties omdat ze gewend is om met opwerpingen te stoeien, het opwerpen van zand, kiezels, steentjes en insecten. De kip maakt zich niet druk, maakt er geen zwaar punt van, maar gaat het als een spel aan. Mensen die van alles opgeworpen krijgen kunnen daar uiteindelijk naargeestig van worden en er geen spel in ontdekken. De kip kan er heel lang creatief en spelmatig mee overweg gaan zonder in verzet te raken. Dit dier beeldt dat als beleving uit, levert zelf een grote bijdrage om iets heel nauwkeurig te laten verlopen en kan ook makkelijk het spel loslaten om eerst tot rust te komen, wat voor veel andere levende wezens lang niet altijd mogelijk is. De kip heeft een bepaalde rek in beweging totdat het genoeg is, neemt dan rust en laat los wat speelde.
- De kip houdt van stoeien met elementen die in haar omgeving aanwezig zijn, deze tot herordening te brengen op een voor ons niet logische manier.
Snavelkappen en snavelbranden
Om verenpikken te voorkomen werden op pluimveebedrijven tot voor kort de snavels van kippen afgeknipt of met een brander ingekort. De ingreep waarbij ongeveer twee derde tot driekwart van de snavel werd verwijderd, is officieel al sinds 1996 verboden. Snavels behandelen veroorzaakt kortdurende behandelingsstress en pijn. Het houdt geen rekening met de functie die de punt van de snavel voor een kip heeft. De snavel is een gevoelig orgaan, een zintuig, waarmee de kip voedsel ‘gevoelsmatig’ zoekt en selecteert (komma) en dient ook voor het onderhouden van het verenkleed. Omdat de gevolgen van het verenpikken, waaronder bloederige open wonden, steeds als argument werden gebruikt voor ontheffing van het verbod, zijn de pluimveehouderijen nog lang doorgegaan met snavelkappen. Zelfs in 2023 is in Nederland voor een aantal pluimveebedrijven nog verlenging verleend van vrijstelling op het verbod van snavelbranden.
Marieke de Vrij: De snavel is een uiterst sensitief energetisch orgaan. Bij het branden of kappen vergeet het kuiken adem te halen op het moment dat het plaatsvindt. Het geeft een shockeffect. De dagen daarna is het kuiken lusteloos. De ingreep laat een verbijsterende indruk achter en is voor het dier niet te beredeneren. Er vindt ook een verkramping in de teennagels plaats, een soort kortstondig verlammingsverschijnsel van het onderlichaam, de anus en het laatste gedeelte van de darmen. Het voelt alsof de maaginhoud gekeerd wil worden. Kortom een hele reeks van shockervaringen. Het is alsof de behandelde kuikens de behoefte hebben aan duisternis en het licht niet kunnen verdragen. Ze zijn zo hoog sensitief aangeraakt dat een hoge dosis licht ze overprikkeld houdt in de pijnervaring of de naweeën van de shock. De kuikens hebben dan meer behoefte aan halfduister dan aan volle lampen. Ook hebben ze behoefte aan een zachte ondergrond, die vaak niet aanwezig is. Ze hebben een soort trillingsfrequentie door het lichaam die bij mensen vergelijkbaar is met het narillen van een shock. De kleine kuikentjes zijn ook extra gevoelig voor iedere aanraking die daarna nog plaatsvindt. Het overtillen naar een ander plek of het aanraken door een ander kuikentje geeft iets onverdraagbaars. Ze hebben dan vooral behoefte aan een zachte donzige omgeving waar ze met rust gelaten worden en hun ademhaling kunnen herstellen. Snavelafkapping is een sterk ingrijpende handelswijze welke een onnatuurlijk dier-oneigen proces activeert en het dier zijn levenslust ontneemt. Het kuiken laat niet langer het natuurlijk levensplezier van het dier zelf zien. In Nederland is er een verbod, maar in vele andere landen is het nog dagelijkse praktijk.
Net als mensen hebben ook kippen een aura en meerdere energiecentra in hun lichaam. Die energiecentra worden chakra’s genoemd. De kruinchakra bij de kip is normaal gesproken een spiraalachtige trechter van energie waarmee ze prana het lichaam intrekt. Het prana uit de ether wordt via het kruintje ingelaten en via het ruggewervelkanaal verspreid tot aan de stuit (komma) en via de meridianen weer naar de pootjes. Het kruinchakra van kippen die pikgevoelig zijn of aan verenpikkerij doen, staat zeer ver (ontoelaatbaar) open, met als gevolg dat de kip zich opgezweept voelt bij iedere dissonante toon. Ze kunnen veel minder verdragen dat andere kippen tegen hen opbotsen. En als de vloeroppervlakte niet naar hun zin is kan dat irritatie teweegbrengen waardoor ze letterlijk uit hun dak vliegen en dan gaan verenpikken. Het maakt dat ze op sensorisch gebied overalert zijn en veel te weinig tot rust aan te manen zijn. Zelfs wanneer ze geïsoleerd worden en bij andere kippen vandaan zijn duurt het nog heel lang voor ze kunnen inzakken. Normaal hebben alle chakra’s evenwichtig dezelfde openheid, maar als een chakra eruit schiet, dan is dat een enorme onbalans. Ze vertonen dan ongecontroleerd gedrag en zijn niet aanspreekbaar op hun identiteit.
Ter voorkoming van snavelpikken is een snavelmuts ontwikkeld, maar de eerste versies waren te hard van materie en gaven bijverschijnselen, omdat het materiaal niet poreus genoeg was en te zwaar, waardoor de kip op een onnatuurlijke wijze te veel gewicht mee moest dragen. Vroeger waren ze van metaal, maar tegenwoordig zijn ze van kunststof. Daarnaast zijn er pluimveebrillen ontwikkeld, ter voorkoming van verenpikkerij, maar ook die hebben hun neveneffecten. De anti-pik bril voor pluimvee zorgt voor een slecht zicht en belemmert het gericht pikken naar andere kippen. De bril wordt bevestigd met een naald door de snavel, niet bepaald een diervriendelijke wijze. Bij kaal gepikte kippen wordt ook wel een sterk ruikende spray gebruikt, ter voorkoming van verder pikgedrag. Preventie door voldoende scharrelruimte en kippenspeelgoed zijn effectiever en diervriendelijker.
Een zachte rulle ondergrond met oneffenheden reduceert pikgedrag. Bovendien hebben kippen situaties nodig die hun nieuwsgierigheid prikkelen, zoals spelen met vallende waterdruppels en het verschuiven van steentjes en stukjes hout. Kippen willen wat te doen hebben. Pikken en kannibalisme komen minder voor als een kuiken het sociale gedrag van de hen kan imiteren.
Het wezen van geiten
Marieke de Vrij: Een geit is een heel fijngevoelig dier, zacht geaard, bewust van zijn omgeving, rondkijkend en toch ‘zelfbemiddelend’, hetgeen wil zeggen om vanuit eigen kracht en inzicht te reageren op wat er gaande is, en goed gecentreerd is in zichzelf en van daaruit kijkt. Geiten hebben een verfijnde uitstraling, kunnen in groepsverband dicht bij elkaar vertoeven zonder elkanders energieën uit te hollen of aanspraak te maken op een manier van aanwezigheid van anderen waarin zij zichzelf meer gezien weten. Ze staan zo goed in zichzelf dat ze geen conflicten nodig hebben om hiërarchie te bepalen.
Geiten zijn ‘veelgevend’ door hun sterke geaardheid en hebben een fijnzintuiglijk aanvoelingsvermogen ontwikkeld. Ze vangen veel op door een sterk ontwikkelde reukzin en hun oren staan goed open. Ze nemen weinig ruimte in, scheppen zelfs ruimte voor anderen door hun bijzonder uitnodigende uitstraling. Dus ze verkeren in een energieveld waar geaardheid actief is, waar geen strijd gevoerd wordt, waar collectief samenzijn gewaarborgd is, waar een energie hangt van aangehoord worden, en waar gevoelig contact plaatsvindt zonder een overalerte communicatiestroom.
Ze zijn binnen de diersoorten bovengemiddeld ontwikkeld in Zijn. Hun hoorns fungeren als een telepathisch radarsysteem. Als je een dier onthoornt doorbreek je daarmee een stuk van zijn telepathisch kosmisch contact; het maakt de dieren willoos en vermindert hun sensitieve vermogens.
Geiten kunnen toe met weinig ruimte, als die maar omgeven is met natuurlijke elementen. Het is geen dier dat alleen maar binnen in een stal wil leven. Een geit wenst zelf te kunnen kiezen om in en uit te lopen en heeft behoefte aan dag- en nachtritme. Geiten zijn ook kritisch ten aanzien van de kwaliteit van drinkwater. Dauw op gras vinden ze lekker. Levende zaken interesseert ze, bijvoorbeeld contact maken met een vogel die fluit of een vogel zien in zijn vlucht. Dat vinden ze aangename bezigheden. Een geit is een dier dat in de eigen aard ook een hoge begeestering kent en zich wenst te beroepen op buitengewone zintuigen. Daarin ervaart het zichzelf als een ver ontwikkelde diersoort.
Geiten zijn dieren die langzaam en rustig willen bewegen, die niet op afgestompte wijze door mensenhanden aangeraakt willen worden, bijvoorbeeld ruw worden weggeduwd na het melken. Want ondanks dat hun lijf wat strakker van structuur is, verdragen ze het niet als mensen dat doen, zeker niet na het afgeven van hun melk. Als geiten onderling te dicht op elkaar staan, dan ervaren ze dat als onaangenaam, maar daar valt wel mee te leven. Wat de geit prettig vindt is gestreeld worden tussen de oren, met de palm van de hand op de achterkant van de schedel en de vingers tussen de oren in, naar achter wrijvend. Dat vindt de geit heerlijk. Dus als je de geit op die manier complimenteert voor de afgegeven melk en je duwt haar niet van je af, maar loopt vervolgens rustig naar een andere geit, dan voelt die zich erkentelijk iets te geven wat de ander nodig heeft. Dat houdt ook in dat bijvoorbeeld narrigheid van een verzorger, of te harde geluiden, of alles wat de lievigheid verstoort, hen ook doet verstoren. Te ruw omgaan met het dier doorbreekt zijn Zijnsconsitutie. Geiten raken dan onverdraagzamer, wat niet hun natuurlijke aard is. Ze worden onproductiever omdat ze niet voor hun nageslacht zog leveren, maar voor iets wat voor hen onverklaarbaar is, waar ze zich ook fysiek niet op gebouwd voelen. En dat maakt dat ze willen dat mensen zorgvuldiger met hen omgaan.
Erkenning van de intrinsieke waarde van dieren start met het waarnemen en beschrijven van specifiek diereigen gedrag, hun karakter- en wezenskenmerken.