De eerste Q-koortssignalen in mei 2007 bleken achteraf te leiden tot de grootste Q- koortsepidemie ooit. In 2008 werden 1.014 patiënten met Q-koorts gemeld, vooral uit het zuidoosten van het land. Ondanks genomen maatregelen was de epidemie in 2009 wederom groter en werden 2.357 ziektegevallen van Q-koorts bij mensen gemeld. De werkelijke cijfers zijn vrijwel zeker veel hoger. Ten minste 25 mensen zijn aan de complicaties van Q-koorts overleden.

Ter preventie van verdere verspreiding van deze bacteriële infectie (Coxiella burnetii) werden in het najaar van 2009, geiten op grootschalige wijze preventief geruimd, dus ook gezonde dieren. Grote schapen- en geitenbedrijven, maar ook kinder- en zorgboerderijen zijn sinds 2010 verplicht om hun dieren jaarlijks in te enten tegen Q- koorts.

Anno 2014 melden zich nog steeds patiënten die geen last hebben gehad van acute ziekteverschijnselen (koorts, heftige hoofdpijn, koude rillingen, spierpijn en misselijkheid), maar die nu aan de chronische ziekteverschijnselen blijken te lijden, waaronder vermoeidheidsverschijnselen.

De Q-koorts is, na de varkenspest, gekke koeienziekte (BSE), de vogelgriep en mond- en klauwzeer (MKZ), het zoveelste teken in korte tijd dat de relatie tussen mens en dier hernieuwde aandacht vraagt. Niet alleen het welzijn van dieren is in het geding, maar ook de gezondheid van mensen. Ondertussen zijn miljoenen levens van kippen, varkens, koeien en geiten opgeofferd in een poging de verspreiding van ziekten te stuiten, maar een koerswijziging in de behandeling van en omgang met onze landbouwhuisdieren, blijft vooralsnog uit. Ontbreekt hier een dieper bewustzijn van de relatie tussen Q-koorts en de huidige wijze van geiten houden?

Het wezen van geiten

Een geit is een heel fijngevoelig dier, zacht geaard, bewust van zijn omgeving, rondkijkend en toch zelf-bemiddelend. Een dier wat goed gecentreerd is in zichzelf en daar vanuit kijkt. Ze hebben een verfijnde uitstraling, kunnen in groepsverband dicht bij elkaar vertoeven zonder elkanders energieën uit te hollen of aanspraak te maken op een manier van aanwezigheid van anderen waarin zij zichzelf meer gezien weten. Dus sterk gevoelig in afwijzing of nabijheidervaring. Ze staan zo goed in zichzelf dat ze geen conflicten nodig hebben om hiërarchie te bepalen.
Geiten zijn veelgevend door hun bijzondere geaardheid en hebben een fijnzintuiglijk aanvoelingsvermogen ontwikkeld. Ze vangen veel op door een sterk ontwikkelde reukzin en hun oren staan goed open. Ze zijn weinig ruimte innemend, scheppen zelfs ruimte voor anderen door hun bijzondere uitstraling. Dus ze verkeren in een energieveld waar geaardheid actief is, waar geen strijd gevoerd wordt, waar collectief samenzijn gewaarborgd is, waar de energie hangt van aangehoord te worden en waar gevoelig contact plaatsvindt zonder een over-alerte communicatiestroom. Ze zijn binnen de diersoorten bovengemiddeld ontwikkeld in Zijn. Hun hoorns fungeren als een telepathisch radarsysteem. Als je een dier onthoornt doorbreek je daarmee een stuk van zijn telepathisch kosmisch contact; het maakt de dieren willoos en vermindert hun sensitieve vermogen.
Geiten kunnen toe met weinig ruimte, als die maar omgeven is met natuurlijke elementen. Het is geen dier dat alleen maar binnen in een stal wil leven. Een geit wenst zelf te kunnen kiezen om in en uit te lopen en heeft behoefte aan dag- en nachtritme. Geiten zijn kritisch ten aanzien van de kwaliteit van drinkwater. Dauw op gras vinden ze lekker. Levende zaken interesseert ze, dus bijvoorbeeld contact maken met een vogel die fluit of een vogel zien in hun vlucht. Dat vinden ze aangename bezigheden. Een geit is een dier wat in de eigen aard ook een hoge begeestering kent en zich wenst te beroepen op buitengewone zintuigen. Daarin ervaart het zichzelf als een ver ontwikkelde diersoort. Ze houden in principe van cohesie in de groep.

Geiten zijn dieren die langzaam en rustig willen bewegen, die niet op afgestompte wijze door mensenhanden aangeraakt willen worden, bijvoorbeeld ruw weggeduwd na het melken. Want ondanks dat hun lijf wat strakker van structuur is, verdragen ze het niet als mensen dat doen, zeker niet na het afgeven van hun melk. Als geiten onderling te dicht op elkaar staan, dan ervaren ze dat als niet aangenaam, maar daar valt wel mee te leven. Wat de geit prettig vindt is gestreeld te worden tussen de oren, met de palm van de hand op de achterkant van de schedel en de vingers tussen de oren in, naar achter wrijvend. Dat vindt de geit heerlijk. Dus als je de geit op die manier complimenteert voor de afgegeven melk en je duwt haar niet van je af, maar je loopt vervolgens rustig naar een andere geit, dan voelt die zich erkentelijk iets te geven van wat de ander nodig heeft. Dat houdt ook in dat bijvoorbeeld narrigheid van de verzorger of te harde geluiden of alles wat de lievigheid verstoord, óók hen doet verstoren. Te ruw omgaan met het dier doorbreekt zijn Zijnsconstitutie. Geiten raken dan onverdraagzamer, wat niet hun natuurlijke aard is. Ze worden onproductiever omdat ze niet voor hun nageslacht zog leveren, maar voor iets wat voor hen onverklaarbaar is, waar ze zich ook fysiek niet op gebouwd voelen. En dat maakt dat ze als het ware willen dat mensen zorgvuldiger met hen omgaan.

Q-koorts in relatie tot geitenhouderij

Door de wijze waarop wij met consumptiedieren overweg gaan ontwikkelen zich steeds meer ziektes. Dieren hebben net als mensen een bepaald herkennings-niveau hoeveel andere dieren zij kunnen betrekken en in hun naaste omgeving kunnen dulden. Daarin worden op dit moment grenzen overschreden voor alle diersoorten die als consumptiedieren worden gehouden. Dat maakt dat hun persoonlijke grenservaringen aan eigenheid afkalven en dat hun ziektegevoelig-heid toeneemt. Wij hebben er geen idee van dat dieren ziektegevoeliger zijn, omdat doorsnee consumptiedieren maar 1/7 tot 1/3 van hun haalbare leeftijd leven. Ziekteprocessen kunnen zich niet altijd direct tonen omdat dieren hun natuurlijke leeftijdgrens niet behalen en gedood worden voordat de ziekte zich doet kenmerken. Consumptiedieren zijn veel ziektegevoeliger en hebben meer sluimerende ziektes in zich dan wij zien. Aan de andere kant is het ook zo dat dieren door de huidige intensieve productiewijze langdurig op de proef gesteld worden qua stressgevoeligheid. Daarin ontwikkelen ze eigen manieren om de mens, maar ook andere dieren meer op afstand te houden. Eén van die processen die daar een gevolg van zijn is, dat besmettelijke ziektes zich ontwikkelen, waardoor het ras waar ze zelf toe behoren, verschoont wordt van nadelige effecten van deze productiewijze. Er zullen steeds meer ziektes ontstaan, om mensen letterlijk op afstand te houden. Zo komen bij alle consumptiedieren ook steeds meer miskramen voor omdat er vaak in de dieren zelf een sterke ontmoediging opgeslagen ligt om zich voort te planten als gevolg van een overbelastheid van de aard van het dier.

De Q-koorts is een reactie van geiten op hun welzijn. Het is een gevolg van de te dichte opeengepaktheid van soortgenoten en de productie eisen die het dier te ver gaan. Dit werkt door tot op gemoedsniveau en kan zelfs bij een zwangerschap van de geit gevoeld worden door de vrucht in wording en daardoor leiden tot miskramen. Zelf overleeft het dier nog wel de ziektekiemen, maar intern wordt het afstotingseffect naar buiten toe bevorderd. In de huidige geitenhouderij geven geiten onnatuurlijk lang melk en er wordt onnodig lang aan de tepels getrokken op een wijze die niet eervol naar hen toe is. Het gaat er niet om hun nageslacht te voeden, maar om grootschalige melkproductie voor menselijke consumptie. Gezien het feit dat een tepel een heel gevoelig orgaan is, roept dat een aversie op die als het ware energetisch diep in het lichaam trekt. Waar ze zich zeer bewust van zijn en waar ze zich ook verbolgen over voelen is, dat ook de borstkas en het keelgebied daardoor belemmerd aanvoelen. Hoewel ze hun zorgzame aard niet zomaar kunnen weerhouden is er vanuit het dier zelf een weerstandsgevoel actief. Dat maakt dat dieren die productiematig gehouden worden zich langdurig vereenzaamd voelen omdat ze zich niet erkend voelen in hun weerstandsgevoelens. Dat maakt tegelijkertijd dat ze nukkiger worden, ook naar soortgenoten toe, die net als zij ditzelfde gedrag vertonen. Wanneer ze vervolgens ook nog grazen in een gebied waar ze te nauw op elkaar staan of alleen dicht tegen elkaar aangedrukt hun voedsel kunnen eten, dan vinden ze dat binnen hun wezenlijke aard een helse onderneming. Niet iets waar ze zelf warm voor lopen. Dat creëert onrust en doorbreekt gelijktijdig hun saamhorigheid. Het is vergelijkbaar met mensen die te lang op een kluitje staan. Je wilt wel verdraagzaam zijn, maar op een gegeven moment krijg je het te benauwd en ben je het zat.

Geiten raken dus onverdraagzamer. Ze worden onproductiever omdat ze niet voor hun nageslacht zog leveren, maar voor iets wat voor hen onverklaarbaar is en waar ze zich fysiek niet voor gebouwd voelen. Vandaar dat ze als het ware willen dat er een zorgvuldiger omgang is. In noodsituaties zijn geiten bereid melk te produceren, maar niet voor algemene productie.

Wat wij van dieren te leren hebben

“De mens heeft noodzakelijke verbinding met het dierenrijk nodig, om te komen tot een diepere, substantiële kennis van het eigen zelf. Als je je als mens zachtaardig wenst te ontwikkelen, dieper afgestemd op aspecten van het leven die gaande zijn, heb je dieren nodig. Die helpen om je wezenlijk af te stemmen op zaken die dieper in jezelf liggen. Wanneer mensen dieren uitsluiten, dan sluiten ze ook iets in hun herinnering uit van dat wat in hen zelf leeft. Alles wat dieren eigen is, is eigen aan de mens. In ons bewustzijn liggen herinneringen opgeslagen aan wat in het dierlijk leven gespiegeld wordt. Als je daar bewust contact mee maakt en dat durft te aanvaarden, dan verlicht dat je geest.
De Westerse mens ziet zichzelf ook als de hoogste trede van de schepping, waardoor hij andere levensvormen als lager beschouwt. Door het tekort aan wezenlijke afstemming op de andere scheppingsvormen om hem heen, doet hij zichzelf tekort. Alle karaktereigenschappen van dieren zijn op een onderbewust niveau ook in ons aanwezig en de dieren spiegelen ons dat voortdurend. Maar dit fundamentele feit ontkennen we categorisch, waardoor we collectief akkoord gaan met het dierenmisbruik en dierenleed waarvan we allemaal op de hoogte zijn. Als hierin geen veranderingen komen, zullen er steeds ernstiger dierenziektes de kop op steken, die ook steeds dieper zullen ingrijpen op het mensenleven zelf.

Bron: Marieke de Vrij, december 2009 Bewerking: Wim van Oort, juni 2014

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden