Het initiatiefvoorstel ‘verplichte bedwelming bij ritueel slachten’ dat in juni 2011 door de Tweede Kamer werd aangenomen, is in juni 2012 door de Eerste Kamer verworpen na heftige maatschappelijke protesten. De discussie werd een strijd tussen dierenwelzijn en godsdienstvrijheid. Wat uit beeld verdween is een wezenlijke dialoog over de verbetering van het dierenwelzijn tijdens het gehele traject van slachting én over het dierenwelzijn in het totale productieproces in de veehouderij. Respect voor religie en dierenwelzijn kan samengaan. Een zorgvuldige wijze van onverdoofd ritueel slachten kan dierwaardig zijn, mits oorspronkelijke tradities in ere hersteld worden. Misstanden in de huidige slachterijen dienen daarbij wel aangepakt te worden.

Het levenseinde van een dier

In de discussie over onverdoofd en ritueel slachten ontbreekt een belangrijk aandachtspunt, namelijk het wezen van de dieren zelf. Het besef neemt toe dat dieren, net als mensen, ook een ziel hebben. Dat het om begeesterd leven gaat. Bij slachting, doding en natuurlijk sterven dient de onstoffelijke ziel van het dier het stoffelijke lichaam te verlaten. De wijze van slachten heeft grote invloed op het verloop van dat proces.

Een dier dat onvoorbereid, in een langdurige stressachtige en angstige situatie wordt geslacht, heeft veel meer moeite het proces van onthechting van de ziel te doorlopen. In abattoirs hangt een stressachtige en angstige sfeer die dieren instinctief aanvoelen en waardoor ze door angst bevangen raken. Ze reageren dan niet vanuit het natuurlijke proces van schrik en later berusting, zoals in de natuur meestal het geval is, maar zijn ze vooral zwaarmoedig, waardoor het zielelichaam niet lichtvoetig kan oprijzen. Een natuurlijke spontane schrikreactie verzacht de pijnbeleving bij doding, zelfs als deze onverdoofd plaatsvindt. Hoe meer angst, hoe moeilijker de ziel van het dier zijn stoffelijke lichaam loslaat. Bij mensen die stervende zijn is dat niet wezenlijk anders.

Lees meer bij Verdieping: Het levenseinde van een dier.

Kosjer slachten

De traditionele Joodse wijze van slachten is respectvol en overzichtelijk. De methodiek is er op gebaseerd dat het te nuttigen vlees na de slacht geen bijsmaak mag hebben van ‘emotionele gedachtegangen van de mens’ of stress hormonen van het dier. Het vlees dient rein te zijn, ook in de zin van emotievrij van mens naar dier en stressvrij van het dier ten aanzien van de handelingen die met het dier geschieden. Zo is het oorspronkelijk bedoeld. De belangrijkste kenmerken zijn:

  • Het te slachten dier moet gezond zijn.
  • Het dier mag niet in een stressvolle situatie gebracht worden.
  • Alleen opgeleide slachters mogen de slachthandelingen verrichten.
  • De slachter moet gecertificeerd zijn door een religieuze autoriteit.
  • De slachting moet in een ononderbroken vloeiende beweging plaatsvinden, waarbij luchtpijp, slokdarm, halsaders en halsslagaders doorgesneden worden.
  • Het slachtmes moet vlijmscherp zijn, zonder oneffenheden van de zijkanten.
  • Het dier moet op de meest effectieve plek een halssnede krijgen, hoger dan de longtoppen en onder het strottenhoofd.
  • Het dier moet volledig leegbloeden, waarna het vlees geweekt wordt in water en gezouten om het laatste bloed te verwijderen.

In de loop van de tijd zijn er verbasteringen opgetreden en wordt er minder aan de oorspronkelijke richtlijnen vastgehouden. Bij eerherstel van het oorspronkelijke gebruik, voor zover dat gecontroleerd kan plaatsvinden, hoeft aantasting van het dierenwelzijn niet in het geding te zijn.

Halal slachten

Van oorsprong is de halal-slachting een sociaal gebeuren waarbij veel mensen aanwezig zijn. Men is begaan en kijkt toe, ‘aanmoedigend’ en terughoudend tegelijkertijd. Het roept op tot gevoelens van samenzijn en verbroedering. De waarde van het ritueel slachten is een gemeenschapsdaad. Hoewel er in de loop der tijd culturele verschillen zijn ontstaan tussen Islamitische volkeren, is het slachtritueel gelijkgebleven. De belangrijkste oorspronkelijke kenmerken zijn:

  • Het dier moet gezond zijn.
  • De slachtplaats moet rein zijn.
  • Het dier moet met respect en sympathie worden behandeld.
  • Het slachtmes mag niet zichtbaar zijn voor het dier of in de nabijheid van het dier worden geslepen.
  • Andere dieren mogen het slachten niet zien.
  • Het slachten moet gebeuren door een praktiserende Islamiet.
  • Voor de halssnede wordt een spreuk van dankbaarheid uitgesproken en respect getoond voor ‘Diegene’ die in het voedsel voorziet: de Allerhoogste.
  • Dier en slachter kijken in de richting van Mekka.
  • Met een scherp mes wordt met een enkele ononderbroken beweging de hals van het dier doorgesneden, vlak onder het kaakbeen.
  • De volledige hals moet worden doorgesneden, luchtpijp, slokdarm, bloedvaten en de vier zenuwbanen naar de hersenen Het ruggenmerg mag niet worden beschadigd.
  • Het dier moet volledig leegbloeden.

In de meeste Nederlandse slachthuizen worden deze voorschriften niet meer opgevolgd. Er is onoorbaar veel dierenleed omdat men niet gevoelig is voor de noden van het dier. Dieren proeven vooraf hun noodlot en wordt afgrijzen ingeboezemd. Hun weerstand tegen de slacht neemt toe en hun lijden vergroot. Dit pleit voor aparte kleinschalige Joodse en Islamitische slachterijen waar op oorspronkelijke wijze volgens oude tradities wordt geslacht. Dieren mogen vooraf niet van elkaar weten wat er te gebeuren staat, waardoor er geen verbijstering en onnodige weerstand ontstaat. Een aparte keuringsdienst dient erop toe te zien dat er volgens op te stellen rituelen gehandeld wordt. Het doden van dieren bij maanlicht of bij de overgang van dag naar nacht bevordert dat dieren rustiger zijn en meer onbevangen het slachtproces ingaan.

Op een dierwaardige wijze ritueel slachten

Voor ritueel slachten geldt verder hetzelfde als voor verdoofd slachten. Een effectieve methode voor runderen is het toedienen van een lichte roes met een kalmeringsmiddel, vervolgens het dier ophangen met de kop naar beneden en de halsslagader doorsnijden. Door het aan de poten op de kop hangen stroomt het bloed naar beneden en wordt het dier snel bewegingloos. De strekking van het lichaam is spanninglozend en de halsslagader is goed beschikbaar, zodat deze zonder fouten doorgesneden kan worden. De ogen zijn daarbij naar de lucht gericht. Lucht zien verijlt, waardoor het dier gemakkelijker tot overgave komt dan wanneer, zijwaarts, de dader van de doding gezien wordt. Slachtplekken met glazen daken of slachtingen in de open lucht hebben de voorkeur. In de hangende positie komt er veel gewicht op de enkels, vandaar dat het wenselijk is om de touwen te voorzien van zwachtelmateriaal ter voorkoming van inkervingen of te zware druk bij de gewrichten. Afdruipend bloed dient na iedere slachting meteen verwijderd te worden omdat de geur van bloed dieren van slag maakt. Een omgeving vrij van de geur van bloed is minder angstwekkend.

Lees meer bij Verdieping: Het levenseinde van een dier.

Samenvatting

Ritueel slachten zonder verdoving kan dierwaardig geschieden als een aantal strikte procedures (op grond van oude tradities) gevolgd wordt. Uitvoering mag alleen geschieden door een gecertificeerd slachter op een reine slachtplaats. De huidige slachterijen en slagers voldoen nog niet aan die voorwaarden. Verdere voorwaarden zijn o.a. een stressvrije toeleiding naar de slachtplaats, het gebruik van een scherp mes waarbij in één vloeiende beweging luchtpijp, slokdarm, halsaders en halsslagaders doorgesneden worden en het volledig laten leegbloeden van het dier.

In de gangbare slachtplaatsen wordt veel dierenleed veroorzaakt door de massaliteit en de snelheid van het slachtproces. Dieren raken in stress door verbijstering over hun noodlot, waardoor hun lijden vergroot wordt.

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden