Marieke de Vrij heeft in talloze lezingen aandacht besteed aan de relatie tussen dierenwelzijn en vleeskwaliteit én de relatie tussen vleesconsumptie en gezondheid. Een bloemlezing aan de hand van veelgestelde vragen.

Is vlees een noodzakelijke behoefte?

Marieke: “Het eten van vlees is door de meeste mensen kunstmatig aangeleerd en geen noodzakelijke behoefte. Voor sommige personen kan het eten van vlees ondersteunend zijn, maar het is heel moeilijk om in het algemeen over vlees te spreken omdat het een heel rekbaar begrip is.

Vroeger leefden veel bevolkingsgroepen in gebieden waar het koud was. Men had dan het vet in vlees nodig om te overwinteren. Vet maakt huidweefsels compacter, dikker en weerbaarder voor weersinvloeden. Het dier werd op meerdere manieren volledig gebruikt, ook de huid. Nu leven er nog maar weinig mensen in koude gebieden en is de noodzaak voor vlees eten niet meer aanwezig.

Het nuttigen van vlees werd in vroeger tijden gezien als een krachtbeproeving. Door het vlees van het dier te nuttigen, verweefden de mensen zich met de zielekwaliteit van het dier. Dus als ze vlees van een beer genuttigd hadden en plots een beer tegenkwamen, dan hoopten ze dat de beer hen zou herkennen vanuit hun ‘berenkwaliteit’. Er was een hang naar beheersing van de omgeving door delen van de omgeving in zichzelf op te nemen en er een mee te worden, maar wel vanuit respect voor het dier. Vlees werd gegeten vanuit respect en dankbaarheid. Door de loop van de tijd is dat beeld vervaagd en zijn mensen minder afhankelijk van dieren geworden. De mystiek rondom dieren is grotendeels verdwenen. De mens is zich meerderwaardig gaan voelen en anders gaan denken. Dieren zijn verworden tot genotsmiddelen waar we minder respect voor hebben dan voorheen.”

In hoeverre hebben dieren een ‘offerbereidwilligheid’?

Marieke: “Dieren zijn tijdens hun evolutie altijd voor een bepaald percentage offerbereidwillig geweest ten aanzien van het schenken van hun melk, vlees en huiden. Maar besef dat wij in de huidige tijd een veel grotere offerbereidwillig-heid aan dieren vragen dan wat ze ons wensen te schenken. Het is voor gebruikers van dierlijke producten belangrijk om te beseffen wat ze ons schenken. Dat begint met het contact maken met dierbewustzijn. Begrijpen wat er voor het dier nodig was om nu zijn producten te mogen nuttigen en gebruiken. Dieren die op een natuurlijke wijze leven, hebben een grotere offerbereidheid dan dieren in de intensieve veehouderij. Naarmate dierenwelzijn meer onder druk komt te staan en de dieren meer (pijn) lijden neemt hun offerbereidheid af en kan deze zelfs omslaan in afkeer. Dat uit zich onder andere in een toename van vruchtbaarheidsproblemen en dierziektes die ook mensen treffen, zoals vogelgriep, Q-koorts, BSE en mond-en-klauwzeer.”

Zijn dieren dan niet bang om te sterven?

Marieke: “Dieren, anders dan mensen, hebben een vorm van acceptatie waarin ze ziektes weten te aanvaarden en durven te sterven als de tijd daarvoor aanbreekt. Ze zijn daar mentaal niet mee bezig. Dat noemen we lankmoedigheid. Maar ze zijn hun lankmoedigheid en ‘overgave aan hun lot’ aan het verliezen door de wijze waarop wij met ze omgaan. Door fokprogramma’s en genetische modificatie, kunstmatige voortplantingswijze, het massaal doden van dieren op jonge leeftijd en het ontbreken van passende huisvesting, verliezen ze hun eigenheid en natuurlijke leefwijze. Dit zijn dramatische ingrepen die tegen de dierenziel ingaan en een groot effect hebben op collectieve velden. Dierenleed werkt energetisch door in de ether. Wij mensen ademen diezelfde zuurstof in en vangen onbewust in ons eigen energieveld die sfeer en het leed op.”

Werkt de wijze waarop we dieren houden door in de menselijke psyche?

Marieke: “Dierenleed als gevolg van de wijze van omgaan met dieren gaat zich wreken op de menselijke constitutie omdat we bepaalde menselijke vaardigheden van overgave en van onschuld daarmee kwijt gaan raken. Dat resulteert onder andere in over-rationaliseren en in onszelf langer, meer dan wat natuurlijk is, in leven willen houden op het moment dat de dood zich aandient. Dit gaat ten koste van de natuurlijke overgave daartoe en de natuurlijke leerprocessen. Het is een soort hoogmoedigheid van de geest. Het betreft ook het kunstmatig tegengaan van verouderingsprocessen, ziektebestrijding die ver voorbij het natuurlijke gaat, orgaantransplantatie en gentechnologie. Door een verlies van ons ‘onschuldgehalte’ verliezen we ook het natuurlijke toetsingsmechanisme in onszelf om te beoordelen wat wel en niet klopt. En daarmee waar ethische grenzen liggen.

Mensen die veel vlees nuttigen van dieren die niet op natuurlijke wijze geleefd hebben en zwaar getraumatiseerd gestorven zijn, zullen via het eten van dat vlees indirect en heel subtiel de pijn en het emotionele trauma van die dieren tot zich nemen. Dat resulteert in niet goed traceerbare gevoelens van depressie, angst en doemdenken.         

Op het moment dat je je hiervan bewust wordt, heb je jezelf daarover uit te spreken en er naar te handelen, bijvoorbeeld door geen vlees meer te eten van dieren die dier-oneigen geleefd hebben en je duidelijk uit te spreken over ethische vraagstukken.”

Beïnvloedt vlees eten de gemoedstoestand?

Marieke: “Fruit eten geeft een lichtere structuur aan jezelf en veel vlees eten, afhankelijk van het type vlees, maakt dat je taaier van structuur wordt. Het kan ertoe bijdragen dat je meer of juist minder inhoudend wordt en kan bij bepaalde mensen leiden tot onverzettelijkheid of oplaaiendheid. Vaak zijn dieren in doodsnood als ze geslacht worden en die emotionele trilling ligt voor een deel nog gevangen in het vlees. Dus als je veel vlees eet van dieren die niet vrij hebben kunnen leven en die snel opgefokt zijn voor de slacht, dan consumeer je hun doodsangst en vervreemding van de natuurlijke omgeving, hun stress en hun gebrek aan plezier en levenslust. Stress is een energetisch iets dat zich ook via de hormoonhuishouding toont in een hoog adrenalinegehalte. Lichaamscellen worden opgebouwd uit het energetische materiaal dat in het voedsel opgeslagen ligt. Daarom is het verstandig om kritisch te zijn ten aanzien van het voedsel dat je nuttigt. Bij dieren die een fijn genoeglijk leven hebben geleid zit energetisch geen stress in het vlees, maar eerder levenslust en vitaliteit.”  

Hoe verloopt de vertering van vlees?

Marieke: “Vlees heeft een andere vertering dan groenten. Het verteringsproces duurt langer en heeft overeenkomsten met een rottingsproces. De verbranding die plaatsvindt door de verteringsprocessen van vlees zijn lichaamverwarmend.. De lichaamstemperatuur wordt daardoor vaak iets hoger dan noodzakelijk.

Van bepaalde diersoorten is de frequentie van het vlees anders dan de frequentie van het menselijke lichaam. Het trillingsfrequentiegetal van kippenvlees, rundvlees en paardenvlees is voor de mens meer lichaamseigen dan dat van varkensvlees. Varkensvlees resoneert energetisch haast tegenfrequent. In vlees heb je ook verschillen tussen yin en yang. Rundvlees is meer yin dan kippenvlees en paardenvlees heeft een sterkere yangkwaliteit dan rundvlees. Varkensvlees is weer meer yin dan rundvlees. Vis is een waterdier en meer yin dan de constitutie van een landdier.”

Waarom is fastfood ongezond?

Marieke: “Wanneer je veel hamburgers met cola nuttigt wordt de samenstelling van beide beïnvloed. In cola zit een bepaalde bijtende stof die een uithollend effect heeft op de structuur van het weefsel van het vlees, waardoor er een kokerachtige structuur overblijft met lucht ertussen. Het gevolg is dat voedsel daardoor langer onder in de maag blijft en trager verteert. Je draagt die voedselresten langer mee en ze geven een gevoel van ‘opgezadeld’ te zijn met iets.” 

Wat zijn de effecten van veelvuldig vlees eten?

Marieke: “Hart- en vaatziekten nemen toe. Mensen worden fatsig en neigen naar vaker gaan zitten en minder bewegen. Ze zijn meer gedesoriënteerd, voortkomend uit het andere bewegingsritme van dieren waarvan ze vlees genuttigd hebben. Bij het nuttigen van meerdere vleessoorten wordt dit versterkt omdat ieder dier anders bewegend is.

Vlees eten verdicht ons huidweefsel, in tegenstelling tot het eten van vis waarbij het huidoppervlak gladder en taniger wordt, juist minder compact. Door andere auraopbouwsystemen heeft het effect op onze lichaamsstructuur.

Vlees van dieren met hoeven kan op subtiele wijze bijdragen aan verdichting van de voetzolen, en dat kan weer nadelig zijn voor de in- en uitstroming van de chakra’s in de voeten.

Door veel vlees eten wordt ook het slokdarmmechanisme aangetast, aangezien dat gevoelig is voor het aanhechten van de ‘bevindingen’ van het voedsel dat daar doorheen  glijdt. Dat maakt ook dat het keelgebied aan remmingen onderhevig kan zijn. Het keelchakra werkt door in het uitdrukken van onze eigenheid.. Als daar te veel herinneringsverklevingen aan andersoortig (dierlijk) leven hangen, dan bemoeilijkt dat onze eigen uitdrukkingskracht. De mond en de keel zijn de eerste opnamecircuits van voedsel.

Granen, groenten en fruit zijn zachter geaarde energiedoorstromingen dan vlees. Vlees is veel minder ijl en transparant in energiehuishouding.”

Wat kun je vertellen over de geestelijke dimensie van vlees?

Marieke: “De hang tot veelvuldig vlees eten zonder verbinding te maken met de geest van het dier is niet meer bedoeld als een activering van wezenlijk doorschouwend zijn naar de grote bedoelingen vanuit de kosmos met ons. Het nuttigen van vlees zonder de oorsprong van dat vlees te respecteren met de oproepende kracht daarin, maakt dat we oneigenlijk energieën aanwenden van andere levende wezens zonder het om te zetten in behoedzaamheid naar de aarde toe. We hebben vlees niet meer nodig om te overleven en zijn ons onvoldoende bewust van de bron van waaruit het komt. Door het veelvuldig eten van vlees, dat we niet meer herkennen als zijnde informatieoverdracht die tot ons komt, wordt er in onszelf informatie opgeslagen van dierlijke aard, die het ons soms onmogelijk maakt ons diepere gevoelsleven te leren scheiden als een wezenlijk deel van onszelf. Er vertoeven in menig mensenlichaam zoveel afvalresten van herinneringen van dierenlevens die zij genuttigd hebben dat bepaalde ‘uitstromende gebaren’ van henzelf naar de buitenwereld toe te weinig menseigen verlopen. Herinneringssporen van dierenleed hebben hun doorwerking in de mens op het moment dat we niet meer kunnen scheiden wat ons mensen eigen is en wat dierlijke producten energetisch in ons nalaten. Er vindt een samenklontering plaats die het helder duiden en scherp blijven kijken belemmert.” 

 

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden