Een fysieke wereld, een zielenwereld en een geestelijke wereld
De ziel kan daarbij gezien worden als de verbinder tussen lichaam en geest. Vanaf het moment van de conceptie dalen ziel en geest geleidelijk aan in, in het stoffelijke lichaam dat tot ontwikkeling komt. Lichaam, ziel en geest zijn weliswaar drie wezensdelen, maar onderling verweven en energetisch verbonden. Vandaar dat we spreken van bezielde geestelijke wezens in een aards lichaam.
Fysiek en etherlichaam
Het lichaam van mensen en dieren bestaat bij nadere bestudering uit een fysiek en een etherisch deel. Het fysieke lichaam komt voort uit de erfelijkheidsstroom van de ouders. Bij de paring wordt genetische informatie van de voorouders doorgegeven aan de nakomelingen. Het omhullende etherische deel, ook wel levenskrachten lichaam genoemd, draagt zorg voor groei, vormgeving en regeneratie. Het maakt het lichaam mogelijk om zich staande te houden en levenskrachtig te zijn. Het zorgt ervoor dat de energie en levensprocessen stromen. Deze processen werken samen en zijn op elkaar afgestemd waardoor ze het fysieke lichaam geheel doordringen en bijeenhouden. We kennen dit van termen uit de volksmond, zoals “Ik voel mijn energie weer stromen”, of “Ik voel dat ik mijn levenslust weer terugkrijg”. En vanuit het spraakgebruik kennen we gezegden als ‘Het hangt in de lucht’ en “Ik voelde het al aankomen”. Pas tijdens het sterfproces onthecht het etherische lichaam zich weer van het fysieke lichaam en lost het op in de wereldether, een collectief energieveld. Deze vormende etherkrachten zijn voor de meeste mensen niet zichtbaar, maar voor een groeiend aantal mensen wel ‘voelbaar’.
Ziel en geest
Het onderscheid tussen lichaam en ziel was in onze cultuur tot voor kort ongebruikelijk. Meestal werd slechts uitgegaan van het verschil tussen mind en body of het dualisme geest en materie. Onze taal is te beperkt in uitdrukking om de zielenwereld en het geestenrijk in essentie te beschrijven. Vergelijk het met een blindgeborene die zijn omgeving zonder beelden, kleuren en lichteigenschappen ziet. Iemand die leert fijnstoffelijke zintuigen te ontwikkelen en zijn zogenaamde geestesoog te gebruiken ziet een nieuwe wereld die afwijkend is van de fysieke wereld. De potentie om fijnzintuiglijk waar te nemen is in iedere mens aanwezig, maar vraagt om scholing. Verdere verdieping leert dat de ziel een belangrijke rol speelt bij de verbinding tussen lichaam en geest, maar dat deze verbinding bij dieren anders is dan bij mensen.
Hoe is dat anders bij dieren?
Een dier vertoont zelfgevoel, de mens zelfbewustzijn. Het vermogen van de mens om zelfstandig te denken en te herinneren speelt daarbij een grote rol. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen overdacht worden. Door verkregen inzichten kan de mens leren en zich bewust worden van de gevolgen van zijn daden en daar verantwoordelijkheid voor dragen. Dieren reageren instinctief en zijn daarmee niet verantwoordelijk voor hun daden. De mens kan eigen keuzes maken, beschikt over moraliteit en een geweten waarmee ethische afwegingen gemaakt kunnen worden. In tegenstelling tot dieren bezit de mens het vermogen om uit vrije wil een verplichting aan te gaan met anderen en met zichzelf.
Collectief veld
Het Collectief veld kan gezien worden als een groepsgeest waarin de belevingswereld van het individuele dier samenkomt met die van andere individuen. Wanneer één dier pijn heeft en de rest van de dieren is redelijk gezond, dan kerft die pijnreactie van dat ene dier nog niet zo diep in de groepsgeest in, maar als er heel veel dieren lijden, zoals op intensieve veehouderijen, dan wordt de groepsgeest haast bezwangerd door lijden en onwelwillendheid. Zo’n groepsgeest werkt door naar het collectief veld, de collectieve ether die om de aarde hangt, en reikt verder dan het collectief veld van een diersoort. Het seint ook uit naar andere diersoorten en naar de algemene ether waar wij in leven. Bij mensen is dat niet anders, daar raakt een dodelijk verkeersongeluk de groepsgeest minder sterk dan wanneer er een vliegtuigcrash is met honderden doden. Dan wordt de hele bevolking geraakt en heeft het dagenlang een doorwerking in de ether.
Alle energievelden beïnvloeden elkaar en hebben een diepgaande en langdurende doorwerking. Dit is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de hedendaagse doorwerking van ons koloniale verleden, trauma’s van oorlogen en van racisme. Wanneer dieren grootschalig leed ervaren, zoals in de intensieve veehouderijen het geval is, werkt dat leed energetisch door op andere dieren, ook op dieren die een beter leven hebben en ook op het welzijn van mensen. Het doet iets met de gemoedstoestand, zoals je depressief of zwaar voelen. Speciaal jonge kinderen en oudere mensen zijn daar gevoelig voor. Ook op positieve wijze werkt het door, zoals blijdschap en vreugde die in het voorjaar ervaren wordt wanneer de natuur weer ‘tot leven’ komt, de lammetjes in de wei lopen en de vogels hun stem laten horen. Dat draagt bij aan de bezieling van het landschap en de boerderij. Ook zonder dieren te aanschouwen kun je dat energetisch voelen.
Het Collectief veld is gekoppeld aan het bewustzijnsveld van het geheel. En het geheel is de optelsom van de interactie van alles met een individuele aangelegenheid.
‘
Mens en dier bevolken dezelfde aarde, ademen dezelfde lucht in, hebben beiden behoefte aan water en voedsel. Ze kennen onderlinge afhankelijkheid. Ze vormen samen één collectief veld dat op ieder levend wezen doorwerkt’.