Print dit artikel

Paarden zijn toeschouwend.

Ze hebben in zich de mogelijkheid ontwikkeld om bijzonder ogend te zijn naar dat wat hen niet bevalt en op afstand te houden, zij zenden hiervoor signalen uit, waarin andere diersoorten of mensen als ze daar gevoelig voor zijn gepaste afstand houden. Paarden willen van nature geen risico gedrag voor anderen vormen, noch voor andere diersoorten, maar ze hebben hun waarschuwingssysteem op maat om anderen buiten hun veld te houden. Dat doen ze heel eigenzinnig en afhankelijk van het ras waartoe ze behoren en het scala waaruit ze putten en dat per ras andere kenmerken heeft is als volgt. De wijze waarop zij anderen separeren van hen gebeurd allereerst door hinniken, hoe feller aangeschroefd het hinnikgedrag is hoe meer afstand ze willen bewaren. Hoe hoger het keelgeluid in hun nek doorresoneert hoe bozer ze worden. Ook zie je dat paarden die overstuur raken kokhalsgedrag krijgen. De maat, waarin de krop van de keel zich stuurser en opgeschroefder gaat gedragen is de maat van hun weerstandsvermogen. Wanneer paarden losslaan, omdat de afstand niet bewaard wordt, omdat anderen hun zijn niet serieus nemen, dan kunnen ze heftiger plotselinge wildere knikbewegingen hoog in de nek creëren, waardoor ze ook in hun ademstoot naar buiten briesender gaan doorademen. Ze zijn dan nog steeds bezig de ander kopschuw voor hen te maken. Als dat ook niet helpt, dan kunnen ze als een razende Roeland tierend op de ander afstormen. Hun signalen vooraf is niet te mis te verstaan, mits je een beetje aanvoelvermogen hebt. Paarden laten het doorsnee niet zo ver komen. Als ze zelf terug kunnen deinzen of een ommetje kunnen maken nemen ze afstand van dat waar ze  moeite mee hebben, dan zullen ze dat als eerste verkiezen. Paarden, die niet weg kunnen en niet kunnen wijken, omdat er bijvoorbeeld een muur achter hen staat of er is druk verkeer in hun omgeving, die kunnen met deze kenmerkende geluiden anderen op afstand proberen te houden.

Een paard dat zich schrikachtig gedraagt, zal meestal zijn oren aanspitsen en buitengewoon alert de oorlengte probeert te verhogen. Hij zal als het ware de spierspanning in zijn oorstructuur verhogen, terwijl normaal het oor zich gemoedelijker en minder toegespitst gedraagt.

Onrustige paarden

Paarden, die stuurser worden gaan ook de flanken van hun heupen aanscherpen. Er komt een andere spierspanning op te liggen. Dat wordt in aanvang heel hoog op hun heup gedragen. Vervolgens worden de bovenbenen onverzettelijk en de onderbenen onrustig. Wanneer een paard met zijn hoeven gaat kletteren, dat is vaak de aanvang voor losschieten, zoals ik het net beschreef, dan weet je dat je gelijk een stap opzij moet doen. Het paard kan dan geen richting houden, wanneer hij voorbij zijn grenzen van uithoudingsvermogen is om nog iets te tolereren. Wanneer een paard distantie wil en als daar geen rekening mee gehouden wordt en vervolgens ook nog de net genoemde kenmerken gaan optreden dan moet je zeker drie meter opzij gaan. Een paard dat losschiet, heeft geen directe rechte lijn naar voren, die gaat eerst met zijn heupen bewegen en maakt soms ook nog zijwaartse sprongen en dan schiet hij naar voren. Het is heel belangrijk deze kenmerken tijdig te zien.

Paarden waar rekening mee gehouden wordt, wanneer ze zich onrustig tonen, willen graag hun eigenaar vertrouwen in het oplossingsvermogen van hen met dat wat hen niet zint. Ze willen de eigenaar ook tijd gunnen om het op te lossen. Maar bij wantrouwen vanuit eerdere ervaringen, omdat een eigenaar niet ter zake kundig doet zie je dat het paard zich ook meer verwijderd gaat gedragen van de eigenaar. Hij luistert wel maar eerlijk gezegd luistert hij deels. Hij houdt, zoals wij in mensentaal zeggen altijd een slag om de arm. Hij doet mijn best tot hij merkt dat mijn eigenaar laakbaar is. Dan heeft hij de keuze en is nog enigszins inschikkelijk en geeft hem of haar de comfort zone van de aanpassing of zijn grenzen zijn overtreden en dan doet de eigenaar het er maar mee.

Een paard heeft weinig tussengebied en daarom is hij ook zo buitengewoon spiegelend, omdat hij voelt wanneer een eigenaar niet de oplossing verstaat die hij nodig heeft.

Visueel ingesteld

Een paard is visueel heel sterk ingesteld. Een paard is in staat om visuele beelden te scheppen en telepathisch over te dragen aan zijn eigenaar, mits die eigenaar een sterk aanwakkerend beeldenrijk heeft, waardoor hij het op kan pakken. Natuurlijk is niet iedereen telepathisch begaafd, en mensen die telepathisch begaafd zijn zijn niet altijd beeldend begaafd. Paarden zijn beeldend telepathisch begaafd. Dat betekent dat ze beelden uit kunnen sturen naar hun eigenaar om te duiden wat hij wenst. Mensen met een sterk innerlijk visueel beeldenrijk, dat sensorisch en ook telepathisch heel erg openstaat voor beelden die elders leven, kunnen beelden van paarden oppakken en interpreteren.

Leiding gewenst

Een paard wordt rusteloos wanneer hij zijn eigen zeggenschap niet kent. Als hij een beheerder, eigenaar heeft of iemand waar hij op dat moment mee dient te werken, bijvoorbeeld iemand van de manage. Die tijdelijke beheerder heeft bijvoorbeeld geen energetische afspraak met het paard, van dit is mijn beweging met jou en daar wens ik jou toe te verhouden als dat niet door het paard ervaren wordt dan blijft een onzeker dier in contact met degene die hem berijdt of naast hem loopt. Wanneer degene die in contact staat met het paard een rustig en zeker gevoel heeft in omgang staand met het paard, dan kent het paard zijn eigen begrenzing.

Een luisteraar

Het maakt ook heel erg duidelijk dat het paard een verfijnde luisteraar is. Mensen denken dan aan taal. Voor een paard gaat het veel verder als taal beluisteren. Een paard voelt achter de woorden en voelt het al voor er taal is. Als je weer warrig denkt en je hebt daarnaast zogenaamd een stevige uitdrukking, omdat je alle moed bij elkaar verzameld hebt, geen resultaat. Als je iemand bent die gedachteloos op een paard stapt, maar je bent vol vertrouwen en je hebt een bondje met het paard, omdat je het paard al langer kent dan hoef je nooit te herhalen wat vanzelfsprekend al vast ligt. Hij heeft het al verstaan, hij kent jouw uitstraling, hij kent je comfortzone in omgang met hem. Hij weet waar hij met jou aan toe is. Hij weet dat jij je grens gaat bepalen wanneer hij echt te eigenzinnig wordt. Doorsnee is in een dergelijk verhouding taal volstrekt overbodig. Je spreekt dan een ver gevorderde relatie tussen paard en eigenaar.

De verzorger

Wanneer een paard steeds nieuwe berijders krijgt en dat komt vaak voor in maneges, dan is de verzorger in de manege die het meest het paard berijdt en verzorgd maatgevend voor zijn uiteindelijke gedragingen. Daarom doen de manege houders er goed aan te kijken door wie het paard het meest wordt bereden en verzorgd. Het beste is om die functies in een te laten vallen. Daar wordt niet altijd rekening meegehouden. Dit houdt in dat manege paarden, hoewel ze een algemeen karakter kunnen hebben toch nog zo onverwachts uit de hoek kunnen komen. Een paard heeft behoefte aan een leider en niet meerdere. Een paard is niet berekend op meerdere personen, die zeggenschap over hem hebben. Het past niet bij het karakter van het dier, het is een kuddedier met een kudde geest waar één leider het initiatief heeft en niet twee of drie leiders. Het is belangrijk dat een paard zijn leider herkent. Er mogen mederijders zijn en zij mogen ook hun eigen structuur hebben, maar die zijn ondergeschikt aan de echte leider. Ze zijn hier heel eigenzinnig in, dat is wat ik zie.

Dienstbaar versus eigen leven

Een paard voelt voldoening wanneer hij niet over bereden wordt en dat komt nog te veel voor zie ik, waarin hij een stukje eigen leven mag leiden en zich van niets aan hoeft te trekken, dat doet hem erg goed en vervolgens wil hij best dienstbaar zijn. Als het omgedraaid wordt, dat hij meer dienstbaar dient te zijn dan een eigen leven te mogen leiden dan wil hij zich nog wel voegen, maar dan komt de ongehoorzaamheid ’s nachts los in zijn droomwereld en die is heel fantasierijk. Je ziet dat ze rustelozer slapen meer met hun benen schudden en ook dat er meer snurkgeluiden zijn. Hij ligt dan onrustig en voelt zich onhebberiger naar situaties toe dan waar hij overdag getuigenis van aflegt. Hij is dan ook veel gevoeliger voor keelklachten en heeft meer moeite met het stretchen van ledematen, er treedt sneller artritis, reuma in. Het paard past zich overdag keurig aan, maar heeft te weinig eigen belevingsruimte en dat speelt ’s nachts op in zijn droomwerelden en overdag als hij weer op gang dient te komen dan zijn zijn spieren minder rekbaar, omdat zijn psyche minder rekbaar is. Over berijding van paarden is af te raden en het komt dan ook heel erg nauw dat een paard verkend wordt voordat hij bereden wordt en hoe zijn wezenlijke wens is om bereden te worden. Je hebt paarden, die vinden het geweldig om drie vier keer per dag bereden te worden, niets liever dan dat. Je hebt ook paarden die ervan houden drie uur rijden en het liefst achter elkaar met een korte rust tussendoor. Als ik verder kijk dan zijn het ook heel eigenzinnige dieren, die in de structuur van de mensenmaat hoe het uitkomt wel hun best doen, maar als het echt niet past lijden ze aan de gevolgen ervan. Paarden zijn uiterlijk gezien gehoorzamer dan dat ze in de geest aan zichzelf bekennen. Het aardige is dat het heel leuk is om contact te maken met wat het natuurlijke ritme is van het paard zelf, in hoe hij bereden wenst te worden. Dat is vaak anders dan dat het uitkomt voor de mens.

Fijngevoelig gehoor

Ja, paarden hebben fijngevoelig gehoor. Een van de delen in hun gehoor, dat ze niet goed verdragen zijn aanhoudende razende geluiden. Als er landbouwvoertuigen zijn of andere geluiden met een doorslepend nageluid, dat maar door blijft trekken, dan gaat hij zich heel afstandelijk in zijn gehoor naar gedragen. Hij wil het eigenlijk gewoon niet vernemen. Als er rijgedrag moet zijn, omdat het zo uitkomt op het moment dat er dat soort bijgeluiden dan doe je het paard daar geen plezier mee.

Hier noemt iemand dat bij het geluid van vrachtwagens dat aanzwelt je aan het paard merkt dat ze het niet aangenaam vinden. Het is echt het doortrekkende, slijpende geluid waar ze wars van zijn. Ze hebben er niets mee. Een ander iets is dat ze moeite hebben om kleine dieren te overtreden, dat zou je niet bedenken. Als je in een gebied wilt paardrijden waar bijvoorbeeld muisjes kunnen oversteken of een rat of een eekhoorn, zij willen andere dieren niet beschadigen. Een klein dier herkennen ze als een levend wezen. Het is hun respectabele houding naar zichzelf toe not done om op een dieren dier te treden. Als je gaat rijden met het risico van overstekende dieren, het kan ook een poes of hond zijn dan raken ze van de rel en durven niet meer in zekerheid voort te rennen. Als je een paard in galop wilt brengen en er is een risico van overstekende dieren van klein tot groot, je krijgt ze niet in een ontspannen galop. Als je vaker met ze wil rijden en je wilt in galop gaan? Dan doe je er verstandig aan bepaalde gebieden eerst te verkennen, rustig lopend, zodat ze in kunnen schatten of er dieren over kunnen steken, zo niet dan kun je daarna vrijelijk met ze daar in galop. Ja, ze zijn daar heel gevoelig op.

Overstemd door mensengedrag

Paarden worden vaak overstemd door mensengedrag en dat vinden ze niet bekoorlijk. Wat wordt daar onder verstaan? Onderonsjes van de stalhouder met anderen in zijn of haar nabijheid, daar vinden ze niets aan. Dat is iets wat je niet verwacht, omdat hij zo sociaal en empatisch is. Je bent dan in de veronderstelling dat je het alleen al leuk vindt dat je daar staat te praten. Wat ik zie is dat het paard het wel gedoogd en ze vinden jou nog wel leuk, maar dat ze het echt leuk vinden dat zie ik niet. Dat is vermoedelijk toch anders dan dat eigenaren denken.

Gesteld op zijn rust

Verder is een paard ontzettend gesteld op zijn rust, met name in de staltijd zo na tienen. Onverwachts bezoek hebben ze liever niet. Een paard wil echt voelen dat hij nu afscheid van je neemt tot morgenochtend. Als je tussentijds terugkeert, behalve wanneer de veulens geboren dienen te worden dan zien ze dat echt wel als een stuk zorg van hoe is het met je, maar doorsnee zijn ze toe aan onbekommerd hun hersenen in een hele lage frequentiestand te brengen en in ZIJN te zijn. Daar gonst het dan van de energie, wat ik zie is dat er een diepe ontspanning vrij komt, waarin je kunt zeggen ook al zou het paard nog staan en later gaan liggen, maar vooral in die aanvangsfase komen ze in een stadium, zoals mensen in een diepe meditatie kunnen zijn. Dat veld dat zich opbouwt in het paard terwijl hij in een dergelijk sfeer is, is zo lichtgevoelig voor geluid, maar ook voor letterlijk licht en ook voor verandering in de omgeving, daar kan hij heel snel uit opschrikken, omdat zijn sensorisch vermogen een periode niet de hele nacht maximaal aanstaat. Het zendt uit en staat maximaal aan. Dat houdt in dat als je in de late avonduren in de stal moet zijn en je weet een beetje vanaf welk moment je paard behoefte krijgt aan zo’n gevoel, dat je nooit zomaar de deur met hetzelfde geluid open mag maken als overdag en dat je je stem dient te dimmen. Het licht dien je alleen op schermerlicht te houden, omdat een paard bij iemand waarbij hij zich veilig voelt nog kan verkiezen om in die sfeer te blijven of er langzaam uit te komen. Als het geluid te sterk is en het licht te veel en hij moet te snel uit het veld dat hij opgebouwd heeft dan zie je dat hij in navolging daarop gaat wachten op andere dagen om dat gevoel op te roepen, terwijl hij het zonodig heeft. Hij wacht dan tot alle licht van het woonhuis uit is. Dan weet hij zeker dat er niemand meer komt. Een paard heeft er zelf baat bij om vanaf negen uur ’s avonds tot uiterlijk tien uur om als het ware in dat zijnsveld te glijden. Wat doet dat veld met hem? Het ontspant zijn fysieke ledematen buitengewoon. Het vertraagt zijn hartslag, het maakt dat zijn spieren in spankracht afnemen en in ruststand geraken en het maakt dat het geroezemoes als na-herinnering van de dag, zoals het in zijn brein nawerkt gereduceerd wordt om onthecht te worden. Een paard heeft een herinneringsveld, waarin hij tegen de avond als het ware de pieken en de dalen van dat wat buitengewoon was en dat wat minderwaardig was als het ware nog een keer nareist en binnen dat zijnsveld tot rust brengt. Wanneer hij dat vroeg op de avond doet, dan kan hij een ontspannen slaap tegemoet gaan, waarin de na-herinnering van de dag hem niet zwaar belast in zijn nachtleven. Terwijl wanneer dat zijnsmoment uitgesteld wordt tot veel later op de avond verkort dat zijn slaapduur, waarin hij echt diep ontspant en herstellend fysiek ook het mechanisme in het fysieke lichaam op verhaal komt van wat er overdag is geweest. Bij een gezonde slaap is je herstel vermogen fysiek en psychisch op zijn best en als het paard deze in de vroege avond kan hebben. Dat is heel belangrijk voor hem.

Spiegelend vermogen

Het paard is een uitdager en daagt ook mensen uit om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor wat hij vanuit zijn diepere wezen kent en beleeft. Mensen die dat niet doen en als het ware een soort geheim leven leiden, daar stoort hij zich aan. Hij port deze mensen letterlijk wakker en drijft naar buiten wat ze binnen houden, om zichtbaar te maken wie ze werkelijk zijn.

Paarden hebben een voorliefde voor ongekunsteldheid. Dat maakt dat ze iemand de moeite waard vinden, gewoon zoals hij of zij is. Het paard heeft respect voor waarachtigheid, voor wat wezenlijk is, en dat mensen niet doen alsof. Tevens verwacht hij dat mensen hun beste beentje voorzetten en hij voelt aan wanneer mensen daar slordig in zijn en iets onder hun kunnen doen. In de samenwerking met mensen neemt hij geen genoegen met half werk, hij wil je dan direct gaan corrigeren. Bijvoorbeeld als hij verzorging nodig heeft, dan laat hij het je direct weten als die niet naar tevredenheid is. Het paard wil ook dat jij respect hebt voor wie je bent en wat je kan. Dáár is hij mee bezig en daarmee voedt hij je op.

Paarden houden van een opgeruimde sfeer en dat maakt, dat een paard er zelf ook baat bij heeft als de sfeer tussen de mensen met wie hij te maken heeft, helder en schoon is. Wanneer ze betrokken worden bij situaties waar onduidelijk is over wat er precies speelt, willen ze van nature meewerken om die tot verheldering te brengen.

Voor mensen met een opgeruimd karakter is hij bij voorbaat extra dienstbaar. Soort herkent soort, zo simpel is het. Het paard zal bij voorkeur díe mensen benaderen die in staat zijn zelfwerkzaam te zijn, zelfs als hun leven een slagveld is geworden, en die bezig zijn dat weer op orde te krijgen. Hij wil samenwerken met mensen die zelfdoeners zijn of die bereid zijn dat te worden. Hij scant ze genadeloos, daarin is hij heel eerlijk en duidelijk.

Gezelschapsdier

Een paard is een gezelschapsdier maar wel op gezette tijden. Een paard houdt van alleen staan en van samenzijn daarna. Dat maakt het samenzijn extra aantrekkelijk. Wanneer een paard voortdurend in zijn beleving te betrokken gehouden wordt, te dichtbij de ander dan heeft hij doorsnee hinder van de optrek van de ander. Wat bedoel ik daarmee? Dieren en ook mensen hebben een intern auraveld en een extern auraveld. In dat auraveld zit het hele belevingsveld van het paard op dat moment. Het is daarin actief. Jullie mogen het van mij aannemen. Ik ben jaren lang ongelooflijk helderziend geweest van de ochtend tot de avond. Jarenlang zag ik in een drukke winkelstraat iedereen in zijn auraveld voorbij lopen. Aan een auraveld kun je totaal zien waar iemand is. Het klinkt misschien raar, maar alles wat een mens gevoelsmatig ervaart wordt in kleuren vertaald in zijn auraveld. Een paard is een enorm scherpzinnig dier, met een enorm aanvoelingsvermogen en een hele staat van zijn. Als je die enorme staat van zijn steeds in het veld van de ander moet beleven waardoor de impressies van de ander steeds overgaat naar jouwe expressieveld, dan schept op den duur verwarring. Een paard dat het beste floreert heeft vele momenten alleen en dierbare momenten met de ander, omdat hij dan zo zijn eigen veld kent en in het samenzijn met de ander ontstaat de meerwaarde. Als er altijd uitwisseling is van auravelden en je kunt je eigen eigenzinnigheid te weinig behouden dan is het wel een dierzaam dier dat echt zijn soortgenoten niet af zal vallen maar hij kan het leuker bedenken.

Marieke: Wat ik nu doe is dat ik het beeld paard lees en dat gaat over alle paarden rassen heen, dit is een algemeen gemiddelde. Je kunt zien dat in het algemene gemiddelde van het paard een paard alleen tijd nodig heeft juist voor de dierbare momenten met andere paarden. Zij houden echt van hun soortgenoten en het samenzijn is een feest. Ik adviseer altijd wanneer je een dier hebt neem nooit een van een soort, maar zorg, dat er dieren zijn van zijn eigen soort. Een paard floreert ook in alleen zijn, waardoor het samenzijn extra bijzonder is. Ik heb nog niet gesproken over hoeveel uren alleen nodig is om het samenzijn bijzonder te laten worden, maar het kan per dier en per ras verschillen.

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden