Ondergrond stal

Paarden houden van een rulle ondergrond en de verplaatsing daarvan met hun hoeven. Het neerzetten van hun hoeven op zo’n ondergrond geeft hun een prettig en aangenaam gevoel. Het slijpende gevoel van de hoeven werkt door tot in het long-hartgebied. Stro wordt als kriebelig ervaren en geeft niet datzelfde prettige gevoel. Daarom is stro niet geschikt voor in de stal.

Urine en ontlasting

Een paard heeft een heel sterk reukorgaan en vindt het niet fijn om in de lucht van zijn eigen urine of ontlasting te staan. In de vrije natuur loopt hij na het urineren meteen door. In de stal kan hij het een paar uur uithouden, maar als het langer duurt krijgt hij er veel last van. De urine is vaak sterker geconcentreerd na de nachtrust en na intensieve inspanningen. Mensen zijn zich daar vaak niet van bewust omdat zij dit niet zo intens ruiken als een paard. Het is dus belangrijk dat de stal binnen 2 uur wordt schoongemaakt. Bij het urineren let een paard altijd op de windrichting en kiest die plek waar de lucht snel verwaait. Als hij een territorium heeft, zal hij vooral aan de randen daarvan urineren. Ook zoekt het paard een ondergrond op waar de urine zo min mogelijk kan spetteren, bijvoorbeeld in bermen in plaats van op een verharde weg. Spetterende urine roept hetzelfde type ongelustgevoelens op als kriebelend stro.

Huisvesting van merries

Een paard met een overheersend (dominant) karakter heeft meer ruimte nodig dan andere paarden. Die ruimte hebben ze nodig om de sociale rangorde aan te kunnen geven. Als je deze paarden in een aparte box zet, voelen ze zich ontkracht en worden ze hitsiger en onhebbelijk naar anderen, dier en mens. Merries houden ervan om samen te scholen. Ze voelen zich dan sterker opgewassen tegen onverhoeds gedrag van hengsten die hen aantrekkelijk vinden. Plaats merries daarom in een stal in boxen naast elkaar en gescheiden van hengsten, zodat deze niet te dichtbij kunnen komen. In een vrije groepsruimte zie je dat merries de hengst in het middengedeelte laten en zelf liever aan de zijkant vertoeven, dat voelt veiliger voor hen. Als een hengst de samenscholing doorbreekt, zoeken ze elkaar daarna weer snel op. Hengsten die last hebben van andere hengsten die overheersend zijn, hebben liever een aparte box als huisvesting. Zo blijft hun eigen ego of eigenzinnigheid intact. Merries geven de voorkeur aan een open groepsruimte met in een cirkel er omheen open stalruimtes, waar ze zelf in en uit kunnen gaan. Het is verstandig om in de nacht de open boxen af te sluiten, omdat paarden een sterk droomleven hebben en half dromend kunnen gaan rondlopen waarbij ze andere paarden in hun slaap zouden kunnen opschrikken. De mooiste huisvesting is een ronde, vrije ruimte met vrije toegang tot ruime boxen. In ronde ruimtes voelen paarden zich minder opgesloten dan in hoekige.

Huisvesting van hengsten

In de beschreven ronde stallen kun je een minder aantal hengsten huisvesten dan merries. Want hoewel hengsten een hele sterke groepsgeest hebben, zijn er ook enkelingen met een overheersende geest die voortdurend structuur willen aanbieden. Zeker in paringstijd dien je het aantal met 1/3 minder in dezelfde ruimte terug te brengen. Hengsten geven de voorkeur aan een rechthoekige ruimte midden in de stal, omdat ze in een baan moeten kunnen rennen, naar voren en weer terug. En ze moeten een snelle draai kunnen maken, zich flitsend kunnen omkeren. Wanneer je een hengst de ruimte afneemt die hij nodig heeft, wordt hij heel onwillig. De bouwconstructie van de stal dient zoveel mogelijk uitzicht te bieden, naar buiten en naar de hemel. Je moet hengsten niet in afgesloten boxen zetten, want daar worden ze gek van.

Ruinen

In maneges komen vooral veel gecastreerde hengsten voor. Deze dieren voelen zich in zekere zin beteuterd en ervaren een gevoel van afkeuring, van niet goed zijn zoals ze zijn. In het meest ernstige geval voelen ze zich een aftreksel van hun oorspronkelijke staat van zijn. Een jonge hengst die voor het begin van zijn puberteit gecastreerd wordt, komt er beter door dan een ruin die pas na zijn prepuberteit behandeld wordt. Op jonge leeftijd is het aanpassingsvermogen het grootst. Op latere leeftijd valt de reeds aangewakkerde geslachtsdrift ineens weg en is een herijking nodig van de eigen constitutie als hengst. Een soort gevoel van verbijstering blijft de eerste 2 tot 3 jaren na-ijlen. Ruinen gaan zich dan enigszins vergelijken met merries, ze zijn sociaal in de omgang met jonge veulens en zeer betrokken. Vaak lopen ze achter de kudde aan in een zoeken naar hoe ze het best dienstbaar kunnen zijn, terwijl hun natuurlijke aard leidinggevend is. Ruinen willen verbroederen en dat maakt dat de vrije uitloopruimte, zoals die ook voor merries geschetst werd, voor hen het meest voldoet. Echter met dien verstande dat de persoonlijke ruimte per box minimaal een meter breder dient te zijn. Een ruin die pas op latere leeftijd gecastreerd is en al nageslacht heeft voortgebracht, wil zich het liefst niet meer tonen aan soortgenoten en gaat zich vaak losbandig gedragen. Er blijft een vorm van heimwee bestaan naar iets wat hij gekend heeft.

Het herinneringsveld bij paarden in relatie tot castratie

Het grootste herinneringsveld bij paarden bestaat uit pieken en dalen, uit wat buiten de gang van zaken van een normale dag valt. De gewone dagelijkse dingen worden opgeslagen zonder dat daar een accent op valt. Bij een dier dat getraumatiseerd is geweest, spelen die oude trauma’s snel weer op, omdat die een grote plaats innemen in zijn herinnering. En zo’n castratie is een buitengewoon traumatische herinnering.

Inspiraties van Marieke de Vrij (Maatschappelijk Raadsvrouw Stichting De Vrije Mare), bewerkt door Wim van Oort (Ambassadeur Dierenwelzijn, Stichting De Vrije Mare) – december 2013.

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden