Print dit artikel
Melkveehouderijbedrijven gaan steeds meer digitaal. Met geautomatiseerde monitoringssystemen (Precision Livestock Farming) worden koeien met sensoren en camerabeelden gemonitord op groei, vruchtbaarheid en ziekte. Voer en medicatie worden afgestemd op de behoefte van het individuele dier. Het melken van de koeien gebeurt eveneens automatisch met een melkrobot. Deze ontwikkeling leidt tot een verdere schaalvergroting en industrialisering van de veehouderij, een verdere vervreemding van het dier en een veranderende positie en rol van de boer. Veel veehouders zien deze ontwikkeling als een verbetering van het welzijn van het vee. De keerzijde is dat dieren nog meer dan voorheen verworden tot productiemiddelen waarbij, onder het mom van verduurzaming van de veehouderij, de focus ligt op meer liters melk per koe en bedrijf en een kortere interval tussen het afkalven. Het motto van de grootste fabrikant van melkrobots luidt: “De uitdaging is om met slechts één persoon twee miljoen liter melk te produceren”.

Bedrijfsvoering nieuwe stijl
Ongeveer een op de zes melkveehouders laat nu al zijn koeien automatisch melken. De koeien lopen los in de stal en kunnen zelf op ieder gewenst moment naar een melkrobot lopen. Tijdens het melken krijgt het dier voer. De voederbak wordt automatisch gevuld met een hoeveelheid krachtvoer die precies vastgesteld is voor deze koe, gebaseerd op de hoeveelheid melk die ze produceert. Hoe meer melk een koe geeft, hoe meer voer ze krijgt om in conditie te blijven. Middels een identificatiechip in een halsband om de nek van het dier weet de robot met welke koe hij van doen heeft. De robot houdt de hoeveelheid melk bij en het aantal malen dat de koe gemolken wordt. De boer kan de gegevens nalezen in de computer of op zijn tablet. Als de melkproductie afneemt kan dat voor de boer een signaal zijn dat de koe ziek is.
De digitalisering maakt opgang en gaat nog veel verder. Aan de halsband van de koeien hangen ook sensoren die onder meer hun stappen tellen en hun exacte locatie in de stal registreren. Die gegevens worden opgeslagen in een elektronisch koe-dossier dat via een app op een smartphone is af te lezen. Als een koe van haar vaste ritme afwijkt, krijgt de boer een melding op zijn telefoon dat er mogelijk iets aan de hand is. De interpretatie moet hij nog zelf doen. Een dier dat extra veel heen en weer loopt kan tochtig (vruchtbaar) zijn en is klaar voor inseminatie. Een inactief dier is mogelijk ziek of heeft last van zijn hoeven. Digitalisering kan bijdragen aan het signaleren van gezondheidsproblemen, maar gaat voorbij aan de basis oorzaken die er aan ten grondslag liggen.

Melkrobot
Een melkrobot is een automatisch melksysteem waarin een koe volledig automatisch gemolken wordt zonder tussenkomst van de boer. De koe bepaalt zelf wanneer ze gemolken wil worden en zoekt dan een robot op. De melkrobot reinigt de uiers automatisch en bevestigt de melkbekers aan de vier spenen van de uier. Het aantal robots is afhankelijk van de grootte van de veestapel. Per robot kunnen 50 – 65 koeien drie tot vier keer per dag gemolken worden. Doordat een koe vaker per dag gemolken wordt neemt de productiviteit toe. Door de inzet van melkrobots wordt een productieverhoging van 10 tot 15% gerealiseerd. Het aantal melkafnames en -opbrengsten wordt automatisch geregistreerd en de boer monitort de prestaties met een computersysteem.
Marieke de Vrij: “De melkrobot voelt vanuit het dier gezien als een onveilig, monotoon, automatisch gevaarte dat zonder wederkerigheid iets afneemt en zich levenloos tot het dier verhoudt. Daarnaast is de koe het zoemgeluid gewaar van de elektrische aandrijving en de elektromagnetische velden van de melkrobots. Die geluiden voelen voor de koe on-eigen aan. De koe verhoudt zich afstandelijk tot deze robots, maar tegelijk als onmisbaar in verband met de afvoer van haar melkstuwing. Het dier dient daarmee zijn eigenheid te verzwijgen. De pijnbelasting, dan heb ik het over fysieke pijn, die ontstaat door mechanisch melken en die tot versombering aanleiding geeft, noodzaakt het dier zich toch maar tijdelijk naar de melkrobot toe te gaan, maar met de nodige weerstand. Ommekeer is niet mogelijk gezien de noodzaak de melkaandrang af te voeren. De verhouding van de koe tot de melkrobot is daarom distantievol. Melk prijsgeven naar iets wat je niet liefhebt is een heel ander belevingsveld dan geven aan je bloedeigen kalf.”

De invloed van infraroodstraling van de melkrobot op de koe
De arm van een melkrobot zoekt met infraroodstraling automatisch de spenen op ter bevestiging van de melkbekers. Deze infraroodstraling roept ontspanning op en verzacht de uier en de spenen vanuit een besef van de koe dat haar melk kan doorvloeien. Dus de koe ervaart sensorisch het zoekproces van de infraroodstralen en beseft dat ontlading van melkstuwing het gevolg daarvan is.
Infraroodstraling heeft op zich niet een nadelige bijwerking, behalve als de spenen infectiegevoelig zijn. De lichte warmtetoedracht van de straling veroorzaakt dan irritatie. Bij ontstoken spenen zie je dat koeien het infrarood vermijden in de hoop zich elders zonder infrarood-aftasting te kunnen ontladen van hun melk. Als ze konden zouden ze de melk ophouden om zodoende niet die pijnbelasting te ervaren.
Van nature is het ontladen van melk door het kalf een ‘sabbelend’ proces, zacht en fluctuerend. Een melkrobot geeft stevige rukken en is minder fijngevoelig. Een kalf lurkt aan een speen op een ‘slobberige’ wijze, terwijl een melkrobot dat op een trekgevoelige, uitrekkende en gelijkmatige wijze doet. Machinaal melken veroorzaakt meer pijnbelasting in de tepel waardoor de tepel zich stroever gaat indekken voor de ‘aantasting’ die het deelachtig is. De tepels gaan verharden.

Ontstekingsreacties
Overigens komen de eerste veehouders al weer terug van de inzet van melkrobots omdat die minder zorgvuldig werken dan handmatig de melkbekers aansluiten. Hierdoor neemt het celgetal van de melk toe. Het celgetal van koemelk staat voor het aantal cellen per milliliter (ml) melk. Dit zijn in overgrote meerderheid witte bloedcellen en voor een klein deel epitheelcellen. Het celgetal is een belangrijke indicator voor de uiergezondheid. Na een ontstekingsreactie in de melkklier zal het celgetal namelijk stijgen door een influx van witte bloedcellen. 100.000 cellen per ml geldt als gezond, daarboven is er een verdenking van uierontsteking. Bij een celgetal van 250.000 moet de melkveehouder maatregelen treffen. Als het celgetal van geleverde melk boven de 400.000 per ml uitkomt zal de zuivelfabriek de leverancier korten op de melkprijs.
Marieke de Vrij: “Door de inzet van melkrobots zijn koeien minder geneigd om in overgave hun tepels aan te reiken en gaan die zich verharden. Verharde tepels zijn scheurgevoeliger en de verstrakkingen werken steeds verder inwendig door, waardoor het risico op infecties toeneemt. Zowel een te weke als een te strakke tepel kan ontstekingsgevoelig zijn.”

Overlevingsmechanisme
Marieke de Vrij: “Wanneer een dier, maar ook een mens, bepaalde zaken ondergaat, is er sprake van een mate van zelfbewogenheid, een soort piëteit van ‘oh dit overkomt me en nu moet ik er voor mezelf zijn’. Ook in dierenrassen is een bekwaamheid ontwikkeld in omgang met zichzelf in moeilijke periodes. Maar voor koeien die steeds maar lijdzaam moeten toezien in de ontwaarding van wie ze zijn, is die persoonlijke inzet van hoe zich ertoe te verhouden aan het afnemen. Dus het ‘vertroeteleffect’ met jezelf nadat je iets nadeligs hebt meegemaakt, is aan het verbleken. Mensen compenseren het vaak met een verwennerij, zoals het nuttigen van zoetigheid. Hebben ze iets lastigs meegemaakt, dan nemen ze een extra koekje. Of als ze een vervelende dag achter de rug hebben, dan wordt het vanavond wellicht een borrel. Dieren hebben weinig te compenseren in deze omstandigheden. En op een gegeven ogenblik zijn ze voorbij de tax waarin ze zichzelf kunnen opvangen. Dan gaan ze zich weren tegen verdere aantasting. En waar ze dat niet meer bewust kunnen, wordt er in het grote collectieve veld van hun diersoort weerstand geactiveerd. En wel op een zodanige wijze dat wij ze als mens op die manier niet meer willen, zodat we van henzelf en hun producten afblijven. Voorbeelden zijn dierziekten die ook de mens treffen in zijn gezondheid, zoals BSE. En dan hoef je als dier, in dit geval de koe, geen overmaat aan melk meer te geven. Deze productiedieren hebben in hun opvangmechanisme onvoldoende reserves actief. Vergelijkbaar is het optreden van Q-koorts bij geiten. Omdat deze dieren jong sterven, en we allemaal ontroerd en geraakt zijn door jonge kalfjes en die schattige koeien in de wei, ziet het er nog steeds redelijk aardig en fris uit. Dat is vergelijkbaar met een getraumatiseerd mensenkind; dat kan een dotje zijn om te zien, maar dat wil niet zeggen dat het goed met hem gaat.
Je moet je voorstellen dat een kalf slobberig de melk afneemt. Dus het kalf gaat helemaal in een zijnstoestand, helemaal in de verwevenheid met het auraveld van zijn moeder. En die slobbert in een soort wezensvolle zijnstoestand en moeder laat het vanuit haar zijn toe zolang het niet pijn doet.
De optelsom van al die facetten maakt dat, zoals zaken nu gaan, in de overmaat aan mechanische benadering naar de koe toe, er iets heel wezenlijks nadeligs in haar gebeurt. Terwijl zij in de melkrobot staat, voelt zij zich namelijk een ding worden. Zij is in verzet hiernaar toe, maar vindt geen gehoor voor haar verzet, en raakt dus in een stoïcijnse houding van proberen gevoelloos te zijn, wat ook haar natuurlijke eigenschappen doet verkleinen. Een soort overlevingsmechanisme waarin mensen in gevangenschap of tijdens martelingen soms ook geraken. Als er teveel oneigenlijks gebeurt, ga je op de stilstaan-stand. Het is een overlevingsmechanisme.
Hoe opmerkelijk groot is het verschil met de India traditie waar oorspronkelijk koeien aangemerkt werden als heilige dieren gezien hun natuurlijke Zijns-wereld die zij de mens spiegelen.
De vraag rest hoe wij met deze bijzondere dieren willen omgaan? Dient commercieel succes de leidraad te zijn? Welk perspectief bieden wij hen werkelijk aan vanuit hun natuurlijke levensgesteldheid? Bekend raken met wat het dier zelf ervaart is hiervoor een belangrijke richtsnoer.”

Inspiraties van: © Marieke de Vrij (maart 2016), bewerkt door Wim van Oort

 

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden