Kinderen hebben een enorme behoefte om zich tegen een dier aan te vlijen en het in de ogen te kijken, op zo’n manier dat ze het gevoel hebben één te worden met het dier en dat ze zo volledig mogen zijn wie ze zijn. Ouders hebben vaak andere verwachtingen en hebben hun kunstmatig gedrag aangeleerd over hoe het zogenaamd zou horen. Op een dieper niveau weten kinderen dat dat gedrag niet natuurlijk is en ze worden er moe van als anderen van hen vragen om anders te doen dan wat zij als natuurlijk ervaren. Een dier kan zich niet anders voordoen. Dieren hebben een spiegelfunctie en daardoor een zeer grote betekenis voor de geestelijke groei en ontwikkeling van kinderen. In het samenzijn met dieren voelen ze zich tot rust komen; weer in contact met wie ze in wezen zijn. Het is onnodig om toe te lichten hoe belangrijk dat is in onze drukke samenleving waar zoveel stress is.

Ga eens na waar en wanneer kinderen dieren opzoeken Wanneer kinderen lichamelijk contact missen met hun ouders omdat die hun lichaam niet volledig bewonen, zoeken ze fysiek contact met dieren. Ze zijn er dol op om dieren te strelen. Veel kinderen hebben ook de neiging om hun voorhoofd tegen het voorhoofd van het dier aan te leggen en ze te kroelen in het nekgebied. Veel volwassen mensen raken elkaar niet aan, terwijl dieren heel fysiek met elkaar omgaan en kinderen uitnodigen om op die manier ook met hen om te gaan. Bij dieren kunnen kinderen aangeleerd gedrag loslaten en helemaal zichzelf zijn.
Wanneer kinderen rouwen omdat er een dierbaar iemand is overleden of omdat ze iets dierbaars verloren hebben, dan vinden ze troost bij dieren. Ze kunnen hun verdriet spontaan en ongeremd uiten. Vaak zoeken dieren het kind ook zelf op als ze voelen dat het verdriet heeft.
Kinderen praten vaak met dieren of fluisteren dieren op aandoenlijke wijze in wat zij ervaren en dat ‘mama en papa zich vergissen’. Dit helpt ze om dicht bij hun eigen natuur te blijven.
Ook vinden kinderen het verrukkelijk om voor een dier te zorgen, zoals bijvoorbeeld het roskammen van een paard of het kammen van de lange haren van een hond. Zo ontwikkelen ze hun zorgzame kwaliteiten.

Wat ouders kunnen betekenen

Kinderen regelmatig meenemen naar de kinderboerderij of een hertenkamp. Ze laten spelen met dieren. Of een dier op een boerderij adopteren, een koe, een varken of een kip. Vervolgens regelmatig op bezoek gaan zodat de dieren in alle seizoenen en alle leeftijdsfasen meegemaakt worden. Kies wel een boerderij waar dieren volop ruimte hebben om op zo’n natuurlijk mogelijke manier te kunnen leven. Indien de situatie het toelaat kun je ook een huisdier nemen. Zorg wel voor voldoende natuurlijke leefruimte en neem meer dan één dier van dezelfde soort, zodat ze ook gezelschap aan elkaar hebben. Bedenk dat een konijn of een geit buiten wil eten, op een kruidenrijk gazon of grasveld.
En regelmatig met de kinderen gaan wandelen in de natuur. Op zoek gaan naar levende dieren, van mier en slak tot eekhoorn en ree. Vogels spotten en vlindersoorten inventariseren. Kinderen verwondering bijbrengen voor de ‘geheimen van de natuur’.
Op school bij de leerkrachten aandacht vragen voor natuureducatie en misschien zelfs het opstarten van een kleine schoolboerderij. Kinderen met regelmaat laten vertellen over hun ervaringen met dieren.
Als je kinderen dierenverhalen vertelt of voorleest, kies dan dieren die zich natuurlijk gedragen. Veel hedendaagse kinderboeken gaan over dieren met menselijke eigenschappen. Dat komt de geestelijke ontwikkeling van het kind niet ten goede.
Stimuleer kinderen om dieren vanuit een innerlijk beeld te tekenen of te schilderen, vanuit de inleving hoe dieren het liefst zouden willen leven. Bijvoorbeeld: kippen die buiten rondscharrelen, omringd door kuikentjes; varkens die een modderbad nemen en koeien die in de wei hun eigen kalf zogen. Deze positieve beelden werken door in het collectieve veld en stimuleren ook andere mensen om tegenkracht te bieden aan de huidige dieronterende praktijken in de intensieve veehouderij.

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden