Op weg naar een ‘5 sterren’ vleeskip.

De maatschappelijke weerstand tegen de huidige vleeskippenhouderij neemt toe. Maatschappelijke acties als die van Wakker Dier met ‘Stop de plofkip!’ en de campagne ‘Beter Leven’ van de Dierenbescherming maken consumenten wakker en zetten supermarkten en voedingsmiddelenproducenten onder druk om andere keuzes te maken. Helaas is het in februari 2013 overeengekomen omschakelingsplan niet meer dan een misleidende propagandastunt van de samenwerkende supermarkten, slachterijen en pluimveehouders. Vanaf 2015 komen er geleidelijk andere rassen die minder snel groeien en krijgen de kippen 10% meer ruimte. In plaats van de huidige 20 worden het dan 18 kippen per m2. Terwijl de ‘3 sterren vleeskip’ van de Dierenbescherming uitgaat van maximaal 10 kippen per m2, dus hoezo een verbetering? Ter bestrijding van vervelingsgedrag en agressiviteit gaat de verlichting uit en mogen de kippen geen daglicht meer zien. Duidelijk blijkt dat de marktpartijen niet in staat zijn om zelf met echte verbeteringen te komen. Dier ont-erende praktijken worden nu zelfs letterlijk verduisterd. Het is de hoogste tijd dat de overheid regulerend gaat optreden en dat u als consument uw invloed gebruikt via uw boodschappenmandje.

Hoe de plofkip aan zijn naam kwam

Waarom is het leven van vleeskuikens dieronwaardig? De vleeskuikenrassen zijn doorgefokt op supersnelle groei en veel borstvlees. In ruim 6 weken tijd groeit een klein kuikentje van 50 gram naar gemiddeld 2,2 kilo. Een groeisnelheid van 65 gram per dag. Een vergelijkbare gewichtstoename bij mensen zou betekenen dat een baby na 6 weken ongeveer 120 kg zou wegen. Een dergelijke groeistuip heeft ernstige gevolgen voor de skeletgroei en de capaciteit van de longen en het hart. De problemen worden erkend, maar de praktijken worden gerechtvaardigd met de argumenten dat de consument goedkoop vlees wil en dat het van belang is voor onze export.
Het gevolg is dat deze kippen vaak niet meer op eigen benen kunnen staan en letterlijk neerploffen. De ziektegevoeligheid neemt toe en door het grote aantal dieren per m2 ontstaat verveling en kannibalistisch (pik-)gedrag. Ter preventie van de toegenomen ziektegevoeligheid worden antibiotica preventief toegediend aan alle kuikens, maar met het gevolg dat residuen in het vlees achterblijven en zorgen voor een toenemend aantal bacteriën dat resistent is voor de werking van antibiotica. Ziekenhuizen kampen daardoor met het probleem dat ook bij mensen bepaalde ziekten moeilijk of niet meer te behandelen zijn. Het aantal werkzame antibiotica neemt schrikbarend snel af. Dit besef begint door te dringen en heeft er mede toe geleid dat er inmiddels ziekenhuizen zijn die geen plofkip meer gebruiken in hun warme maaltijden voor patiënten.
De Nederlandse Vakbond voor Pluimveehouders heeft als tegenreactie de ‘Nederlandse plofkip’ omgedoopt in ‘bofkip’, omdat het dierenwelzijn hier ten opzichte van de rest van Europa het best geregeld is. Dit kan en mag vanuit dierenwelzijn echter nooit een rechtvaardiging zijn en evenmin het argument dat het milieuvriendelijker is.

Wat heeft een natuurlijk opgroeiende vleeskip nodig?

Kuikens worden uitgebroed in broedmachines of onder broedlampen. Daar ontstaat al een eerste welzijnsprobleem. Van nature broedt de kloek, een broedse hen, de kuikens zelf uit, waarbij de eieren voortdurend gerold en gekeerd worden voor een optimale ontwikkeling. In dat proces ontstaan er een telepathisch contact en een band tussen kuiken en moeder, en ontwikkelen de kuikens een groepsgevoel en een soort ’ik-hoor- erbij’ gevoel. In broedmachines liggen eieren echter statisch naast elkaar, met als resultaat dat de kuikens geboren worden met een ‘ontheemd’ gevoel.

Kippen hebben een sterk territoriumgevoel en behoefte aan voldoende ruimte om zich vrij te kunnen bewegen. Afhankelijk van het ras en de omgeving hebben ze 0,5 tot 1 meter ruimte om zich heen nodig. Ook ruimte voor hun verzorgingsgedrag: het poetsen van hun veren en het nemen van een zandbad.

Een kip zoekt regelmatig contact met de andere dieren, speciaal als er wat te eten valt, maar wil daarna weer eigen vrije bewegingsruimte. Te weinig ruimte leidt tot een tekort aan zelfherkenning, met identiteitsverlies als gevolg.
Een vleeskip heeft gevarieerd voer nodig om evenwichtig te groeien, zodat ze een natuurlijke weerstand opbouwt. De snavel is niet alleen van belang voor het oppikken van voedsel, maar heeft ook een sensitieve en telepathische functie. Bij het knippen van de snavels, ter voorkoming van agressief pikgedrag, wordt gelijktijdig het sensitieve afstemmings- en communicatiesysteem van kippen ernstig beschadigd.

Vleeskippen leven minder dan 1/40 tot 1/50 deel van hun normale levensduur. Dit leidt tot een vorm van collectieve rouw.
Lees meer bij Verdieping/Landbouwhuisdieren: ‘Wat kippen nodig hebben om zich kiplekker te voelen’, een vraaggesprek met Marieke de Vrij www. dierenperspectief.nl/verdieping

Overgangsfase

Het is begrijpelijk dat de pluimveehouderijsector niet van vandaag op morgen volledig kan overschakelen naar duurzame productiewijze. De aangekondigde afspraken zijn echter niet serieus te nemen. Bovendien gaat van de 44 miljoen slachtkuikens slechts een kwart naar Nederlandse supermarkten en is de rest bestemd voor de export. Voor die 33 miljoen slachtkuikens verandert er dus niets.

De Dierenbescherming hanteert al enige tijd een sterrensysteem ter stimulering van diervriendelijke productiemethoden en als hulp voor de consument. Dit is een eerste stap op weg naar duurzamere vleesproductie. Voor vleeskippen zijn er drie sterren te behalen, waarvan alleen de 3e ster enigszins in de buurt komt van gewenste welzijnseisen (zie kader).

Het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming voor vleeskippen

1 ster

  • Maximaal twaalf kippen per m2 (in plaats van 21 kippen per m2).
  • De kippen krijgen meer tijd om te groeien,minimaal 56 dagen.
  • Ze zijn van een langzamer groeiend ras,waardoor ze veel sterker en gezonder zijn, geen hartklachten hebben en niet door hun poten zakken.
  • 95 procent is antibiotica vrij.
  • De stal heeft dag licht en is voor zien van strooisel(stro of hout krullen)om in te kunnen scharrelen.
  • Dagelijks wordt er graan gestrooid en hebben de kippen de beschikking over stro balen, ter verrijking van de leefomgeving.
  • Minimaal acht uur per dag is er toegang tot een ruime overdekte uitloop. Deze is minimaal 20 procent van de oppervlakte van de stal.
  • De bedwelming is met 2-fasen CO2-gas. Hierdoor raken de dieren snel buiten bewustzijn. Dit in tegenstelling tot de gangbare elektrische waterbadmethode, die veel stress voor de kippen oplevert.

2 sterren

  • De kippen kunnen naar buiten: in plaats van de overdekte uitloop is er 1m2 vrije uitloop per kip.

3 sterren

  • Maximaal tien kippen per m2.
  • De kippen krijgen meer tijd om te groeien, minimaal 81 dagen.
  • De kippen hebben 4 m2 vrije uitloop buiten.

Vijf-sterren vleeskip

Indien we rekening houden met alle dierenwelzijnsaspecten dient er een 4e en 5e ster te komen, en wel voor pluimveehouderijsystemen die alle dierenrechten respecteren, inclusief het fokken van minder snel groeiende ‘dubbeldoel’ rassen (rassen die zowel eieren als vlees produceren),natuurlijke broedmethoden, voldoende binnen- en buitenruimte voor diereigen rituelen en gedrag, alsmede een dierwaardig transport en slachtmethode zonder stress.

Er is nog een lange weg te gaan, maar u als consument bepaalt het tempo van de verandering. Winkelbedrijven en veehouders zijn gevoelig voor de wensen van de consument.

Inspiraties van Marieke de Vrij (Maatschappelijk Raadsvrouw St. De Vrije Mare), bewerkt door Wim Van Oort (Ambassadeur Dierenwelzijn St. De Vrije Mare), februari 2013.

Lees meer: ‘Wat kippen nodig hebben om zich kiplekker te voelen’, een vraaggesprek met Marieke de Vrij. www. dierenperspectief.nl/verdieping

print

Deel dit!

Deel dit bericht met geïnteresseerden