Begin maart 2016 is in de Tweede Kamer een motie aangenomen om kalfjes na de geboorte een tijdje bij de koe te laten. Binnen een half jaar moet er voor melkveebedrijven een plan van aanpak liggen. Bij vleeskoeien is dit in veel gevallen al de dagelijkse praktijk, maar bij melkkoeien niet. Vandaar dat dit besluit bij veel melkveehouders heftige reacties oproept. De belangrijkste tegenargumenten zijn dat hoe langer koe en kalf bij elkaar blijven, des te groter de emoties zijn bij scheiding én dat het in het belang van de gezondheid en de veiligheid van het kalf is dat het in een aparte ruimte wordt gehouden. Klopt die argumentatie?

De dagelijkse praktijk
Na het afkalven likt een koe haar kalfje schoon. Wanneer het droog is gaat het naar een individueel boxje waar het de eerste weken wordt verzorgd. Daar krijgt het de eerste 48 uur op kunstmatige wijze melk van de moederkoe, de zogenaamde biest. Biest is van groot belang als extra energiebron, maar ook voor het opstarten van de darmwerking en het afweersysteem. Na enkele dagen gaat de voeding over op fabrieksmatig geproduceerde kalvermelk (in poedervorm) die via een speenemmer gevoerd wordt. Enkele weken later worden de vaarskalveren verplaatst naar een groepsruimte waar het verder opgroeit met leeftijdsgenoten, met als uiteindelijk doel opfok tot melkkoe. De stierkalveren worden verkocht en verlaten het bedrijf. In gespecialiseerde vleeskalverhouderijen worden ze in 7 tot 8 maanden vetgemest ten behoeve van de productie van kalfsvlees. Meestal worden ze door handelaren opgehaald en op verzamelplaatsen verhandeld. Daarbij worden ze gesorteerd en geselecteerd op leeftijd, gewicht en groeitype. Kalveren lichter dan 36 kilogram en/of ouder dan 35 dagen worden geweigerd op verzamelplaatsen. Het euthanaseren van deze overigens gezonde kalveren is het gevolg. Zie het artikel over ‘Euthanasie van overtollige kalveren’.

Natuurlijke behoefte van het kalf
Marieke de Vrij: “Van nature blijft een kalf ongeveer 5 maanden bij de moederkoe. Tijdens de zogenaamde koppigheidsfase verbreekt het kalf op natuurlijke wijze de band en gaat het op eigen kracht verder. Eerdere scheiding, vooral in de eerste weken, veroorzaakt zowel bij het kalf als de moederkoe een trauma dat invloed heeft op de vitaliteit van het dier. Dieren hebben namelijk sterk ontwikkelde telepathische vermogens waardoor zij ook na een scheiding elkaar blijven volgen. De moederkoe blijft verbonden met het lot van haar verweesde kalf, waarbij ze het leed van het kalf ook zelf diepgaand voelt. Voor beide is daarbij sprake van traumatisering en een aantasting van het welzijn.
Tijdens het zogen wordt middels de melk én via fysieke contact tussen moeder en kalf veel meer uitgewisseld dan melk alleen. Denk daarbij aan energetische informatie over soort en ras, maar ook over opname in de eigen gemeenschap. Dit is vergelijkbaar met het geven van borstvoeding bij mensen, waar onderzoek heeft aangetoond dat het invloed heeft op hechting en sociaal gedrag. Als kalveren biest gevoerd krijgen via een speenemmer krijgen ze wel de energierijke en gezonde voedingsstoffen binnen, maar missen ze het benodigde contact ter instandhouding van een gezond ras.”

Verlies van levenslust                                                                                                                                                                  Bij het vroegtijdig scheiden van het kalf vergaat bij de koe de innerlijke bereidheid om consumptiemelk voor mensen te geven. Er ontstaat dan een vorm van teleurstelling en innerlijke weerstand. Bij gedomesticeerde dieren is al decennia lang sprake van een toenemende opeenstapeling van traumatische ervaringen, waardoor ze hun levenslust verliezen en te lijden hebben van een vorm van geestelijke vermoeidheid en gezapigheid. Die werkt door in de energetische kwaliteit van hun melk en vlees. Smaaktesten wijzen niet voor niets uit dat vlees en zuivel van in de natuur levende dieren van hogere kwaliteit is. Ook de toenemende allergie voor zuivelproducten en de stijging van het voorkomen van gedragsproblemen staan hiermee in verband. Maar de doorwerking gaat verder, onder andere via de atmosfeer. In de buurt van grote stallen waar dieren op een intensieve wijze worden gehouden, kun je een zwaar en beklemmend gevoel krijgen, een energetische afdruk van hoe het met de dieren is. Jonge kinderen, zieken, hoog-sensitieve personen en ouderen zijn het meest gevoelig voor de sfeer in hun omgeving en worden hier het sterkst door beïnvloed. Het remt het zelfhelende vermogen, de levenslust en bij kinderen hun onbevangen kinderlijke onschuld. Het is vergelijkbaar met het binnenkomen van een ruimte waar een zware en droevige energie hangt. Wat gebeurt is dan dat je ongemerkt die energie overneemt en er in meegezogen wordt. Dat is wat momenteel op steeds grotere schaal mondiaal plaatsvindt.

Bemoeizucht van de overheid
Veel veehouders voelen zich door de motie persoonlijk aangesproken, met name dat ze niet goed voor hun dieren zorgen. Bovendien vinden ze dat de bemoeizucht van de overheid te ver gaat. Zelfs boerinnen, verenigd in de actiegroep #Kalverliefde, gingen in Den Haag demonstreren. Juist zij zouden toch moeten weten hoe belangrijk een gezonde moeder-kindrelatie is?
Het zou mooi zijn als de sector zelf met verbetervoorstellen komt in plaats van een verdedigende houding. Uit de vele voorbeelden van verantwoordelijkheid bij de branche zelf leggen, blijkt dat in de praktijk vaak niet te werken. Er is blijkbaar een stok achter de deur nodig en kunnen we niet zonder regulering.
Dieren zijn bezielde wezens en hebben daarom net als mensen rechten, waaronder het grondrecht op natuurlijk gedrag. Daaronder vallen ook natuurlijke voortplantingsrituelen, het zogen van nakomelingen, behoud van horens en het recht op het doormaken van alle natuurlijke leeftijdsfases. Die zijn van wezensbelang voor het welzijn van dieren, maar ook in het belang van de geestelijke gezondheid en het welzijn van mensen. Dierenleed heeft een fijn-energetische doorwerking naar de omgeving en dus ook naar andere levende wezens waaronder de mens, zowel direct als via de consumptie van dierlijke producten. Dit laatste is nog een sterk onderbelicht aspect.

Hoopvol
Er zijn al veehouders die hun kalveren voor langere tijd bij de koe laten. In de praktijk kan het dus wel. De angst voor het doodliggen, vertrappen en verstoten van het kalf is ongegrond indien de koeien voldoende leefruimte hebben en hun wezenskenmerken gerespecteerd worden.

Copyright © Marieke de Vrij.

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden