Marieke de Vrij heeft een aantal lezingen gegeven waarin diverse aspecten van het sterven van dieren aan bod kwamen. De belangrijkste fragmenten zijn gebundeld in deze publicatie ‘Het levenseinde van een dier’.

Inleiding van de redactie

Wanneer een dier om welke reden dan ook wordt gedood, is het belangrijk dat met respect te doen. Marieke de Vrij heeft een aantal richtlijnen doorgekregen die kunnen worden toegepast wanneer een dier wordt gedood. Deze richtlijnen worden in de toekomst nog meer uitgebreid.

Deze samenvatting heeft tot doel de maatschappelijke normen rondom slachting en doding in een ander licht te bezien dan wat nu algemeen geschiedt en een maatschappelijke discussie hierover aan te wakkeren.

We doen als redactie een poging de losse teksten uit de diverse lezingen in een logische volgorde te zetten. Eerst verdiepen we ons in het zielelichaam van een dier en traditionele rituelen en gebruiken. Vervolgens de wijze van en de omstandigheden bij het slachten of doden van het dier. Tot slot gaan we in op de gevolgen van medicatie tijdens het stervensproces.

Wij hopen dat dit artikel u een inzicht geeft in wat het voor een dier betekent om geslacht of gedood te worden en hoe wij mensen dit zo zorgvuldig en respectvol mogelijk kunnen uitvoeren.

Het zielelichaam van het dier

Marieke de Vrij: Er vanuit gaande dat de ziel van een dier bij het proces van

conceptie/zwangerschap/geboorte zich een stoffelijk lichaam heeft toegeëigend, dient men te gaan beseffen dat bij slachting, doding en natuurlijk sterven, de onstoffelijke ziel van het dier het stoffelijke lichaam dient te verlaten.

Het dier wenst haast voorgelicht te worden omtrent het naderende einde, zodat hij zelfbewust de ziel kan laten oprijzen, waardoor die minder aan het lichaam gekoppeld blijft. Dat houdt daarnaast ook in dat pijnprikkels die het lichaam bereiken, de ziel als het ware minder tarten. Een dier dat totaal onvoorbereid te snel moet sterven in een angstige omstandigheid, waar geen natuurlijke dierlogica voor is, kan zich belemmerd weten en voelen om op een makkelijke manier zijn ziel te laten gaan vanuit het stoffelijk lichaam.

Onverwachte ernstige schrik kan ook het effect hebben dat een ziel overhaast het lichaam verlaat. Wat je ziet bij een abattoir is dat er een heel angstige sfeer hangt.

Dieren voelen dat instinctief aan, raken geprikkeld, worden door angst bevangen en kunnen niet echt vanuit schrik reageren. Ze zijn vooral zwaarmoedig, waardoor het zielenlichaam te zwaar in het lichaam hangt en te weinig lichtvoetig kan oprijzen.

Slachten van dieren

Vraag: Wat zijn de goede slachtmethoden en waar dienen we op te letten als het onvermijdelijk is dat een dier dient te overlijden middels mensenhanden?

Marieke de Vrij: In de natuur hebben dieren vaak instinctieve methodieken. Ze grijpen bijvoorbeeld vaak onverwachts een ander dier op een bepaalde manier in het nekvel, waardoor dat dier een heftige schrik ervaart, zodat de ziel lichtvoetig wordt en daardoor meer willoos loslaat. Ik bedoel daarmee te zeggen dat een (roof)dier vaak is afgestemd op hoe het een ander dier effectief plotseling kan doden, op een wijze dat de ziel versneld verijld uit het lichaam oprijst  en verder weg  kan trekken uit  het lichaam dat daardoor voornamelijk nog omhulsel is; niet volledig meer bewoond door het zielenlichaam. Het zielenlichaam is dan meestal slechts nog met een fluïdumkoord aan het stoffelijk lichaam verbonden en verbreekt na het letterlijk sterven.

Het eerste beeld dat ik waarneem, is dat vroeger in de oude culturen, juist de mensen die paranormaal begaafd waren en een sterk ontwikkeld derde-oog-chakra hadden, vanuit het derde oog contact maakten met de ziel van het betreffende dier, daar innerlijk mee communiceerden en het dier vroegen om zich bereid te verklaren om te overlijden. De impuls van de mens naar het dier was dan respectvol en met eer naar het wezen van het dier. Je brengt het dier in een vorm van trance, waardoor het als het ware al lichtvoetig van aard wordt, want het komt dan in een ander zijnsbewustzijn. Tegelijkertijd vermindert dan ook de angst, want het werkt ook als een vorm van verdoving. Het dier, dat zich bewust wordt van z’n eigen zielskwaliteit, is dan ook minder bewogen naar z’n stoffelijke lichaam, omdat de ziel van het dier weet/aanvoelt dat hij dóór leeft voorbij de lichamelijke verschijningsvorm. Dit maakt hem bereidwillig naar de mens te luisteren en om zijn lichaam over te geven aan de mensen voor de diensten, die zij daaraan wensen te ontlenen. In die tijd behoefde het dier zich niet onnodig te offeren en ontving het nog respect. Mensen waren meer inlevend in de bijzondere kenmerken die dieren uitbeeldden en die zijzelf niet in die mate bezaten. Er bestond nog veel meer be-wonder-ing voor dierlijk leven. Eigenschappen die dieren uitbeeldden waren nog niet door technische ontwikkelingen voor onszelf haalbaar, zoals: vliegen in de lucht, versnelling in beweging op aarde en sterk telepathisch contact op grote afstand.

De meest schone methode is dus om de ziel zich bereidwillig vrij te laten geven. Het is niet moeilijk om mensen daarvoor te trainen, zeker niet als die van nature al een bepaalde gave hebben. Men denkt dat het veel gevraagd is, maar mensen die van nature liefde voelen voor het dier en genegen zijn om op deze manier het dier te helpen om uit z’n lichaam uit te treden, voelen ook dat daarmee het collectief veld van het dier niet negatief beïnvloed maar juist ondersteund wordt om intact te blijven.

Wanneer er wezenlijk vanuit een gemeend ritueel met hem omgegaan wordt, kan bij het dier de mogelijkheid ontstaan dat hij zich bereidwillig voelt om zich over te geven aan mensenhanden. Hij kan dan voelen en beseft zelf dat zij die hem hiertoe uitnodigen, beseffen waartoe hij zich offert. Dat is het belangrijkste.

Zoals ik ernaar kijk, heeft iedere traditie eigen rituelen op zich genomen die het dier een beleving van verbijzondering gaven. Het is vaak onduidelijk waar rituelen uit voortkomen. Vaak zijn ze in aanvang – persoonsingegeven – door mensen geïnitieerd geweest en weer overgenomen. Dat voert nu te ver voor mij om dat helemaal terug te werken.

Dit is een heel algemene beschouwing, niet specifiek op een diersoort gericht.

Aandacht voor het dier voordat het geslacht of gedood wordt

Vraag: In Oosterse godsdiensten, bijvoorbeeld bij de Joden, Islamieten of de Hindoestanen, wordt bij het slachten van dieren van oorsprong een spreuk uitgesproken.

Welke betekenis heeft dat voor het dier?

Marieke de Vrij: Deze afstemming die door de spreuk gegeven wordt, is essentieel omdat de ziel van het dier zich dan reeds gedeeltelijk uit het stoffelijk lichaam kan terugtrekken, voordat het dier letterlijk gedood wordt.

Dit heeft niet alleen te maken met de spreuk, het is ook het bewust contact van “de slager” met het dier, zodat het dier herkent dat zijn tijd genaderd is om te sterven.

Ik ga vragen waar de spreuk aan dient te beantwoorden en wat verder waardevol is voor het dier.

  • Zegen de plaats waar het dier naar toe gebracht wordt en vraag/bidt om onstoffelijke begeleiding om het dier te helpen in zijn overgang.
  • Reinig regelmatig ritueel de plaatsen waar dieren sterven, zodat de overleden dieren die eventueel nog niet goed overgegaan zijn door mogelijke angst, alsnog geholpen worden.
  • Een goede plaats hiervoor zijn vaak de hoeken van een weiland. Gebruik regelmatig een andere hoek, zodat de plaats niet te belast wordt.
  • Heb respect voor het collectief veld van het dier, dus als je het over de koe hebt, voor het koeienras.
  • Indien mogelijk, benoem het dier met zijn persoonlijke naam. Dus eerst noem je de naam van het dier, dan maak je energetisch contact met het hart van het dier – dat kan ook in de spreuk benoemd zijn- dan ga je in aandacht naar het voorhoofd van het dier, daar waar ook het collectief bewustzijn van het dier zelf aanwezig is.
  • Maak in je eigen menselijke gestalte een buiging voor het dier door je hoofd en je hals te knikken.
  • Bedank het dier voor zijn aanwezigheid op aarde en in dit geval de ondergeschikte rol die hij uitgebeeld heeft voor het menselijke ras.
  • Spreek het dier toe dat voor zijn nageslacht gezorgd zal worden op een waardige manier, zodat dit als geruststelling meegegeven wordt. Dit wordt ook in de spreuk neergelegd.
  • Bemoedig het dier door je hand te leggen bij de overgang van nek en schouders en drie keer in hetzelfde ademritme met het dier te verkeren.
  • Daarna doe je de klopbewegingen. (zie hieronder)
  • Dan neem je een moment van in-gedachte-neming.

Dit kan versterkt worden door het dier ritueel te bekloppen. Ik zal kijken welke plaatsen daarvoor geoorloofd zijn en zal de juiste volgorde aangeven.

  1. Eerst de wreef/bovenkant van de voet/hoef één korte lichte klop.
  2. Het staartbeen één korte lichte klop.
  3. Op de hoogte van de rugwervels, waar het middenrif aangehecht is, één kort lichte klop. 
  4. De hoogste nekwervel één korte lichte klop.

Als eerste dient er de spreuk te zijn, als tweede de lichte, ritueel opvolgende klopjes en als derde het letterlijke doden op de meest geschikte manier.

Het punt is dat, als je vanaf beneden beginnend het dier korte tikjes en klopjes geeft, hij zich energetisch al hoger in het lichaam verplaatst en eenvoudiger zijn stoffelijk lichaam verlaat. Eventueel zou bij bepaalde dieren nog een klop in de knieholte toegevoegd kunnen worden, maar over het algemeen zou ik het afraden, omdat de dieren al licht angstig zijn.

Dus de wreef/bovenkant van de voet/hoef, het staartbeen, de rugwervels op de hoogte waar het middenrif is aangehecht en de laatste halswervel. Het gaat om éénmalige lichte tikjes/klopjes.

Dit geldt in zijn algemeenheid voor dieren. Sommige dieren hebben geen middenrif, dus dan kan dát stukje worden overgeslagen.

Dan voltooi je het ritueel door die doding toe te passen, waardoor het dier zo pijnvrij en respectvol mogelijk sterft.

Het letterlijke doden of slachten van het dier

  • Het is belangrijk, indien mogelijk, het dier te laten overlijden in de open natuur omdat dat veel zachter en aangenamer is voor het dier als daar het zielenleven in hem aan het stoffelijk lichaam wordt onttrokken. Ook is er in de natuur minder angst aanwezig dan in een abattoir. Bij een dier worden net zoals bij de mens, zijn stoffelijk lichaam en zijn zielenlichaam gescheiden. Hoe meer angst, hoe moeilijker een dier uit zijn stoffelijk lichaam komt. Gedood worden op het land waar je altijd geleefd hebt, is veel minder angstwekkend waardoor je ook gemakkelijker uit je lichaam gaat.
  • Het is belangrijk dat ongeveer een kopje bloed in de aarde kan druppen. Deze hoeveelheid bloed geldt voor een dier met de grootte van een koe. De rest van het bloed hoeft niet in de aarde te lopen. Als het dier overlijdt in de wei waar hij altijd gelopen heeft, dus ik ga nu uit van het natuurlijke leven van het dier, dan is het collectief veld van de ether bekend met de aanwezigheid van de koe, die gedurende jaren op die plaats in- en uitgeademd heeft en daar alles van zijn leven meegemaakt heeft. Doordat het bloed in de aarde vloeit, is er een bemiddelingsvermogen van de aarde naar het dier toe op het niveau waarin het dier zijn zielsbevrijding gaat beleven. Dus het is alsof de aarde meegenomen wordt in het bewustzijn van het dier dat overlijdt, en vice versa.

Ik probeer mij hiervan een beeld te vormen, want dit is voor mij ook helemaal nieuw.

Het doet mij denken, terwijl ik daar niet bekend mee ben, aan indianenrituelen.

Een dier kent nu geen kuddesfeer meer. Hij trekt niet meer over de weilanden om steeds nieuwe gebieden op te zoeken, als noodzakelijkheid om in zijn onderhoud te voorzien.

Een dier wordt nu beperkt tot een weiland en hij wordt soms verplaatst naar een ander weiland. Dieren laten niet alleen hun ontlasting en hun urine achter in een weiland, normaliter baren ze ook op het weiland en verliezen ze daar hun placenta en hun bloed in het geval van menstruatie. Er is een uitwisseling gaande van lichaamssappen en lichaamsontlastende materialen, voortkomend uit de voedselketen die ze genuttigd hebben. Er is dus een primaire uitwisseling tussen de aarde en het dier. De aarde vervult nu een rol in het afscheidsritueel. Op het moment dat de aarde één kop bloed ontvangt, staat dit voor een afronding van de uitwisseling.

Vroeger gebeurde dat gewoon zo, een dier overleed op het land.

Van in het wild levende dieren, bijvoorbeeld dieren die leefden zoals indianen met dieren omgingen, liep het bloed ook gewoon letterlijk de aarde in. Verder namen de aasgieren hun deel, nadat de mensen het vlees van het dier hadden meegenomen. De aarde nam ook de levenssappen van het dier tot zich. Het is alsof het bloed van het dier op een bepaalde manier ook verrijkend is voor de aarde. Het eerste wat ik daarbij zie is dat zand door bloed tot een kluit wordt gebonden. Het zand verstart en pas door contact met regenwater of ander water opent het zand zich weer.

Doordat het zand zo doortrokken wordt van bloed, is het alsof het wezen van het dier in na-herinnering nog even deels geconserveerd op aarde aanwezig is; in herinnering van de wisselwerking tussen het dier en de aarde.

Wij begraven regelmatig mensen. Die liggen dan in de aarde. Doordat de huid en de organen langzaam vergaan, is er hierdoor ook nog net iets langer iets van de energetische na-herinnering van de mens op aarde. Ook al verkeert de ziel na de dood in de onstoffelijke geestelijke gebieden, wil dat niet zeggen dat alle energetische informatie al uit het lichaam verdwenen is. Het lichaam is zelf ook volgelopen met informatie. Het bloed is het meest eigen van een dier of mens.

De omstandigheden en het tijdstip van het doden van een dier

Marieke de Vrij: Als het dier in de open natuur gedood wordt is dát het meest natuurgetrouw. Slachtingen bij avond en maanlicht, dat is het beste moment als je echt kunt kiezen.  Dat is het gebied van overgang van dag naar nacht. Het ritme in de natuur loopt dan terug, er valt dan rust over de natuur heen. Dieren zijn daar ook op aangesloten als zij buiten zijn. Er is dan nog een mate van alert bewustzijn actief waarin het afscheid nemen ook plaats kan vinden, maar ook al de mate van rust die vooraf gaat aan het letterlijk weer gaan slapen.

Normaal gaat een dier laat op de avond slapen. Als in dat overgangsgebied van het afscheid nemen van het dagritme en het opmaken voor de nacht, het dier in een emotionele rust is en het slachtritueel dan geschiedt, dan is het dier veel minder in verzet en angst.

Het is ook heel mooi om het te doen op de plek waar het dier regelmatig in de wei verblijft, als dieren nog heel veel in de natuur zijn en ze normaliter ook in de wei slapen.

Wanneer dat niet is na te gaan, dan is een hoek van een weiland een beschutte, geëigende plaats; daar zit als het ware al beschutting omheen. Dat geeft al grenservaring aan.

Het is prettig als het dode dier twee tot drie uren mag blijven liggen op het weiland, voordat hij letterlijk opgehaald en afgevoerd wordt. Dit heeft niet alleen te maken met het feit dat het dier kan bekomen van wat er met hem geschied is, maar ook omdat hij in een andere staat van bewustzijn gaat verkeren. En het heeft ook te maken met de omringende dieren, die in hun bewustzijn opnemen dat een soortgenoot is overleden, waardoor ze ook bewust vanuit herkenning afscheid kunnen nemen op dat moment en de dagen daarna. Waar geen herkenning is, is een vacuüm. Dat belemmert ook de afscheid- en rouwbeleving van dieren zelf.

Dus twee tot drie uur is een noodzakelijkheid. En als het dier pas de volgende ochtend opgehaald kan worden omdat dat eenvoudiger te regelen is, dan kan je dat gewoon laten gebeuren. Je krijgt dan wat meer uitscheidingssappen op het land, maar dat is minder nadelig voor de situatie dan dat een dier te snel wordt vervoerd.

Dit is een gemiddelde tijd die voor dieren in het algemeen genomen wordt.

Bij bepaalde dieren, zoals bij een paard dat een heel intellectueel dier is, is het belangrijk dit zelfs uit te breiden tot zeven à acht uur na zijn sterven. Dus daarvoor gelden andere tijden. Het paard heeft ook nog als bijzonderheid dat hij na zijn dood uittreedt, maar weet zich ook weer deels terug in zijn lijf te plaatsen en kan er daarna weer uit gaan. Het paard is nog onderzoekend in die tussenfase van: hoe is het nu, ben ik nu wel dood, hoe voelt het nu als ik er (deels) weer in zit? Het is een heel wonderlijk proces. Het paard kan er heel twijfelachtig mee omgaan, met name als hij heel diepe contacten met mensen heeft opgedaan waarmee hij zich heel erg verbonden voelt. Als de mensen om hem heen rouwen, dan vindt hij het heel moeilijk om weg te gaan. Hij plaatst zich dan soms weer energetisch in zijn lijf om vervolgens te beseffen dat het allemaal niet meer werkt en meer dat hij er toch uit moet.

Het is fijn als dieren volstrekt met rust gelaten kunnen worden vlak na het overlijden.

Dat hun lijf even mag blijven liggen zoals het ligt, zodat de ziel zich in rust uit het lichaam kan bevrijden. Het is net als een geboorteproces een heel fijngevoelige aangelegenheid. Als het dier teveel daarin opgeschrikt wordt of te snel daarin moet bewegen, dan komt dat schrikeffect er weer bij. Het is een soort langzaam wegglijden; losglijden uit het stoffelijke dat in verschillende fasen verloopt en per dier individueel weer anders ingegeven is.

Ik zou algemene beschrijvingen van dierengroepen kunnen geven, maar dan nog blijft het een individuele aangelegenheid.

Methoden van doding in relatie tot het lijden van dieren

Marieke de Vrij: De schietmethode, waar je eigenlijk door het voorhoofd en het derde oog heen schiet bij dieren, is heel diep inwerkend in het collectief veld van het dier. Het is niet voor niets dat ik schets dat de mens vanuit het derde oog contact kan maken met de zielskwaliteit van het dier. Zo kan je je voorstellen dat als je een kogel of een pen door het derde oog (tussen de wenkbrauwen) heen schiet, je de ziel van het dier weliswaar versneld wegduwt uit het lichaam, maar op een wijze die geen respect betoont voor het dier dat zichzelf dient vrij te geven in de hang tot terugtrekking, als het ware na innerlijk overleg.

Je verklaart je dan heer en meester, en onderwerpt het dier op een wijze zoals geen enkel dier een ander dier zou doden. Dat schept vervolgens een collectieve plicht van de mensheid om uiteindelijk het dier gewillig te worden om te mogen overleven. Wij scheppen dan een vorm van karma, een leringsproces dat wij ooit in onze ontwikkeling aan dienen te gaan, waarbij we inzien dat we het dier of diersoorten dienen te ondersteunen in hun overlevingsdrang.

Als wij dit niet goedschiks naar hen toe doen, dan krijgt het dierlijk leven uiteindelijk meer macht over ons.

Vraag: Wat is een goede methode om het dier letterlijk te doden, zonder dat dat negatieve inkervingen geeft in het zielenleven van het dier zelf?

Marieke de Vrij: Wanneer er mensen opgeleid zijn op de manier zoals ik het net schetste, dan kan deze mens het dier vragen om zijn ziel bereidwillig terug te laten treden, waardoor het lichaam genomen mag worden in dienstbaarheid voor de mens. Ik krijg nu het beeld te zien van een een schaap, dat aan de poten opgehangen wordt, op z’n kop. De slagader doorsnijden is dan een minder bedreigende vorm van doding voor het dier dan schieten. Door het dier zo op te hangen aan de poten stroomt het bloed naar de kop en raken in feite de poten al minder doorbloed, zodat de lichtvoetigheid naar de uittreding al bevorderd wordt. Dit helpt om het dier niet te lang te laten lijden.

Ik neem waar dat als je een dier aan de poten ophangt, het auraveld om de poten dunner wordt. De ziel trekt als het ware naar de kop en kan daardoor ook makkelijker uittreden. Als je dan de halsslagader doorsnijdt, kan het dier overlijden zonder een te langdurig lijden. Het leven vloeit als het ware uit hem weg.

Opmerking vragensteller: Dit doet mij denken aan een methode, die ik vroeger op de boerderij wel gezien heb bij het slachten van een kip of een haan. Die werden bij de poten gepakt en rondgeslingerd, waardoor het bloed helemaal naar de kop ging en ze dus ook even versuft waren. En dan werd de kop eraf geslagen.

Marieke de Vrij: Dat klopt, want dan gaan ze ook al in een uittreding. Zit zelf maar eens als je vrij sensitief bent te lang in een draaimolen, dan word je ook ijler. Wanneer je naderhand gaat lopen, voelen je voeten ook veel ijler aan. Dan is het net of je een lichaam hebt dat hoger is dan normaal. Dat komt gewoon omdat je ziel dan hoger zit.

Je kunt je voorstellen dat, als je een dier helpt om zich alvast voor een deel uit het lichaam te trekken en je doodt het daarna, dat dit een veel minder pijnlijke ervaring is dan dat de ziel helemaal geïncarneerd nog in dat lichaam rust. Dus het helpt als je een kip eerst laat draaien aan z’n poten. Op de kop houden is vaak al voldoende en hoe langer een dier op z’n kop hangt, hoe minder beweeglijk het uiteindelijk nog is, omdat de zielskracht in het lichaam afneemt.

Bij een sterk uitgerekte nek. ontstaat er meer druk op het kruinchakra, alsof dat zwaarder belast gaat voelen. Het uitrekken van de nek verzwaart het kruinchakra dat in wezen heel open en licht van gesteldheid dient te zijn, zodat de ziel makkelijk op kan rijzen.

Een verzwaard kruinchakra belemmert als het ware de uittredingsgevoeligheid.

De slachtmethode die gepaard gaat met het op een andere manier uitrekken van de nek, omdat je er goed bij moet kunnen of wat dan ook, versterkt de angst in het lichaam en creëert daardoor zwaarmoedigheid, waardoor juist die uittredingsgesteldheid niet bevorderd wordt.

Wanneer een nek uitgerekt wordt doordat het dier op de kop hangt, is dat niet nadelig, want de energie van de ziel gaat haast tegen het kruinchakra aanliggen en trekt door het kruinchakra voor een deel gewoon weg. Er gebeurt dan ook iets met het hersenvlies, zie ik.

In ieder geval is het een gunstige omstandigheid om dieren vóór het slachten op hun kop te hangen. Daardoor hebben ze een grotere mogelijkheid om zelf te verkiezen om uit te treden.

Dieren, waarbij de nek dwangmatig te stevig in een rechtopstaande of liggende positie vastgehouden wordt, verkrampen van angst. Daarbij zie je ook vaak dat de poten in een verkramping gaan liggen. Dat is een houding die je altijd dient te vermijden. Op het moment dat je ziet dat het dier zich eigenlijk vast wil klampen met de poten, dan zit de energie nog behoorlijk in het lijf. Bij een dier dat gaat uittreden, strekken de poten zich.

Het heeft bijvoorbeeld dus ook een heel gunstig effect om dieren via water te laten overlijden, om onder water het stervensproces te versnellen. Bij een dier dat al water opgenomen heeft in de longen en in een soort droomtoestand is geraakt, kun je desnoods het lijden nog verkorten door een slagader door te snijden. Dat is een gunstige omstandigheid.

Vraag: Nu is het in de praktijk zo dat koeien worden geschoten en varkens worden geëlektrocuteerd achter de kop. Die krampen dan helemaal samen. Kun je daar iets over zeggen?

Marieke de Vrij: Het effect van het elektrocuteren is dat het levenszin-dodend is. Het is een zielsaantasting en de verkramping die daarvan het gevolg is, is een uitbeelding van het naargeestige gevoel dat het dier daaraan overhoudt. Het vervolg is dan executie door een messteek in de halsslagader. En die executie vindt plaats terwijl de levenszin al gedood is en de psyche van het dier in naargeestigheid gehuld gaat. Dat is dus een omstandigheid voor het dier waarin hij moeizaam overlijdt en de ziel zich na het overlijden ook moeizaam alsnog uit het stoffelijk lichaam kan terugtrekken door de verkrampte omstandigheid waarbinnen de doding heeft plaatsgevonden.

Bij overlijden middels verdrinking en slagaderlijke bloeding rijst de ziel als van nature op uit het stoffelijke lichaam.

Bij elektrocuteren als executie, want dat is het eigenlijk, ontstaat er een enorme verkramping in de geestelijke gesteldheid van het dier. Dat is heel levenszinremmend. Dus in het collectief veld wordt de levenszin van het ras geremd.

Vraag: Wat betekent dat voor de toekomst?

Marieke de Vrij: Voor de toekomst betekent dit ondermeer: een verminderde bereidheid om te incarneren, en de afwijkingen die daarvan het gevolg zijn, zowel psychologisch als lichamelijk.

Vraag: Elektrocuteren gebeurt vooral bij varkens. Koeien worden in het voorhoofd geschoten, in het derde oog. Geeft dat hetzelfde nadelige effect op het uittreden?

Marieke de Vrij: Ja. De dieren die geëlektrocuteerd en geëxecuteerd worden, lijden aan levenszin dodende energie. Bij executie middels schieten door het voorhoofd is dit nog zwaarder. Bij die dierenrassen waar dat voorkomt, werkt dat door. Het is een soort woekering, want de geest van het dier is zo lusteloos wanhopig en voelt zich verschrikkelijk. Achter bepaalde wanhoopsgevoelens zit nog verborgen kracht, maar in het geval van elektrocuteren of executeren is het een afgevlakt en verlaten, eenzaam gevoel.

Vraag: Dus als je een varken een heel mooi leven geeft en hem vervolgens op zo’n manier laat slachten, want dat is gangbaar en ook wettelijk voorgeschreven, dan ben je nog helemaal verkeerd bezig?

Marieke de Vrij: Ik denk dat een varken het best geslacht kan worden door verdrinking en/of slagaderlijke bloeding, terwijl hij op zijn kop hangt.

Vraag: Is de voorbereiding door helderzienden die je noemde in feite wat plaatsvindt bij de moslims en de joden? Daar wordt kosher geslacht. Dat is niet alleen een kwestie van verbloeden, maar er worden ook gebeden bij gezegd en het dier wordt toegesproken (prevelementen gehouden).

Marieke de Vrij: Ik zal kijken of ze het ook echt vanuit verbinding, vanuit het derde oog doen, want dat is toch wat anders dan alleen een gebed.

Nee, dat is toch afwijkend.

Als je het echt vanuit het derde oog doet, begeleid je een dier om te overlijden vanuit de geestelijke verbinding die je met het dier aangaat en vraag je het dier of hij stervensbereid is. Tevens luister je, ook in afstemming op het dier, of hij bereid is zich hiervoor te offeren.

Vraag: Hoe kan deze manier van doden/slachten praktisch worden ingevuld?

Marieke de Vrij: Mijn idee is, gezien de informatie die hier verstrekt is, dat er praktisch echt iets voor gecreëerd dient te worden. Misschien kan er een soort van bemiddelingsbureau ontstaan voor mensen die dit als bedrijfsvoering op gaan zetten.

Het dienen zeer diervriendelijke mensen te zijn die zich hiermee bezig gaan houden, zowel in relatie tot doding als wel tot wat noodzakelijk is ná de dood. Zij dienen ondermeer een goed sensitief afstemmingsniveau te hebben om te kunnen ervaren of het dierenlichaam ook echt helemaal leeg aanvoelt.

Je merkt dat ook als je in een wake bent bij een overleden mens. Je kunt, als je sensitief bent, dan voelen of het lichaam helemaal leeg is of dat er nog connectie mee onderhouden wordt. Er moet een bepaalde gevoeligheid zijn op dit gebied.

Daarnaast dient men ook respectvol met het dierenlichaam om te gaan ná de dood, zowel met het optillen als met de vorm van vervoer. Indien mogelijk er voor zorgen dat het lichaam niet te schokkerig vervoerd wordt. Ik kan mij voorstellen dat de vering van de auto kan worden aangepast. Ook zie ik houten vlonders met spiraalveren die de schokken opvangen, een soort schokdempers.

Verder kan je het ook voor een groot deel aan deze mensen overlaten, want als ze echt hart voor dieren hebben, dan breidt hun kennis zich op dat gebied ook uit of kunnen ze daar verder nog raad voor vragen aan mij of anderen.

Ik zie nog iets. De bekleding van de wanden van de auto mag echt zwart zijn. Waarom zwart?

Er is ook een soort al-duister dat heel warm en geborgen is, ik noem dat altijd het fluweelachtige zwart. Ik heb zelf ook wel als ervaring in uittredingen gehad dat ik in een immense, kosmische ruimte kwam waar dat fluweelachtige zwart was. Dat heeft een enorme warme intensiteit. Dat heeft helemaal niets met duisternis te maken, zoals wij over duisternis denken. Het is haast het duister van het heelal, er hangt ook een vibratie. Het is alsof daar een soort oproep van uitgaat om maar helemaal mee te geven in de dood.

Achter dat duister ontstaat het licht. Het is een soort geleidelijke beweging naar de lichtervaring toe. Het gaat om warm zwart. Zwart is de omhulling en wit is de bevrijding. In die zin zou je de betekenis hiervan kunnen zien.

Hoe kun je steunen bij natuurlijk overlijden van dieren, bijvoorbeeld bij ouderdom.

Marieke de Vrij: Dat heb ik zelf een keer meegemaakt met een poes. In haar laatste levensfase kreeg ze op een gegeven ogenblik last van diarree en overgeven. Toen ik vervolgens merkte dat ze pijn begon te krijgen, voelde het alsof het goed was dat ik de poes zou helpen, want de pijn heeft ook te maken met de verkramping en de angst voor de overgang. Ik heb toen gevoeld dat ik het dier bij het derde oog mocht vasthouden, en met de andere hand achter bij de stuit. En toen was het net alsof ik bij de stuit een soort opbeurende, rustige energie mocht instralen die naar het derde oog leidde. Zo stond ik met mijn ogen dicht en ik zei innerlijk, vanuit een warm, liefdevol, opbeurend gevoel: “Nu mag je overlijden”.

Toen mijn handen loskwamen, voelde ik zo de ziel, haast aan mijn hand, het lichaam uitgaan. Dat diertje is dus helemaal pijnloos overleden. Precies op het moment dat ik zei “Nu laat ze los”, stierf ze en de pootjes lagen slap en ontspannen. Daar zat voor mij de boodschap achter dat het niet met een spuitje hoeft, als een dier eraan toe is om te overlijden.

Bij pijn is het de kunst om het dier te laten ontspannen voorbij de pijn, waardoor de ziel kan overgaan. Dit vraagt tijd, aandacht en afgestemd, inlevend vermogen én een warm opbeurend gevoel naar het dier toe.

Wellicht bestaan er dus vormen zoals deze, die steunend zijn bij het overlijden van dieren, bijvoorbeeld ten gevolge van ouderdom.

De gevolgen van medicatie tijdens het stervensproces van een dier

Marieke de Vrij: Het is mij al langer bekend dat bepaalde medicatie bij de mens conserverend werkt in het lichaam, waardoor de ziel veel meer moeite heeft om tijdenshet overlijdensproces het lichaam op een natuurlijke wijze te verlaten op de daarvoor geëigende tijd. Hierdoor duren stervensprocessen onnodig langer.

Deze medicatie zorgt dat er een soort verstarring plaatsvindt in het weefsel van de mens waardoor het zielenlichaam niet goed flexibel  zich terugtrekkend kan bewegen, laatstaan sterven op een wijze dat de mens zijn zielenlichaam soepel en flexibel kan terugtrekken uit het stoffelijk lichaam.

Morfine zorgt juist voor het tegenovergestelde, dat is verijlend. Daardoor kunnen mensen gemakkelijk met morfine overlijden.

Hoe dit bij diergeneeskunde is weet ik niet. Ik weet van de mensgeneeskunde dat er veel medicatie is die een conserverend principe heeft. Dit doet iets op het gebied van de lichamelijke structuur, maar dus ook met de zielsbinding aan het lichaam tijdens het overlijden. Daar is nog helemaal geen onderzoek naar gedaan.

Slotwoord

Marieke de Vrij: Het is een vorm van diepe zielsbeschadiging zoals we nu dieren benaderen en afmaken. In dat zielsbedreigend functioneren naar het dier wensen wij hen te onderwerpen aan onze lusten.

Waarom noem ik het lusten?

Wij gaan te weinig wezenlijk zinvol om met wat het dier ons vrijwillig kan brengen. Het dier heeft een bepaalde offeringsbereidwilligheid, maar die overtreden wij in een hoge mate.   

De mate waarin dit nu geschiedt, kan ertoe leiden dat diersoorten meer ziektes ontwikkelen ter weerhouding van menselijk ingrijpen in hun natuurlijke waarde.

Dieren hebben een sterk aanvoelend vermogen t.a.v. het collectieve veld van hun ras en resoneren daar buitengewoon scherp op. Veel dieren zijn zieker dan we aannemen en waarnemen omdat ze vroegtijdig gedood worden. Er worden zelden nog oudere dieren gezien. Productiedieren worden vervroegd slachtrijp gemaakt en leiden hierdoor een dieroneigen leven, met alle gevolgen van dien.

Iedere positieve bijdrage om een dier bewust in zijn eigenheid te benaderen, steunt indirect het collectieve veld waartoe zij behoren. Hier stil bij te staan, schept moed om verandering te activeren.

 

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden